Een methode om te leren wat goed is, is het nagaan wat nu net niet goed is.  Het tegengestelde van gehoorzaamheid is rebellie, het in opstand komen.  Dus om te groeien in gehoorzaamheid, kunnen we best ook eens nagaan wat ons doet groeien in rebellie.  Anderzijds kan het leren begrijpen van rebellie je ook bekwamen om anderen, bijvoorbeeld je kinderen, te helpen groeien in gehoorzaamheid.

Rebellie uit zich ten eerste naar God.  “God, ik wil niet doen wat U van mij vraagt!”  Maar rebellie uit zich ook naar mensen.  “Ik weiger te doen wat mijn baas zegt!” of “Je mag op je hoofd gaan staan, maar ik weiger mijn man te volgen!” of “Neen papa, ik ruim mijn kamer niet op.”  Het verzet tegen bepaald gezag uit zich in alle lagen van de samenleving.  Kinderen, tieners, mannen, vrouwen, echtgenoten, werknemers, werkgevers, kerkgangers, oudsten, allen kunnen zich op een zondige manier verzetten tegen een door God aangewezen autoriteit.

Waar komt die opstand vandaan?  Wat leidt ertoe dat iemand zich rebels gaat gedragen?  We kunnen wel zeggen dat dit ‘menselijk’ is en hoort bij onze natuur, maar als we op zoek gaan naar de wortel van rebellie, komen we een logisch proces tegen.  Niemand wordt ‘plots’ rebels en opstandig.  Opstandigheid is niets meer dan een gevolg van iets voorgaand.  Vaak kan deze weg naar rebellie opgedeeld worden in vijf stappen:

Neerslachtige geest –> Wortel van bitterheid –> Boosheid –> Halsstarrigheid –> Rebellie

 

  1. Neerslachtige geest (–> Gekwetst gevoel)

    “Een neerslachtige geest, wie kan die opbeuren?” (Spreuken 18:14b)

    Een neerslachtige geest is een verslagen geest.  Een geest die zich gegeseld voelt en moedeloos is geworden.  Het prille begin van rebellie vinden we in een gekwetst of beledigd gevoel.  “Dit was niet fijn, dat deed pijn.”  Je voelt je, al dan niet terecht, beledigd.  Dit gekwetst gevoel is het zaad dat kan ontkiemen tot een wortel van bitterheid (Heb.12:15)

     

  2. Wortel van bitterheid (–> Bittere gedachten) 

    “Zie erop toe dat niemand achteropraakt in de genade van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen bezoedeld worden.” (Hebreeën 12:15)

    Je gekwetst gevoel ontwikkelt zich naar een wrang gevoel met boze gedachten.  De belediging spookt voortdurend doorheen je gedachten en groeit stilaan naar het centrum van je gedachten.  “Er is mij onrecht aangedaan.”

     

  3. Boosheid (–> Boze houding) 

    “Ga niet om met een opvliegend man,en laat u niet in met een driftig iemand,anders raakt u gewend aan zijn paden en haalt u een valstrik over uzelf.” (Spreuken 22:24,25)

    De boze gedachten binden zich stilaan volledig omheen jezelf en je raakt gevangen in boosheid.  De boosheid heeft je tot slaaf gemaakt waardoor je niet anders meer kan dan je boze gevoelens te volgen en dus boos te zijn (cf. Rom.6:16; Joh.8:34; 2Pet.2:18).

     

  4. Halsstarrigheid (–> Onbuigzame wil) 

    “Tegenstreven is afgoderij en beeldendienst.” (1Samuel 15:23b)

    De volgende stap is halsstarrigheid.  Eigenzinnig gedraag je jezelf als een jonge koe die niet vooruit wil en haar voorste poten in de grond duwt om de boer die haar wilt vooruit duwen of trekken tegen te werken.  Je bent ongezeggelijk geworden.  Als zelfgenoegzame rebel maak je jezelf nu schuldig aan afgoderij omdat je gelooft dat jij degene bent die je toekomst bepaalt.  “Ik ben de baas over mijn eigen leven, niemand hoeft mij de les te spellen!” Of “Dit verdien ik niet, ik verdien beter.”  Waar eerst je gevoel werd aangesproken, toen je gedachten en daarna je houding, wordt nu je wil ook volledig overmand.

     

  5. Rebellie (–> Opstandige persoonlijkheid) 

    “Voor dwazen is het een gruwel zich van het kwade af te keren.” (Spreuken 13:19)

    Opstandigheid en weerspannigheid is het eindstation.  Je hele zijn is ingenomen door boosheid.  Er komt niet enkel woede en boosheid in je naar voren, maar  je begint je ook te gedragen als iemand die in de Bijbel omschreven wordt als een dwaas.  In de Bijbelboek Spreuken zien we dat een rebel en een dwaas haast dezelfde eigenschappen hebben.
    Een dwaas:

    • Veracht wijsheid en vermaning (1:7)
    • Haat kennis (1:22)
    • Geniet van zijn schandelijk gedrag (10:23)
    • Heeft volgens zichzelf altijd gelijk (12:15)
    • Wordt snel boos (12:16)
    • Wil niet stoppen met het kwade (13:19)
    • Is arrogant en onbezorgd (14:16)
    • Laat zich niet terechtwijzen (17:10)
    • Weet niet wat wijsheid is (17:16)
    • Heeft een wereldse kijk op dingen, enkel het hier en nu telt voor hem (17:24)
    • Is vol van zichzelf en heeft geen oor naar anderen (18:2)
    • Lokt discussies en ruzies uit (18:6)
    • Heeft een grote mond die hem vaak in problemen brengt (18:7)
    • Is twistziek, belust op discussies (20:3)
    • Is een verkwister (21:20)
    • Leert niet uit zijn fouten, maar herhaalt ze steeds opnieuw. (26:11)
    • Vertrouwt op zichzelf (28:26)
    • Kan conflicten niet oplossen (29:9)
    • Laat zijn woede de vrije loop (29:11)

Wat nu?

“Een schrandere ziet het kwaad en verbergt zich,maar onverstandigen gaan voort en zullen daarvoor boeten.” (Spreuken 22:3)

Niemand wordt dus zomaar opstandig of rebellerend. Boze en dwaze reacties zijn vaak slechts de takken van een boom met diepe wortels. Wanneer je worstelt met boze gedachten of bitterheid en bijvoorbeeld opstandig bent of voortdurend rebelleert tegen iets of iemand is het wijs om na te gaan waar deze houding ooit is ontkiemt. Vaak vinden we de oorsprong bij een ‘onschuldige’ opmerking die gemaakt werd of een onvervuld verlangen. Een gekwetst gevoel of verslagen geest is dus niet iets om zomaar te negeren en te wachten ‘tot de tijd de wonden heelt’. Als hiermee niet op een Bijbelse manier wordt mee omgegaan, ontkiemt het tot een wortel van bitterheid die stilaan boze gedachten teweeg brengt met als gevolg een boze houding. Hierin groeit dan de afgod in je hart waaraan jij gebonden wordt en ook aan stilaan gelijk wordt. Je groeit dan niet naar het beeld van God, maar naar het beeld van de afgod. Je wordt een opstandig en snel opvliegend persoon die zich overal tegen verzet, behalve zijn eigen gedachten en verlangens. Je wordt eenvoudigweg dwaas! 

Daarom is het belangrijk om bij iedere gekwetst gevoel of na iedere belediging na te gaan hoe je hier best Bijbels op reageert. Mogelijk moet je vergeven (Luk.17:3), de overtreding door de vingers zien (Spr.19:11; 1Pet.4:8) of dien je te beseffen dat de “belediging” niet onterecht was.  Hiermee smoor je dan de kiem die bitterheid kan veroorzaken en voorkom je dat je groeit naar een rebellerende dwaas.

Soli Deo Gloria