Kiest God of kies ik?

feb 11, 2024

Home 9 Geloofsgroei en heiliging 9 Kiest God of kies ik?
(Leestijd: 6 minuten)

Heeft God totale controle over alles, of hebben wij als mensen een vrije wil die de plannen van God kan sturen of zelfs kan dwarsbomen? Dit dilemma wordt vaak het probleem van predestinatie en vrije wil genoemd.

De vraag die hierbij gesteld wordt is: ‘Als God alles bepaalt – voorbestemt – hoe zit het dan met de keuzes die wij als mensen zelf en vrijwillig maken? Of anders gezegd: ‘Als wij als mensen vrije keuzes hebben en maken, hoe kan God dan hebben vastgesteld wat er zal gebeuren en hoe?’

Doorheen de geschiedenis hebben zich twee extreme denkwijzes ontwikkeld die onder de christenen veel verwarring hebben gezaaid.

Twee extreme denkwijzen

Fatalisme – God heeft een onveranderlijke wil en de mens is daaraan gebonden

Fatalisme is een overtuiging die stelt dat alles wat er gebeurt al van tevoren is bepaald, alsof er een soort onvermijdelijke bestemming is voor elk van ons. Mensen die geloven in fatalisme denken dat wat er ook gebeurt, het al lang van tevoren is besloten en dat we er niet echt iets aan kunnen doen.

Het leven wordt vergeleken met een boek waarvan het verhaal al helemaal is geschreven en waarin je niets kunt veranderen. Dat is een beetje zoals hoe mensen die in fatalisme geloven, denken over het leven. Ze geloven dat alles wat we doen en alles wat er met ons gebeurt, al vastligt, net als de woorden in een boek. 

Een gevolg van het leven volgens een fatalistische overtuiging is een gevoel van machteloosheid en passiviteit. Eigen keuzes en acties lijken geen invloed te hebben op het lot of de uitkomsten in het leven. Dit leidt tot een gebrek aan motivatie om doelen na te streven of om positieve veranderingen in het leven aan te brengen. Het kan er ook toe leiden dat mensen zich neerleggen bij negatieve omstandigheden zonder te proberen ze te verbeteren. Dit fatalistische perspectief sluit eigen verantwoordelijkheid in het maken van keuzes en acties uit. 

Op deze manier wordt de boodschap van het Evangelie, waarin Jezus oproept om onszelf te verloochenen, ons kruis op te nemen en Hem te volgen (Mat. 16:24), ontkracht. De vermaning om ‘met vrees en beven’ te volharden in geloof (Fil.2:12, HSV) en om in waarheid en liefde te groeien naar het beeld van Jezus (Ef.4:15), zijn dan niet meer dan holle woorden. Uiteindelijk is het, zo menen zij, toch God die alles al heeft bepaald en vastgelegd. 

Finitude – De mens heeft een vrije wil en God is daaraan gebonden

Aan de andere kant van het spectrum vind je mensen met de overtuiging dat God niet alles kan doen wat Hij wil en dus beperkt is. 

Stel je voor dat je een heel grote emmer hebt. Je kunt er veel dingen in doen, maar er is een limiet aan hoeveel je erin kunt stoppen. Net zoals die emmer, zeggen sommige mensen dat God ook grenzen heeft. Hij kan niet alles doen, hoe graag we ook zouden willen dat Hij alles kan. 

Zo wordt gesteld dat als God mensen een echte vrije wil geeft, Hij niet alles kan controleren wat ze doen. Hij moet hen dan de vrijheid geven om eigen keuzes te maken, zelfs als dat betekent dat sommige dingen niet helemaal volgens Zijn plan verlopen. God is hierbij dus gebonden aan de keuzes die mensen maken en moet daardoor voortdurend zijn plannen bijstellen of aanpassen. In het slechtste geval zelfs annuleren. 

Leven met de overtuiging dat God beperkt is, leidt tot een gebrek aan vertrouwen, hoop en zekerheid in Gods vermogen om in te grijpen. Dit legt een ondraaglijke verantwoordelijkheid bij de mens. Het veroorzaakt ook verwarring over Zijn plan, terwijl Zijn Evangelie juist bedoeld is om troost en zekerheid te brengen in moeilijke tijden. De dood en opstanding van Jezus hebben juist Gods almacht bewezen, wat nu het vertrouwen, hoop en troost geeft dat de verdere onvervulde beloften met zekerheid mogen worden verwacht. 

Geloof als middenweg

Beide extreme denkwijzen hebben een Bijbels vertrekpunt, maar zijn verder gebouwd op logische en filosofische redeneringen. Hierdoor vervallen ze uiteindelijk tot karikaturen van God en de mens. Wanneer we het dilemma van Gods soevereiniteit en onze eigen wil bekijken vanuit de Bijbel, zien we dat deze twee met elkaar in overeenstemming zijn, maar hoe dit precies werkt, blijft voor ons een mysterie. Het behoort tot de verborgen zaken die niet aan ons zijn geopenbaard (Deut.29:28). Het is een mysterieuze kwestie die we niet volledig begrijpen, maar waar we wel in geloof aan mogen vasthouden omdat de Bijbel beide gezichtspunten weergeeft. Ook al is daarbij niet alles even duidelijk. 

Dat is ook wat Guido de Brès, een protestantse predikant uit de 16de eeuw, destijds in de Belgische geloofsbelijdenis benadrukte: 

Wij geloven dat de voorzienigheid van God alles regeert, zowel grote als kleine dingen, zoals de Schepper van alle dingen dat behoort te doen. Toch is God niet de auteur van de zonden die door de mensen worden begaan. Hij gebruikt ze wel voor Zijn eigen doeleinden, waardoor Zijn wijsheid en rechtvaardigheid worden geopenbaard. In dit geloof leggen we onze rustige zekerheid neer, wetende dat Hij over alles waakt en dat niets buiten Zijn controle valt. Dit besef moedigt ons aan om met een nederig en dankbaar hart op Hem te vertrouwen in alle omstandigheden. (Confessio Belgica, artikel 13)

De Bijbel leert dat God soeverein is over alles en iedereen, inclusief tragedies en wat we ‘vrije wil’ noemen (Ps.103:19; Spr.16:9; Ef.1:9-12). Toch is fatalisme niet juist. Ons perspectief op Gods soevereiniteit mag niet zo ‘hoog en logisch’ zijn dat we vervallen in fatalisme en menselijke verantwoordelijkheid of bepaalde natuurlijke gevolgen of oorzaken ontkennen. Aan de andere kant helpen zwakke opvattingen over God en het overschatten van onze eigen wil, zoals bij finitude, ons ook niet. Hoe vrij we ook denken te zijn in onze keuzes, toch zijn we altijd gebonden aan bepaalde middelen en omstandigheden. Een ‘vrije wil’ is dus per definitie nooit onbegrenst.  

De bijbelgeleerde D.A. Carson verwoordt het zo: 

De Bijbel, zowel in zijn geheel als soms in specifieke teksten, stelt of onderwijst dat beide van de volgende uitspraken waar zijn: 

 

  • God is absoluut soeverein, maar zijn soevereiniteit beperkt, minimaliseert of verzacht nooit menselijke verantwoordelijkheid.
  • Mensen zijn moreel verantwoordelijke wezens – ze maken significante keuzes, rebelleren, gehoorzamen, geloven, trotseren, nemen beslissingen, enzovoort, en ze worden terecht aansprakelijk gehouden voor dergelijke acties; maar deze eigenschap zorgt er nooit voor dat God volledig afhankelijk wordt.

(‘How long O Lord’, chapter 11 – The Mystery of Providence, D.A. Carson)

 Vanuit de Bijbel is het dus meer correct om te spreken van een soevereine God en mensen met een ‘verantwoordelijke wil’. We zijn zelf verantwoordelijk voor de keuzes die we maken en de dingen die we doen, maar we mogen daarbij ook in geloof met vertrouwen naar God kijken, wetende dat Hij alles in Zijn hand heeft en leidt naar Zijn doel. Daarom ook Gods roep om ons te bekeren, dus tot hem te keren en niet zomaar onze eigen weg te gaan.  Hij heeft uiteindelijk alles in handen en weet wat we nodig hebben.

In het volgende artikel ‘Alles onder controle!’ zullen we enkele bijbelpassages bekijken waarin deze combinatie opvallend naar voren komt.

Translate »