Hoeveel voorgangers en hoeveel oudsten heeft jouw gemeente?

Het leiderschap van vele kerken in Vlaanderen en Nederland bestaat uit één voorganger en verschillende oudsten, alleszins in de beleving van de kerkgangers.  De voorganger/pastor wordt dan, samen met de oudsten, erkent als de leiding van de gemeente.  Maar aan de ‘voorganger/pastor’ wordt hierbij, al dan niet bewust, meer gezag toegekend dan aan de oudsten.  Deels omdat hij doorgaans meer tijd steekt in de werking van de gemeente of omdat hij vaak een bepaalde theologische opleiding heeft genoten.  We lijken dus te kunnen spreken over een onbeschreven hiërarchie binnen het leiderschap van de gemeente.  Maar vinden we deze gezagsstructuur ook terug in de Bijbel?  Spreekt God over voorgangers en oudsten in de Bijbel?

Ja en neen.  In het Nieuwe Testament wordt er zowel gesproken over oudsten als over voorgangers, maar niet op de wijze waarop het tegenwoordig wordt ingevuld.  Het woord ‘voorganger/pastor’ is in de Evangelische wereld van de laatste tijd min of meer een eigen leven gaan leiden.  De betekenis die nu gegeven wordt aan dit woord is geheel anders dan die we terug kunnen vinden in het Woord van God.  De Bijbel spreekt consequent over oudsten wanneer het gaat over de over de leidinggevenden in de plaatselijke gemeente.  Paulus had bijvoorbeeld Titus achtergelaten op Kreta zodat hij ‘verder in orde zou brengen wat nog ontbrak, en van stad tot stad ouderlingen zou aanstellen’ (Tit.1:5).  Hij moest hierbij niet specifiek op zoek gaan naar een bepaalde voorganger, maar eenvoudigweg oudsten aanstellen die bekwaam waren om de gemeente te leiden.  Deze mannen moesten als ‘opzieners’ de ‘gemeente van God’ weiden (Hand.20:28; cf.Fil.1:1).  Hierbij waren er wel die vooral ‘arbeiden in het Woord en in de leer’ (1Tim.5:17), maar deze kregen niet een speciale titel als ‘voorganger’ toegekend.

Het is pas in de brief aan de Hebreeën dat we in het Nieuwe Testament het woord ‘voorgangers’ tegenkomen.  Hierbij valt als eerste op dat hier geen enkele keer wordt gesproken over één voorganger (enkelvoud), maar steeds wordt gesproken over voorgangers (meervoud).  Het ging dus niet om één enkele man, maar verschillende mannen.  Maar wie waren dan deze mannen?  Waren zij de onderwijzende oudsten of degenen die leiding hadden over de oudsten?  Hadden zij een nog specifiekere bediening?  Neen.  Het woord dat vertaald werd als ‘voorgangers’ is hetzelfde woord dat in Handelingen 15:22 vertaald werd als ‘leidinggevende mannen’.  De voorgangers zijn dus de leiders van de gemeente, de oudsten.  Net zoals het woord ‘opzieners’ beschrijft wat de taak van oudsten is, geeft het woord ‘voorgangers’ aan wat oudsten doen.  Ze gaan als herders de kudde voor door hun voorbeeld (1Pet.5:3b).  Als ouderlingen hoeden ze de kudde van God ‘die bij u (hun) is’ en houden daar toezicht op (1Pet.5:1-2).  Als voorgangers waken de oudsten over de zielen van de gemeenteleden ‘omdat zij rekenschap moeten afleggen’ (Heb.13:17).

Een gemeente heeft in principe evenveel voorgangers als dat ze oudsten heeft.  Het is dus niet helemaal correct om in een gemeente een onderscheid te maken tussen ‘gewone oudsten’ en ‘voorganger(s)’ omdat God dit onderscheid ook niet maakt in de Bijbel.  Er is door God maar één structuur van leiding in de lokale gemeente ingesteld en dat is die van een oudstenraad, waarin iedere oudste als opziener en voorganger de gemeente van God hoedt en leidt.  Maar hierbij geeft God wel aan dat niet iedere oudste zijn bediening even trouw vorm geeft.  Niet allen vervullen hun taak even goed.  ‘Laat (daarom) ouderlingen die goed leiding geven, dubbele eer waard geacht worden, vooral diegenen die arbeiden in het Woord en in de leer (1Tim.5:17).

Onder de oudsten kan er wel sprake zijn van een primus inter pares, een ‘eerste onder zijn gelijken’.  Dit is een oudste die hetzelfde gezag heeft als de andere oudsten, maar toch een bepaalde ‘leiderschapsmantel’ heeft toevertrouwd gekregen — een specifieke rol onder de leiders.  Onder de Apostelen bijvoorbeeld zien we Petrus deze rol vervullen.  Hij was een man die ‘van nature’ makkelijk de leiding kon nemen en daarin door de anderen ook bevestigd werd.  Hierom heeft Jezus hem nooit vermaant, sterker zelfs, als we doorheen de Evangeliën en Handelingen nagaan hoe vaak Petrus vernoemd wordt dan is dat 189 keer.  Johannes volgt met 50 keer op de 2e positie.  Het principe van een bepaalde leider onder de leiders vinden we dus ook in het Nieuwe Testament terug. Maar als zulk een leider onder de leiders in de gemeente ‘voorganger’ of ‘pastor’ gaat noemen, is er echter de mogelijkheid van verwarring.  In de Bijbel worden namelijk alle leiders/oudsten ‘voorganger’ genoemd en zijn ze allen ‘pastor’ (=herder).  Petrus was zeker zulk een ‘eerste onder zijn gelijken’, maar kreeg hiervoor geen speciale titel en noemde zich dus gewoon een ‘medeoudste’ (1Pet. 5:1).

Het principe van gelijkheid in gezag binnen de oudstenraad, zelfs al is er een ‘eerste onder zijn gelijken’, heeft God juist ingesteld als een bescherming, en niet als een rem.  Omdat er anders het gevaar ligt dat op een bepaald moment (zeker als er spanningen beginnen te komen) de ‘oude mens’ toch de overhand gaat krijgen.  De natuurlijke mens is immers gewend aan een piramidaal systeem en functioneert het liefst alleen.  In Christus echter zijn alle broeders gelijk en zullen ze te allen tijde met elkaar rekening moeten houden en beslissingen samen nemen.  Net als in de Godheid beslissingen samen worden genomen (‘Laat ons mensen maken…’): God de Vader zal nooit alleen handelen en verwachten dat de Zoon en de Heilige Geest hem automatisch volgen!  De leiderschapsstructuur van de gemeente moet dus een reflectie zijn van de structuur in de hemel.

Soli Deo Gloria

Geraadpleegde bron: René de Groot, ‘Voorganger/pastor of oudsten?