“De Bijbel, een boek dat eigenlijk op geen enkele boekenplank mag ontbreken, … het is inspirerend voor iedereen” stond geschreven op een kinderbijbel die ik onlangs kreeg. Op het eerste zicht lijken er geen graten te zitten in deze uitspraak. Totdat volgende uitspraak in diezelfde kinderbijbel naar voren komt: “Je weet waarschijnlijk wel dat in de tijd waarin het Eerste Testament werd geschreven, de wetenschap nog niet erg ver was: men dacht bijvoorbeeld dat de aarde plat was en dat de zon om de aarde draaide. Op ingewikkelde vragen kon men geen antwoord geven… Daarom heeft men verhalen bedacht die hierop een antwoord kunnen geven… de personen die erin voorkomen hebben echt bestaan. Hoewel er soms ook dingen geschreven staan die men bedacht heeft om het verhaal duidelijker te maken.” Hoe kan het nu dat iemand enerzijds zo pleit voor de Bijbel als zijnde onmisbaar en inspirerend en anderzijds datzelfde boek zo ongeloofwaardig maakt?

De verklaring hiervoor vinden we bij het beeld dat men heeft over de inspiratie van de Bijbel, de manier waarop de inhoud en de woorden van de Bijbel werden bepaald.

Dwaalleren omtrent de inspiratie van de Bijbel

Sommigen zien de Bijbel als een boek dat niet perse schrijft over wie God is, maar hoe God werkte doorheen de mens indertijd.  God openbaart zich volgens hun niet in feiten of geschreven woorden maar eerder in de belevingswereld van de mens.  God openbaart zich in de ervaringen van de mens.  In de Bijbel vinden we dan terug hoe de mensen indertijd God ervoeren.  Volgens hun is de Bijbel niet meer dan een subjectieve weergave van het beeld van God dat de mens indertijd had.  Een logisch gevolg hiervan is dat er getornd wordt aan het objectieve en verstandelijk beredeneerbare aspect van Gods Woord.  Bij het lezen van de Bijbel moeten we op zoek gaan naar de boodschap tussen de letters en ons niet te veel richten op de letters zelf.  De Bijbel is voor hun inspirerend omdat het laat zien hoe de vroegere mens bepaalde vragen en gebeurtenissen inkleurde.  De Bijbel geeft dus een mogelijke opvatting over deze dingen weer (die hun opvatting kan verrijken). De Bijbel is als het ware een dagboek waarin verschillende personen hun belevingen met God hebben geuit.

Anderen zien de Bijbel eerder als een door mensen gemaakt verslag van Gods openbaring gedurende een bepaalde periode in de geschiedenis.  Door mensen gemaakt, dus zeker niet foutloos.  God openbaarde zich volgens hun wel door gebeurtenissen en feiten, maar deze werden naderhand door mensen opgeschreven.  Vele gebeurtenissen in de Bijbel, zoals de uittocht in Exodus en de opstanding van Christus gebeurden daardoor volgens hun niet perse zoals de Bijbel deze beschrijft. Ze geven enkel weer hoe de mensen geloofden dat hetgeen ze zagen gebeurde.  De Bijbel is voor hun inspirerend omdat het laat zien hoe God zich in de geschiedenis openbaarde, maar het blijft aan de mens om te onderscheiden wat er nu werkelijk gebeurde en wat niet.  De Bijbel is als het ware een verhalenboek dat ingekleurd werd door de beperkte wetenschappelijke kennis van die tijd.  Hoe meer we groeien in onze kennis van de wetenschap, hoe meer we kunnen onderscheiden wat nu wel en wat niet kan zijn gebeurd.

Je vertrekpunt bepaalt je conclusie!

Als een van bovenstaande (dwaal)theorieën je vertrekpunt is bij het benaderen van de Bijbel wordt het moeilijk om de Bijbel ‘inspirerend’ te blijven vinden.  De geschiedenis wordt enkel groter en groter en de ervaringen, belevingen en kennis van de mens blijven toenemen.  Geen wonder dat de Bijbel al in zovele kerken ondergesneeuwd is geraakt, geen wonder dat er zoveel in de war geraakte Christenen rondlopen die niet meer weten van welk hout pijlen te maken.  Logisch dat spreken over ‘het gezag’ van de Bijbel voor velen zo vreemd klinkt.  Als de Bijbel niet meer is dan een subjectieve belevingsrapportage van enkele personen en dus geen objectieve maatstaf is, is het niet meer dan een van de zovele spirituele boeken die de ronde doen.  Anderzijds, als de Bijbel niet meer is dan een weergave van hoe bepaalde personen een reeks gebeurtenissen trachten te verklaren en weer te geven, is de Bijbel niet meer dan een droge, beperkte en door mensen ingekleurde  weergave van feiten en hoort het behandelt te worden als eender ander geschiedkundig boek.

Ook al trachten beide theorieën God te koppelen met de Bijbel en beweren ze dat God werkt doorheen deze woorden, ze verkondigen een dwaalleer die we moeten verafschuwen en waarvan de eventuele gevolgen voor de gelovigen desastreus zijn. Denk maar aan het aantal Christenen dat twijfelt of het scheppingsverhaal letterlijk hoort genomen te worden of niet?  Werd de aarde geschapen in 6 dagen?  Schiep God de mens op één dag?  Of wat met al die wilde theorieën die er rondzwerven rondom bepaalde gebeurtenissen in de Bijbel.  Is de gebeurtenis in Babel werkelijk de grondslag van al onze verschillende talen?  Sloeg Simson echt duizend man met één ezelskaak neer?  Heeft Jona letterlijk ooit in de buik van een vis gezeten? Splitte de Rode Zee werkelijk in twee? Vielen de muren van Jericho door het marcheren van de Israëlieten?  Liep Jezus op het water?  At de hele schare mensen van vijf broden en twee vissen? Is Jezus werkelijk terug opgestaan uit de dood?  Op al die vragen bestaan er ‘wetenschappelijke’ theorieën en bedenksels die simpelweg de getrouwheid en het gezag van de Bijbel ondermijnen.  Allemaal vloeien ze voort uit dwaalleren omtrent de inspiratie van de Bijbel.

Inspiratie van de Bijbel volgens de Bijbel

blazen windWat is dan wel een juist beeld van ‘inspiratie’?  Waar ligt de basis voor het beschouwen van de Bijbel als het gezaghebbend Woord van God?  Waar baseert men zich op als men durft stellen dat de oorspronkelijke geschriften die de Bijbel bepaalden foutloos en nauwkeurig waren?  Er zijn verschillende manieren om deze stellingen te onderbouwen.  We kunnen bijvoorbeeld nagaan hoe Jezus omging met de Schriften.  We kunnen ook de wonderlijke samenhang van alle boeken benadrukken.  We kunnen de (vervulde) profetieën aanhalen.  We kunnen de invloed van dit boek bij de mensen bewijzen.  Maar we kunnen ook simpelweg onderzoeken wat dit Boek er zelf over schrijft.

“Al de Schrift is van God ingegeven” (2Tim.3:16, SV)
“Elke schrifttekst is door God geïnspireerd” (2Tim.3:16, NBV)

Dit vers spreekt over de inspiratie (of het ingeven) van de Schrift door God.  Wat wordt hier nu mee bedoeld?  Wat betekend het als dit vers zegt dat ieder boek van de Bijbel (in de context wordt verwezen naar het O.T., maar het principe slaat eveneens op het N.T.) door God ingegeven of geïnspireerd is?  Voor hierop te antwoorden lijkt het me goed even te benadrukken wat het niet betekent.

  • Het betekent niet dat de Bijbel ‘inspirerend’ is (alhoewel dit waar is, is dit is niet wat de tekst hier bedoeld).
  • Het betekent niet dat God inspireert doorheen de tekst.
  • Het betekent niet dat enkel de grote lijnen in de Bijbel geïnspireerd zijn, maar niet de details.
  • Het betekent niet dat enkel de schrijvers geïnspireerd werden, maar niet de tekst.

Het woord ‘geïnspireerd’ (NBV) of ‘ingegeven’ (SV, NBG) is de vertaling van het Griekse woord ‘theopneustos’, wat letterlijk vertaalt betekent: “God blazen” of “van God uitgeblazen”.  Al de Schrift werd dus voortgebracht door de levenswekkende adem van God, is uit Hem afkomstig en door Hem gesproken. De schrijvers van de Bijbel werden gegrepen door het initiatief van de Here en gedragen door Zijn onweerstaanbare kracht, die niet de Schriften in iemand of iets inblies, maar die ze rechtstreeks uit Zijn mond deed voortkomen.  Als we de Schrift, de Bijbel, dus lezen, lezen we ware woorden van God zelf.  Hij spreekt niet slechts in en door de Schrift, Hij spreekt de Schrift.  Het lezen van de Bijbel is dus eigenlijk het luisteren naar de woorden die God tot je spreekt.  Dat is wat deze tekst bedoelt met inspiratie.

Maar hoe zit het dan met de schrijvers van de Bijbel?

Dit is een terechte opmerking!  Het zou verkeerd zijn om de inspiratie van de Bijbel volledig aan God toe te schrijven en daarbij de menselijke schrijvers te ontzien.  God gebruikte de schrijvers niet als passieve schrijfmachines die zonder nadenken door God gedicteerde woorden opschreven (zoals volgens de moslims de Koran is ontstaan).  Moest dit zo zijn geweest had de gehele Bijbel eenzelfde schrijfstijl, wat duidelijk niet het geval is.  Het antwoord op deze vraag vinden we… in de Bijbel natuurlijk!

“want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken” (2Pet.1:21).

De Bijbelse inspiratie is dus dat werk van de Heilige Geest waardoor Hij op bovennatuurlijke wijze de menselijke geest van de schrijvers van de Bijbel vervulde en hen zo leidde en bestuurde, dat er een onfeilbaar en geïnspireerd werk ontstond, een boek van God, waarmee de Geest van God voor altijd onlosmakelijk verbonden blijft.  Toch liet Hij hierbij de schrijvers hun persoonlijk karakter in het schrijven behouden.  Ook dat bewijst de almacht van God als Hij aantoont dat Hij een volledig door mensen geschreven boek, volledig overeen laat komen met Zijn woorden.

De Bijbel is dus letterlijk Gods (geschreven) Woord naar de mens!  Zo moet het ook benadert worden, zo moet het ook onderzocht worden.  Dit wil dan ook zeggen dat het gezaghebbend is en naar ons gericht.  Wat het zegt of beschrijft is juist en hoort gehoorzaamd te worden.  Wat het belooft, zijn rechtstreekse beloften van God, waar het voor waarschuwt zijn levensbelangrijke waarschuwingen die van God komen.

Twijfelen aan de Bijbel, haar inhoud of woorden is rechtstreeks twijfelen aan God.  Ongehoorzaam zijn aan de Bijbel, is ongehoorzaam zijn aan God.  Dingen weglaten uit de Bijbel, is het rechtstreeks verloochenen van God.  God liefhebben, is Zijn Woord liefhebben.  Niet graag in de Bijbel lezen, is niet graag naar Hem luisteren.

De Bijbel is ons niet geven om enkel te groeien in kennis, maar vooral in ontzag voor Hem!  Niet zomaar een boek, maar Zijn Woord(en)!  Begrijp je nu het gewicht van de uitdrukking “Er staat geschreven…”?!

Sola Scriptura

Inspiratie is dus de beslissende invloed die de Heilige Geest uitoefende op de schrijvers van het Oude en het Nieuwe Testament, opdat zij op een juiste en authentieke wijze de boodschap zoals ze die van God hadden ontvangen zouden verkondigen en opschrijven.

Deze invloed heeft hen geleid, zelfs in het gebruik van hun woorden, om hen voor iedere vergissing en nalatigheid te behoeden. Een dergelijke inspiratie werd eveneens aan de Bijbelschrijvers verleend met betrekking tot gebeurtenissen of feiten die hun reeds bekend waren zonder een speciale openbaring, opdat zij deze zouden vertellen zoals God dat wilde.