Heb ik het moeilijk omdat God mij straft?

mrt 5, 2024

Home 9 Geloofsgroei en heiliging 9 Heb ik het moeilijk omdat God mij straft?
(Leestijd: 22 minuten)

Winter, de periode van snotneuzen, verkoudheden, griep en allerlei andere microbenfestivals. Als vader van een groot gezin is het telkens weer alle moed bijeenrapen om die winter aan te gaan. De eerste signalen van een snotneus luiden vaak een periode van weken, soms zelfs maanden van zieken in huis in. De een geeft de ziekte door aan de ander. En wanneer de ene ziekte bijna helemaal is gepasseerd, staat de volgende weer aan de deur. En zo ook weer deze winter, misschien zelfs nog wat pittiger dan anders. Als ouder vraagt het zowel fysiek als mentaal veel om alles gedraaid te krijgen met voortdurend zieken in huis. Bij momenten doet het je ook afgemat neerzitten met een zucht en je afvragen waarom je hier doorheen moet. ‘Doe ik iets verkeerd?’ of ‘Word ik om een of andere reden gestraft?’ Ergens vreemd, maar bij lijden denken we van nature vaak aan schuld. Er moet een reden zijn waarom je dit meemaakt. ‘Ergens zal je dit wel hebben verdiend’, lijkt zo’n eerste gedachte te zijn.Dat waren de gedachten van Jobs vrienden, en af en toe kwamen ze ook in mijn hoofd op. Hoe bemoedigend was het dan toen ik een opsomming van redenen waarom christenen lijden tegenkwam.* Van de 25 redenen, waren er slechts een handvol die te maken hadden met tuchtiging van de Heer. Alle andere zijn bedoeld om op te bouwen en te versterken:

    Om ons te volharden in geloof

    En dat niet alleen, we laten ons zelfs voorstaan op de ellende die we ondervinden, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt
    (Romeinen 5:3)

    Blijf juist volharden, want als u de wil van God doet, zult u ontvangen wat u beloofd is.
    (Hebreeën 10:36)

    Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid. Als die standvastigheid ook daadwerkelijk blijkt, zult u volmaakt en volkomen zijn, zonder enige tekortkoming.
    (Jakobus 1:3-4)

    Om ons blijdschap te geven

    Zijn woede duurt een oogwenk, zijn liefde een leven lang. Met tranen slapen we ’s avonds in, ’s morgens staan we juichend op.
    (Psalm 30:6)

    Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich. Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad, zal thuiskomen met gejuich, dragend de volle schoven.
    (Psalm 126:5-6)

    Om ons te versterken

    Je kunt beter droevig zijn dan vrolijk, want bij een droevig gezicht maakt het hart het goed.
    (Prediker 7:3)

    Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, die u geroepen heeft om in Christus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister, Hij zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet zult wankelen.
    (1 Petrus 5:10)

    Om een leven van vrede en gerechtigheid voort te brengen

    Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar wie erdoor gevormd is plukt er op den duur de vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid.
    (Hebreeën 12:11)

    Om satan tot zwijgen te brengen

    De satan antwoordde de HEER: ‘Zou Job werkelijk zonder reden zoveel ontzag voor God hebben? U beschermt hem immers, evenals zijn gezin en alles wat hem toebehoort. U hebt het werk dat hij doet gezegend, zodat zijn bezit zich steeds meer uitbreidt. Maar als U uw hand naar hem uitstrekt en aantast wat hem toebehoort, zal hij U ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken!’ Toen zei de HEER tegen hem: ‘Luister, met alles wat van hem is mag je doen wat je wilt, maar raak Job zelf niet aan.’ Hierop vertrok de satan… Toen stond Job op, hij scheurde zijn kleren, schoor zijn hoofd kaal en wierp zich ter aarde. En hij zei: ‘Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen, naakt zal ik tot de aarde terugkeren. De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.’ Ondanks alles zondigde Job niet en maakte hij God geen enkel verwijt.
    (Job 1:9-12, 20-22)

    Om ons te onderwijzen

    Voor ik vernederd werd, tastte ik mis, nu houd ik mij aan uw woord.
    (Psalm 119:67)

    Het was goed voor mij dat ik vernederd werd,zo leerde ik uw wetten kennen.
    (Psalm 119:71)

    Om ons leven te zuiveren

    Maar Hij kent de wegen die ik kies; als Hij me toetste, zou ik puur als goud zijn.
    (Job 23:10)

    U hebt ons beproefd, o God, ons gezuiverd, gezuiverd als zilver.
    (Psalm 66:10)

    De smeltkroes toetst het zilver, de oven toetst het goud, de HEER toetst het mensenhart.
    (Spreuken 17:3)

    Ik zal me tegen je keren, grondig als met loog zuiver Ik je zilver, al je vuil verwijder Ik.
    (Jesaja 1:25)

    Ik zal je louteren, maar niet als zilver, in de smeltoven van de ellende zal Ik je beproeven.
    (Jesaja 48:10)

    Verheug u hierover, ook al moet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst – en zo verwerft u lof, eer en roem wanneer Jezus Christus zich zal openbaren.
    (1 Petrus 1:6-7)

    Om ons te maken zoals Christus

    Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt.
    (2 Korintiërs 4:7-10)

    Ik wil Christus kennen door de kracht van zijn opstanding te ervaren, door te delen in zijn lijden en aan Hem gelijk te worden in zijn dood, in de hoop ook zelf uit de dood op te staan.
    (Filippenzen 3:10-11)

    Onze aardse vaders berispten ons maar voor korte tijd en naar eigen goeddunken, maar Hij berispt ons voor onze eigen bestwil, om ons te laten delen in zijn heiligheid.
    (Hebreeën 12:10)

    Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks. Hoe meer u deel hebt aan Christus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, en des te uitbundiger zal uw vreugde zijn wanneer zijn luister geopenbaard wordt.
    (1 Petrus 4:12-13)

    Om God te verheerlijken

    Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden, en je zult Mij eren.’
    (Psalm 50:15)

    In het voorbijgaan zag Jezus iemand die al vanaf zijn geboorte blind was. Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ ‘Hij niet en zijn ouders ook niet,’ was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.
    (Johannes 9:1-3)

    Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp waar Maria en haar zus Marta woonden – dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer. De zussen stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’ Toen Jezus dit hoorde zei Hij: ‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.’
    (Johannes 11:1-4)

    Werkelijk, Ik verzeker je, toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ Met deze woorden duidde Hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God. Daarna zei Hij: ‘Volg Mij.’
    (Johannes 21:18-19)

    Het is mijn stellige hoop en verwachting dat ik mij nergens voor zal hoeven te schamen. Integendeel, ik zal net als altijd in alle openheid spreken, zodat Christus ook bij alles wat ik nu meemaak zal worden geëerd, of ik nu in leven blijf of moet sterven. Want voor mij is leven Christus en sterven winst.
    (Filippenzen 1:20-21)

    Om ons nederig te maken

    Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. Ik heb de Heer driemaal gesmeekt ervoor te zorgen dat hij bij me wegging. Zijn antwoord was: ‘Je hebt genoeg aan mijn genade, want mijn kracht openbaart zich juist ten volle wanneer iemand zwak is.’ Dus laat ik me veel liever voorstaan op mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen. Daarom schep ik vreugde in mijn zwakheden, in beledigingen, nood, vervolging en ellende die ik onderga omwille van Christus. In mijn zwakheid ben ik sterk.
    (2 Korintiërs 12:7-10)

    Om ons tot berouw en inkeer te brengen

    Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER: weer begonnen ze de Baäls en Astartes te vereren, en ook de goden van Aram, Sidon en Moab en de goden van de Ammonieten en de Filistijnen. Ze keerden de HEER de rug toe en dienden Hem niet meer. De HEER ontstak in woede en leverde hen uit aan de Filistijnen en de Ammonieten… Toen zeiden de Israëlieten tegen de HEER: ‘Wij hebben gezondigd. Doe met ons wat U goeddunkt, alleen, bevrijd ons nog deze ene keer.’ En ze deden de vreemde goden weg en dienden de HEER. Toen kon de HEER niet langer aanzien hoe moeilijk Israël het had.
    (Richteren 10:6-7, 15-16)

    Lange tijd hebben de Israëlieten zonder de ware God geleefd, zonder priesters om hun de wet uit te leggen, zonder onderricht. Pas in hun rampspoed keerden ze terug naar de HEER, de God van Israël; ze hebben Hem gezocht en Hij heeft zich door hen laten vinden.
    (2 Kronieken 15:3-4)

    Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik, de hele dag. Zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht, mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte. Toen beleed ik U mijn zonde, ik dekte mijn schuld niet toe,
    ik zei: ‘Ik beken de HEER mijn ontrouw’ – en U vergaf mij mijn zonde, mijn schuld.
    (Psalm 32:3-5)

    Ik ga terug naar de plaats waar Ik woon, totdat ze voor hun daden geboet hebben en Mij weer gaan zoeken. Door de nood gedreven zullen ze weer naar Mij vragen. ‘Kom, laten wij teruggaan naar de HEER! Hij heeft ons verscheurd, Hij zal ons genezen; de hand die sloeg, zal ons verbinden.
    (Hosea 5:15-6:1)

    Om ons te straffen voor onze zonde

    Mijn zoon, een berisping van de HEER mag je nooit terzijde schuiven, zijn bestraffing moet je zonder afschuw ondergaan, want de HEER straft wie Hij liefheeft, als een vader die van zijn kinderen houdt.
    (Spreuken 3:11-12)

    Als we onszelf zouden toetsen, zouden we niet worden veroordeeld. Maar nu velt de Heer zijn oordeel over ons en wijst Hij ons terecht, opdat we niet straks samen met de wereld zullen worden veroordeeld.
    (1 Korinthiërs 11:31-32)

    Maar als u lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet en draag uw lot tot Gods eer. Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen. Als het bij ons begint, hoe zal het dan aflopen met hen die weigeren het evangelie van God te gehoorzamen?
    (1 Petrus 4:16-17)

    Iedereen die Ik liefheb wijs Ik terecht en bestraf Ik. Zet u dus volledig in en kom tot inkeer.
    (Openbaring 3:19)

    Om ons te bevestigen als Gods kinderen

    Kennelijk bent u de bemoediging vergeten die tot u als tot kinderen wordt gericht: ‘Mijn zoon, je mag een vermaning van de Heer nooit terzijde schuiven en nooit opgeven als je door Hem terechtgewezen wordt, want de Heer berispt wie Hij liefheeft, straft elk kind waarvan Hij houdt.’ Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen. Welk kind wordt niet door zijn vader berispt? Maar als u die leerschool niet doorloopt zoals alle anderen vóór u, dan bent u geen kinderen, maar bastaards.
    (Hebreeën 12:5-8)

    Om ons af te remmen en in God te berusten

    Daarom zal ik verder zwijgen, nu vind ik troost voor mijn kommervol bestaan.
    (Job 42:6)

    HEER, niet trots is mijn hart, niet hoogmoedig mijn blik, ik zoek niet wat te groot is voor mij en te hoog gegrepen. Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind, de borst ontwend, stil op de arm van zijn moeder, zo is mijn ziel in mij.
    (Psalm 131:1-2)

    Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.”
    (Lukas 15:18)

    Om ons God te doen zoeken

    Roep ik in mijn nood tot de HEER, Hij geeft mij antwoord.
    (Psalm 120:1)

    HEER, in onze nood hebben wij U gezocht; toen U ons tuchtigde, klonk ons fluisterend smeken.
    (Jesaja 26:16)

    Om ons tot een voorbeeld te maken voor anderen

    Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.
    (2 Korintiërs 1:3-4)

    Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt. Worden we bemoedigd, dan is het opdat u de moed krijgt te volharden in hetzelfde lijden als wij ondergaan.
    (2 Korintiërs 1:6-7)

    Als dienaren van God bevelen wij onszelf juist aan door altijd in alles te volharden: in tegenspoed, nood en ellende, onder lijfstraffen, in gevangenschap en onder volkswoede, onder zware inspanningen, slaapgebrek en honger, door oprechtheid en kennis, door geduld en vriendelijkheid, door de gaven van de heilige Geest en ongeveinsde liefde, door de verkondiging van de waarheid en de kracht van God.
    (2 Korintiërs 6:4-7)

    U hebt ons nagevolgd, en daarmee de Heer: onder zware beproevingen hebt u de boodschap van het evangelie ontvangen met de vreugde van de heilige Geest. Zo bent u een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje.
    (1 Thessalonicenzen 1:6-7)

    Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, omwille van u, en heeft u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem die geen enkele zonde beging en nooit bedrieglijke taal sprak.
    (1Petrus 2:21)

    Om anderen de mogelijkheid te geven om te dienen

    Bekommer u om de noden van de heiligen en wees gastvrij.
    (Romeinen 12:15)

    Draag elkaars lasten, zo brengt u de wet van Christus tot vervulling.
    (Galaten 6:2)

    Laten we op elkaar letten en elkaar aansporen tot liefde en goede daden.
    (Hebreeën 10:24)

    Om ons het Evangelie te laten verspreiden

    Welnu, Heer, sla ook nu acht op hun dreigementen en stel ons, uw dienaren, in staat om vrijmoedig uw boodschap te verkondigen door ons bij te staan, zodat zieken genezing vinden en er tekenen en wonderen gebeuren in de naam van Jezus, uw heilige dienaar.’ Toen ze hun gebed beëindigd hadden, begon de plaats waar ze bijeen waren te beven, en allen werden vervuld van de heilige Geest en verkondigden de boodschap van God vrijmoedig.
    (Handelingen 4:29-31)

    Nog diezelfde dag brak er een hevige vervolging los tegen de gemeente in Jeruzalem, zodat allen verspreid werden over Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen… Degenen die verdreven waren, trokken rond en verkondigden het woord van God.
    (Handelingen 8:1,4)

    U moet weten, broeders en zusters, dat wat mij is overkomen er juist toe bijdraagt dat het evangelie wordt verspreid.
    (Filippenzen 1:12)

    Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen; erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden.
    (1Petrus 3:14-15)

    Om ons meer dan overwinnaars te maken

    God zij gedankt dat Hij ons, die één zijn met Christus, in zijn triomftocht meevoert en dat Hij overal door ons de kennis over Hem verspreidt als een aangename geur.
    (2 Korintiërs 2:14)

    Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard? Er staat geschreven: ‘Om U worden wij dag na dag gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.’ Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij Hem die ons zijn liefde heeft bewezen.
    (Romeinen 8:35-37)

    Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht. Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Met de dood voor ogen hechtten ze niet aan het leven.
    (Openbaring 12:10-11)

    Om ons Gods karakter nog beter te kennen

    Ik héb U horen spreken, en nu heb ik gezien wie U bent.
    (Job 42:5)

    Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.
    (Romeinen 8:18)

    Om ons dichter bij God te brengen

    De HEER hoort de kreten van de rechtvaardigen, Hij bevrijdt hen uit de nood. Gebroken mensen is de HEER nabij, Hij redt wie zwaar wordt getroffen.
    (Psalm 34:18-19)

    Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust.
    (1 Petrus 4:14)

    Dus laat ik me veel liever voorstaan op mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen. Daarom schep ik vreugde in mijn zwakheden, in beledigingen, nood, vervolging en ellende die ik onderga omwille van Christus.
    (2 Korintiërs 12:10)

    Om ons voor te bereiden om vrucht te dragen

    Werkelijk, Ik verzeker u, als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft brengt hij veel vruchten voort.
    (Johannes 12:24)

    Om ons een beloning te verschaffen

    Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.
    (Matteüs 5:10-12)

    Daarop zei Petrus: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Welk vooruitzicht hebben wij dan?’ Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in majesteit zetelt op zijn troon, zullen ook jullie die Mij gevolgd zijn plaatsnemen op twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël. En ieder die broers of zussen, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven.
    (Matteüs 19:27-29)

    De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. En als we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen: erfgenamen van God, samen met Christus. Want wij delen in zijn lijden om ook met Hem te kunnen delen in Gods luister. Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.
    (Romeinen 8:16-17)

    En de geringe last die we tijdelijk te dragen hebben, brengt ons een eeuwige luister, die alles omvat en alles overtreft.
    (2 Korintiërs 4:17)

    Om ons voor te bereiden op Gods koninkrijk

    Wij spreken dan ook in de gemeenten van God vol trots over uw standvastigheid en trouw onder de vervolgingen en onderdrukking die u moet doorstaan. Ze zijn het bewijs dat God rechtvaardig oordeelt wanneer Hij u zijn koninkrijk, waarvoor u nu lijdt, waardig acht.
    (2 Thessalonicenzen 1:4-5)

    Als wij volharden, zullen we ook met Hem heersen.
    (2 Timoteüs 2:12)

    Wie overwint zal samen met Mij op mijn troon zitten, net zoals Ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit.
    (Openbaring 3:21)

    Om ons te leren vertrouwen op Gods soevereiniteit

    En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.
    (Romeinen 8:28)

    U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: Hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.
    (1 Korintiërs 10:13)

    U hebt ons beproefd, o God, ons gezuiverd, gezuiverd als zilver, ons in een vangnet gedreven, ons een zware last op de schouders gelegd. Strijdwagens zijn over ons heen gereden, wij zijn door vuur en door water gegaan,
    maar U bracht ons naar een land van overvloed.
    (Psalmen 66:10-12)

    Maar blijf kalm en maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben en dat ik hier ben terechtgekomen, want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden. Er heerst nu al twee jaar hongersnood in het land, en ook de komende vijf jaar zal er niet geploegd of geoogst worden. God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde Hij veel levens redden. Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd, maar God; door Hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte.
    (Genesis 45:5-8)

    Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd, om te bewerken wat er nu gebeurt: dat een groot volk in leven blijft.
    (Genesis 50:20)

    Wanneer je het moeilijk hebt, is het goed om even na te gaan of je zelf een aandeel hebt hierin. Soms is het simpelweg een kwestie van oorzaak en gevolg. Als er niet meteen een oorzaak te vinden is, dan kun je vertrouwen op Gods voorzienigheid en ervan uitgaan dat de Heer aan het werk is in jouw leven. Waarom en hoe? Dat is niet altijd noodzakelijk om te weten, en God hoeft ons daar niet altijd een antwoord op te geven. “Mijn genade is jou genoeg,” zou Hij kunnen zeggen, en daarbij verwijzen naar Zijn Zoon, Jezus Christus, die zelf zei:

    “Een leerling staat niet boven zijn leermeester en een slaaf niet boven zijn heer. Voor een leerling is het voldoende dat hij wordt als zijn leermeester, en voor een slaaf als zijn heer.”

    Jezus werd beproefd, en dus ook iedereen die in Hem gelooft. Maar deze beproevingen zijn niet zinloos; ze dienen verschillende goede doeleinden die jouw Vader voor ogen heeft.

    Volhouden dus, met je ogen op Jezus Christus en zijn liefde gericht!

    * Opsomming grotendeels overgenomen uit Wilmington’s Book of Bible Lists.

    Translate »