Een eenheid die gezien wordt

dec 20, 2023

Home 9 Geloofsgroei en heiliging 9 Een eenheid die gezien wordt
Leestijd: 7 minuten

Een praktische overdenking van Jezus’ gebed voor eenheid onder christenen.

Stel je eens een jonge vrouw voor die nog nooit in aanraking is gekomen met enige vorm van geloof. Op een avond scrolt ze doelloos door haar tablet. Allerlei filmpjes en foto’s passeren de revue, totdat haar oog valt op een afbeelding met het volgende citaat:

Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in Mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden. (Jezus, Johannes 17:20)

Even stopt ze met scrollen, overdenkt de woorden en gaat niet veel later naar bed. De volgende ochtend begint zoals altijd, alleen blijven de woorden van Jezus nagalmen. Ze vraagt zich af wie de mensen zijn die in Jezus geloven. Zonder vooroordelen gaat ze in haar omgeving op zoek naar mensen die op de een of andere manier verbonden zijn met Jezus. Tot haar grote verbazing ontdekt ze dat er in de stad waar ze woont verschillende groepen zijn die beweren in Jezus te geloven. Elk vormt een aparte kerk. Langzamerhand leert ze enkele mensen uit elke groep kennen. Ze is diep onder de indruk van deze mensen en hoe ze hun vertrouwen op Jezus stellen. Zelfs hun denken en handelen worden beïnvloed door Jezus. Er is echter één ding dat haar verwondert. Als al deze mensen in dezelfde Jezus geloven, waarom kennen ze elkaar dan nauwelijks of niet, en vormen ze gesloten groepen? Opnieuw denkt ze aan de woorden van Jezus die ze eerder las en vraagt zich af wat ‘één zijn’ dan precies betekent. Wat zou haar antwoord hierop zijn?

Eenheid in God én met elkaar

Voor er überhaupt sprake was van de Kerk, bad Jezus al voor haar ‘één zijn’. Maar wat bedoelde Hij hier dan mee? Hijzelf verduidelijkte deze woorden door eraan toe te voegen: ‘zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn.’ Met andere woorden, Jezus bad dat wij, net zoals de onderlinge relatie tussen de Vader, de Zoon (en de Geest), ook onderling verbonden zouden zijn. De eeuwige God, bestaande uit drie verschillende Personen die toch één in wezen zijn. Drie Personen met elk hun unieke eigenschappen die in complete harmonie functioneren, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat zo’n eenheid mogelijk is voor ons als christenen die sterk kunnen verschillen, maar Jezus dacht hier anders over. Onze eenheid en verbondenheid vinden we dan ook niet in elkaar, maar in God zelf. Want in Hem ontmoeten we elkaar. Dat wil ook zeggen dat onze verbondenheid met God geen vorm kan krijgen zonder alle andere mensen die in die God leven. Cyprianus, een vroeg-christelijke schrijver uit de 3e eeuw, verwoordde dit als volgt:

Hoewel de Kerk van Jezus Christus op veel verschillende plaatsen te vinden is, is ze één Kerk, niet vele. Immers, er zijn veel zonnestralen, maar slechts één zon. Een boom heeft vele takken, elk iets verschillend van de anderen, maar allemaal putten ze hun kracht uit één bron. Veel beekjes kunnen van een heuvel stromen, maar ze ontspringen allemaal aan dezelfde bron. Op precies dezelfde manier behoort elke lokale gemeente tot één ware Kerk. (Cyprianus 200-258 n.C.)

Alle mensen die in Christus geloven en Hem volgen, zijn met elkaar verbonden, zelfs als ze zich hier niet altijd bewust van zijn en er vaak niet naar handelen.

Eenheid in de vroege Kerk

Waarom is het zo moeilijk om die eenheid vorm te geven? Al vanaf het begin van de Kerk vertoonden christenen de neiging om zich tegen elkaar af te zetten (1 Korintiërs 10:10-13). Het duurde dan ook niet lang voordat de eerste gezamenlijke geloofsbelijdenis werd opgesteld, die we nu kennen als ‘de Apostolische Geloofsbelijdenis’. Hierin werd de onderlinge eenheid van alle christenen geformuleerd als:

Ik geloof in de Heilige Geest; de heilige katholieke (= algemene of universele) kerk, de gemeenschap van de heiligen…

De vroege Kerk besefte al snel dat het belangrijk was om sterk te benadrukken dat de christenen in Christus één lichaam vormen, waarin ze als lichaamscellen functioneren en met elkaar verbonden zijn. Weinig christenen zullen ontkennen dat ze onderling één zijn in Christus binnen hun denominatie of theologische overtuiging. Echter, buiten deze geloofsgemeenschap gedragen ze zich vaak als stiefbroers en -zussen. Ze hebben weliswaar dezelfde Vader, hoewel sommigen dat ook in twijfel durven trekken, maar houden verder afstand. De basis van deze houding naar elkaar ligt deels in ons begrip van eenheid.

Eenheid die leidt tot verdeeldheid

Hoewel het hart van Jezus sterk verlangt dat we onze onderlinge eenheid in Hem tot uiting brengen, zijn niet alle vormen van eenheid een weerspiegeling van Gods samenbindende eenheid. Sommige vormen van eenheid kunnen zelfs verdeeldheid veroorzaken!

Unanimiteit – Eenheid door één van denken

Bij deze vorm van eenheid wordt verondersteld dat we het over alles eens moeten zijn om met elkaar te kunnen blijven optrekken. Op één of meerdere punten van mening verschillen wordt gezien als een bedreiging of zelfs een hindernis om elkaar als broers en zussen in Christus te omarmen. Het probleem hierbij is dat men ervan uitgaat de volledige waarheid in pacht te hebben en geen ruimte kan laten voor andere benaderingen of leerstellingen waar men op het eerste gezicht niet in mee kan. Maar kunnen wijzelf bepaalde blinde vlekken hebben of zijn er gebieden in onze theologie of kennis van God waar bepaalde facetten ontbreken of onvolledig zijn? Waren wij bij onze bekering toegerust met een volmaakte kennis van God, of begon toen pas de zoektocht naar wie deze ondoorgrondelijke en oneindige God is?

Ik geloof dat een echte, liefdevolle relatie, stevig geworteld in het goede nieuws van Jezus Christus, verschillende opvattingen over veel leerstellige kwesties kan verdragen. En dat wij, net zoals wij God vragen om geduld te hebben met ons ongeloof (cf. Marcus 9:24), ook geduld kunnen hebben naar elkaar.

Het is door zulke relaties dat Gods liefde in ons vorm kan krijgen en we facetten van God leren kennen die anders verborgen waren gebleven door onze bekrompenheid.

Uniformiteit – Eenheid door één van doen

Deze eenheid ontstaat door de manier waarop we ons geloof belichamen. De overeenkomsten in hoe het geloof vorm krijgt in het dagelijks leven of hoe de kerk gestalte krijgt, bepalen in welke mate we met elkaar verbonden zijn. Hoewel deze vorm van eenheid vroom lijkt, leidt deze ook tot verdeeldheid. Uiteindelijk worden andere gelovigen beoordeeld en geclassificeerd op basis van hun handelingen. Het probleem dat hierin schuilt is dat veel principes uit de Schrift worden omgevormd tot starre regels met slechts één toepassing. En vanzelfsprekend wordt de eigen toepassing dan als juist beschouwd.

Een principe dat altijd voorop moet staan in ons denken over en handelen naar anderen is: waar Christus ons vrijheid schenkt, moeten we elkaar ook vrijheid geven.

Jezus roept zijn discipelen op verschillende momenten in hun leven en vanuit diverse achtergronden. Elk van hen is uniek gevormd en specifiek uitgerust. Toch zegt Jezus tegen allen hetzelfde: ‘Volg Mij!’ En dan gaan ze op weg. Het lijkt dan ook logisch dat niet iedereen dezelfde weg zal bewandelen en dat er diverse accenten worden gelegd in de keuzes die worden gemaakt.

Uniciteit – Eenheid door één van zijn

Een laatste vorm van verdeelde eenheid is de organisatorische eenheid. Men tracht hierbij de eenheid waarover Christus sprak vorm te geven door een overkoepelende kerkstructuur te creëren die open staat voor een breed scala aan christelijke overtuigingen. Hoewel het verrijkend kan zijn om op te trekken met christenen die verschillen in bepaalde geloofsgebieden, kan de ware eenheid waar Jezus over sprak niet louter een organisatorische eenheid zijn. Alleen al vanwege het geweten op zich. Sommigen kunnen met een vrij geweten omgaan met andersgelovigen, terwijl anderen gebonden zijn door hun geweten. Vanwege hun liefde voor Christus en de inzichten en overtuigingen die ze koesteren, kunnen ze niet in vrijheid als geloofsgenoten wandelen.

Eenheid vereist nederigheid, geduld en liefde, waarmee we elkaar allereerst in Christus erkennen. En daarnaast elkaar aanmoedigen om met onze ogen gericht op Christus en Zijn genade een persoonlijke weg met Hem te blijven bewandelen.

Een geforceerde samenwerking zal uiteindelijk alleen maar de onderlinge verschillen benadrukken. Daarbij is het bouwen aan onderlinge relaties waarin men, in Christus, elkaar in liefde kan verdragen en vergeven de eerste stap om de eenheid vorm te geven zoals Jezus bad, Dat is ‘de samenbindende kracht van de vrede’ waarmee we de eenheid bewaren die de Geest geeft (Efeziërs 4:2-6).

Eenheid als roeping in liefde

Jezus wil dat degenen die in Hem geloven in eenheid leven, zodat de wereld Hem kan zien. Het uitleven van de eenheid onder christenen is niet alleen een hoge roeping maar ook een moeilijke roeping. Sterker nog, het is onmogelijk zonder ‘de hulp van de Geest van Jezus Christus’ (cf. Filippenzen 1:19), want zonder Hem kunnen we niets doen (Johannes 15:5). Maar zo hoort het te zijn. Want eenheid gaat niet over het vervullen van onze idyllische verwachtingen zoals unanimiteit, uniformiteit of uniciteit, maar over het tonen van de realiteit van de verlossende, heiligende liefde van God.

Eenheid zal vaak niet gemakkelijk of comfortabel zijn. Het zal vereisen dat wij, geleid door de Heilige Geest, actief in liefde wandelen want ‘dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt’ (Kolossenzen 3:14). Elkaar, over kerkmuren heen, zien en omarmen als kinderen van de Heer, opgenomen in Gods huisgezin door ons geloof in Jezus Christus (Johannes 1:12). Waar wij zo als broers en zussen bijeen wonen, ‘daar geeft de HEER zijn zegen: leven voor altijd’ (Psalm 133).

Translate »