Schepping

In het begin schiep God de hemel en de aarde (Gen.1:1)

…En God schiep de mens naar Zijn beeld

…naar het beeld van God schiep Hij hen; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij – ons (Gen.1:27).

Wat van God gekend kan worden is ons bekend omdat God Zelf het ons heeft geopenbaard. Want de dingen van Hem die onzichtbaar zijn, namelijk én Zijn eeuwige kracht én Zijn Goddelijkheid, worden sinds de schepping van de wereld uit Zijn werken gekend en doorzien…

… zodat wij niet te verontschuldigen zijn (Rom.1:20).

Zondeval

Hoewel wij God kennen, verheerlijken of danken we Hem niet als God, maar zijn verdwaasd in onze overwegingen en ons onverstandig hart is verduisterd. Terwijl wij ons uitgeven voor wijzen, zijn wij dwaas geworden, en hebben wij de heerlijkheid van de onvergankelijke God vervangen door een beeld dat lijkt op een vergankelijk mens (Rom.1:21-23).

Wij hebben dubbel kwaad gedaan…

Wij hebben God, de bron van levend water,
verlaten…

En onszelf bakken uitgehakt, lekkende bakken die geen water houden (Jer.2:13).

Wij dwalen allen als schapen, wij keren ons ieder naar zijn eigen weg (Jes.53:6) … eenieder doet wat juist is in zijn ogen (Richt.21:25)… er is niemand rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn wij afgedwaald, samen zijn wij nutteloos geworden (Rom.3:10-12), zonder hoop … en zonder God in de wereld (Ef.2:12).

wij allen vallen af als een blad en onze misdaden voeren ons weg als de wind.

Wij zijn allen als een onreine, al onze rechtvaardige daden zijn als een bezoedeld kleed (Jes.64:6)

… Uit werken van de wet zal niemand voor Hem gerechtvaardigd worden (Rom.3:20).

Toorn

Daarom wordt de toorn van God geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken (Rom.1:18).

Door onze hardheid en ons onbekeerlijke hart hopen we voor onszelf toorn op tegen de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God (Rom.2:5) … Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God (Heb.10:31).

Verlossing

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft – ook toen wij dood waren door de overtredingen (Ef.2:4-5) –Zijn eniggeboren Zoon gegeven… opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft (Joh.3:16).

Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden (1Joh.4:10).

Jezus Christus is het Beeld van de onzichtbare God (Kol.1:15), de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord (Heb.1:3), Hij is de Heilige en Rechtvaardige, de Vorst van het leven (Hand.3:14-15), de Heere der heerlijkheid (1Kor.2:8), het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste (Op.22:13) het vleesgeworden Woord (Joh.1:14) – God met ons (Mat.1:23).

…  en Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld [omdat] de HEERE de ongerechtigheid van ons allen op Hem heeft doen neerkomen (Jes.53:5)…

God heeft het bewijsstuk van onze overtredingen, dat met zijn bepalingen tegen ons gericht was, uitgewist.

Dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen (Kol.2:14).

En zo maakte God Hem Die geen zonde gekend heeft, voor ons tot zonde, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem (2Kor.5:21).

Jezus Christus is gestorven voor onze zonden … Hij werd begraven … en Hij werd op de derde dag opgewekt, overeenkomstig de Schriften (1Kor.15:3-5).

En nadat Hij de reiniging van onze zonden tot stand had gebracht, heeft Hij Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen (Heb.1:3), opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader (Fil.2:10-11).

Nu is de gerechtigheid van God geopenbaard: de gerechtigheid van God door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven. Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus (Rom.3:22-24).

Verzoening

Deze dingen zijn gesproken, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam (Joh.20:31).

Want de Heere Zelf heeft gezegd:

Waarom weegt u geld af voor wat geen brood is,
en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan (Jes.55:2)?   Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben… Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen. En dit is de wil van de Vader, dat ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag (Joh.6:35-40).

Met dank aan Chris Powers – http://www.fullofeyes.com/