De 21ste eeuw lijkt wel begonnen te zijn als ‘de periode van het terrorisme’.  Al jarenlang horen we berichten van de ene aanslag na de andere.  De voorbije aanslag in Brussel was dan ook niet vreemd, maar wel schokkend omdat het stilaan dicht bij ons is geraakt.  De beelden tonen plaatsen waar we ooit zelf zijn geweest en de ooggetuigen spreken in onze taal.  Iedereen lijkt wel iemand te kennen die een vriend of kennis heeft die op die bewuste dag daar ergens in de buurt was.  Kortom, we lijken de hete adem van de terroristen in onze nek te voelen en onze kinderen nemen dit ook waar.  Maar hoe kunnen we met hun hierover spreken?  Onze overheid doet haar best om de ouders hiervoor toe te rusten en dat is prima.  Toch merk je dat de tips en richtlijnen eerder om de echte vragen en angsten van de kinderen heen dansen.  Het meest rustgevende antwoord dat ik tot nu toe hoorde was ‘dat de kans dat je getroffen wordt door een aanslag erg klein is.’  ‘k Kan me de reactie van mijn kinderen al inbeelden als ik hun hiermee tracht gerust te stellen.  Die zou waarschijnlijk in de aard zijn van: ‘Ja maar, wat als we er nu toch eens bij betrokken zijn?  Wat dan papa?’

Tastbare hoop

‘Wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is.’ (1 Petrus 3:15)

Als christen ouders hebben we een hoop die meer doet dan onze angsten sussen.  We hebben de vrede van God in ons, als we onze ogen tenminste richten op Jezus Christus (Joh.3:14-15; Num.21:5-9).  We weten dat God alle dingen ten goede gebruikt voor al degenen die Hem liefhebben (Rom.8:28).  Daarnaast hebben we Zijn Woord dat ons ertoe in staat stelt om als mens ‘volkomen toegerust’ te zijn (2Tim.3:16-17).  Als onze kinderen dan met hun angsten naar ons toe komen, vragen ze indirect eigenlijk naar de hoop die in ons is.  Dan is het ook aan ons om hun naar die hoop te wijzen en hun daarin te onderwijzen.  Geef hun daarom een hoop die tastbaar is.  Zo makkelijk zoeken we mooie woorden die de angstige gevoelens sussen, maar we richten ons beter op hun verstand door hun te leren op welke wijze Gods Woord over deze onderwerpen spreekt.  En natuurlijk doen we dit vol liefde, compassie en genegenheid.

Niet door God verlaten

‘De Allerhoogste… doet naar Zijn wil met de legermacht in de hemel en de bewoners van de aarde.’ (Daniël 4:25,35)

De aarde is niet aan aan zichzelf overgelaten.  God, de Schepper van de aarde en alles wat erop leeft, heeft nog steeds alles onder controle.  Hoe gruwelijk sommige gebeurtenissen ook mogen zijn, hoe slecht vele landen worden bestuurd, hoe angstig en benauwd we ons soms ook mogen voelen.  Toch mogen we onze rust vinden in het feit dat een goede, heilige, liefdevolle, genadige, alleen wijze, geduldige, almachtige, alwetende, alomtegenwoordige en onveranderlijke God de touwtjes nog steeds in handen heeft.  Ook al kunnen wijzelf niet alles plaatsen of verklaren, toch mag dat onze rust zijn.  Dat is dan ook een van de eerste zekerheden die ik mijn kinderen meegeef.  Onze geschiedenis bestaat niet uit toevallige en op hol geslagen feiten (cf. Ef.1:11b/Rom.8:28).  Geen geweer wordt geladen, zonder dat de Almachtige dit opmerkt en de grenzen van de munitie heeft bepaalt. ‘Ja maar, en al dat onrecht dan?!’  Wijs je kinderen ook op het feit dat alle daden van alle mensen ooit rechtvaardig zullen geoordeeld worden door God.  ‘Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere’ (Rom.12:19).  Wij hoeven er niet voor te zorgen dat er rechtvaardigheid zal plaatsvinden.  Dat zàl ooit gebeuren!

Geen angst voor mensen

‘En Ik zeg u, Mijn vrienden: Wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen.’ (Lukas 12:4)

“Leer om te sterven”, schreef Thomas Becon in 1560, “zou één van de eerste zinnen moeten zijn die een kind wordt aangeleerd.” Op het eerste zicht een krasse uitspraak, maar met de grote aantallen van kindersterften die in de 16de eeuw gangbaar waren, beseften de ouders dat ze hun kinderen niet vroeg genoeg konden richten op de waarde van onze ziel.  Toen mijn kinderen aan me vroegen of I.S. ook een aanslag bij ons kon plegen, nam ik hun dan ook mee naar de woorden van Jezus in Lukas 12:4.  De grootste rust die je een kind kan geven in een harde en onvoorspelbare wereld, is dat er een eeuwige hoop te vinden is die alle omstandigheden overschrijdt.  Waar ik mijn kinderen dan ook op heb gewezen is dat iedereen vroeg of laat zal sterven.  Dood gaan hoeft dus ook niet onze grootste zorg te zijn.  Maar wel de vraag of je klaar bent om te sterven?  Kan je heel je leven verantwoorden voor de heilige Schepper?  Daar moeten we eerder voor vrezen.  Dat is ook wat Jezus leerde.  ‘Maar Ik zal u laten zien voor Wie u bevreesd moet zijn: Wees bevreesd voor Hem Die, nadat Hij gedood heeft, ook macht heeft in de hel te werpen. Ja, Ik zeg u, wees bevreesd voor Hem!’ (Luk. 12:5).  ‘Zijn jouw zonden vergeven?’, is dan het antwoord op de angst die in de kinderen leeft.  Want weten dat die vergeven zijn, geeft je enerzijds rust omdat je weet dat God dan alle dingen ten goede doet meewerken, en anderzijds dat zelfs de dood je niet kan scheiden van Zijn liefde. ‘Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere’ (Rom.8:38-39).  Gebruik daarom zulke hartverscheurende berichten uit het nieuws om de kinderen te laten inzien dat de wereld werkelijk een nood had aan een Verlosser.  Dat Jezus’ offer aan het kruis, de plaats waar Hij de straf droeg van al degenen die in Hem geloven, meer is dan een mooi verhaal.  Het is een nood voor alle mensen!

Realistisch wereldbeeld

‘U zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen; pas op, word niet verschrikt, want al die dingen moeten gebeuren, maar het is nog niet het einde.’ (Mattheüs 24:6)

Kinderen zijn wel klein, maar niet dom.  Toch lijken we de neiging te hebben om de ernstige vragen met een vrome ‘leugen om bestwil’ te ontlopen.  ‘Papa, kan ons dit ook overkomen?’ ontwijken met ‘nee jongen, anderen wel maar ons niet’ wordt al gauw doorzien.  Er is een harde realiteit en het is de taak van ons als ouders om onze kinderen hierop voor te bereiden.  Hiermee wil ik niet zeggen dat ik mijn kleuter confronteer met de nieuwsbeelden, maar wel dat ik de essentie ervan met hun bespreek.  Uiteindelijk horen ze rondom hun allerlei ‘vormen’ van het nieuws, en wil je dat ze deze kunnen onderscheiden.  Jezus heeft ons geen totale vrede beloofd.  Hij gaf zelfs aan dat er oorlogen zullen komen.  Het is belangrijk dat onze kinderen dit ook leren.  Leer hun inzien dat de Bijbel werkelijk alles bevat wat wij nodig hebben om als mens te kunnen functioneren.  De wereld bereidt zich stilaan voor op de komst van Jezus.  En oorlogen en geruchten zijn signalen hiervan.  Hoe vroom de kaarsjes en opmarsen ook zijn, en ze zijn op zich niet verkeerd, maar ze brengen geen (blijvende) vrede.  Hooguit een kort gevoel van rust dat weer even snel verdwijnt als dat het werd opgewekt.  We leven in een harde wereld, rust je kinderen dan ook toe met een realistisch wereldbeeld.  Te veel kinderen lijken te leven in de wereld van hun spelletjes, maar vroeg of laat wordt deze luchtbel doorprikt door een of andere omstandigheid.  Bereid hun hier dan ook op voor door geregeld bepaalde actualiteiten uit het nieuws te halen en met hun te bespreken.  Dit vormt dan de uitgelezen kans om als ouders aan te geven wat God erover gezegd heeft in Zijn Woord.  Zo worden de kinderen geconfronteerd met de rijkdom en genoegzaamheid van de Bijbel.

Toegerust om te strijden

‘Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen, voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid.’ (1Timotheüs 2:1-2)

Er zijn twee manieren om een strijd aan te gaan, passief en actief.  Maar wanneer je met angst beladen bent, is het afwachten en hopen dat alles goed komt niet echt rustgevend.  Op zulke momenten wil je iets kunnen doen.  Je wilt datgene dat je angst geeft aanpakken.  Zo kunnen kinderen zich ook afvragen wat ‘wij’ kunnen doen aan deze situaties, deze voortdurende dreiging van terrorisme.  Hierbij is het goed om de kinderen als eerst te wijzen op Gods bescherming die Hij heeft gegeven.  Die bescherming is onze overheid.  ‘Zij (de overheid) is immers Gods dienares, u ten goede’ (Rom. 13:4).  Het vechten tegen het terrorisme is niet onze verantwoordelijkheid, maar die van de overheid.  Zij is een ‘instelling van God’, bedoeld om ons te beschermen.  Onze opdracht is dan ook om deze overheid te ondersteunen en aan te moedigen in haar taak.  Ze heeft zeker geen makkelijke opdracht en laat gegarandeerd steken vallen.  Eens zo belangrijk is het dan om de kinderen erop te wijzen dat we voor onze overheid horen te bidden.  Ze heeft wijsheid en inzicht nodig om het land te besturen.  Dat is ook waar Paulus ons toe oproept en hij geeft daarbij ook de uiteindelijke reden: ‘opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid.’  Dus het antwoord op de vraag ‘Papa, wat kunnen wij doen tegen het terrorisme?’, ligt dus meer voor de hand dan we zouden denken.  ‘Bid voor de overheid!’  Wil je een rustig en stil leven hebben?  Begin dan met de overheid aan te moedigen en te ondersteunen door gebed.  Op die wijze worden de kinderen toegerust met een middel om ‘de strijd’ aan te gaan en voelen ze zich niet machteloos.

Nadat mijn kinderen hoorden over de aanslagen, merkten we dat er een bepaalde onrust was en dat de ene vraag na de andere werd gesteld.  We hebben toen ook de tijd genomen om samen aan tafel te gaan zitten.  Daarbij gaven we hun even de ruimte om de harten te luchten en toonden wij als ouders begrip en empathie.  (Het laatste wat je wil wanneer je angstig bent is dat iemand deze angsten weglacht.)  Nadat ‘de druk wat van de ketel was’ hebben we dan heel eenvoudig bovenstaande verzen voorgelezen en samen met hun besproken.   Niet al te gewichtig, net als bij een alledaags tafelgesprek.  Achteraf merkten we dat de kinderen rust hadden gevonden.  Hun vragen waren beantwoord en ze konden de gebeurtenissen een plaats geven.  Niet dat met de vijf bovenstaande punten alles gezegd is, maar het gaf toch alvast enige richting…  Dit artikel is dan ook niets meer dan een klein verslag van een eenvoudige vader die zijn kinderen heeft willen wijzen op de hoop die in hem is zodat ook zij die hoop kunnen vinden.

Bart