De verborgen schat, de parabel van het Koninkrijk

nov 2, 2009

Home 9 Bekering en verlossing 9 De verborgen schat, de parabel van het Koninkrijk
Leestijd: 15 minuten

Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker. (Mat.13:44)

De Parabel

Het begraven van de waardevolle dingen was een gebruikelijk iets in de tijd van de Bijbel.  Vandaag de dag zetten we ons geld op een spaar- of zichtrekening, aandelen, kasbons, enz. Maar in de tijd van de Bijbel waren er geen banken voor het gewone volk (enkel de welgestelden hadden toegang tot de bank, maar ook waren de banken niet de meest veilige plaatsen om de waardevolle dingen in op te bergen).  Het was gebruikelijk dat mensen hun waardevolle dingen in de grond begroeven.  Zeker en vast in Palestina omdat het een oorlogsgebied was.  Haar geschiedenis is gevuld met gevechten.  Om te voorkomen dat de veroveraars hun waardevolle spullen zouden houden, begroeven ze deze spullen ergens in een akker of op een gemarkeerde plaats met de bedoeling deze later weer op te graven.  De aarde was een ware opslagplaats.

Volgens de parabel was er een man die op een akker een schat had gevonden.  De parabel beschrijft niet waarom hij op die akker was, mogelijk had hij de opdracht gekregen van de eigenaar om de akker te bewerken.  Hij vond waarschijnlijk de schat terwijl hij aan het ploegen was.  Toen hij de schat vond, begroef hij hem opnieuw en verkocht alles wat hij bezat zodat hij de akker kon kopen en zo de schat op een rechtvaardige wijze kon bemachtigen.

De man koos er niet voor om de schat te stelen of een deel van de schat te gebruiken om de akker te kopen.  Het was een eerlijke man die de schat begeerde en deze op een rechtvaardige manier in bezit wou nemen.  De Joodse wet zei dat als een werkman een schat vond in een akker en deze naar boven haalde, deze schat zijn meester toebehoorde en wanneer iemand verloren geld vond, dat deze vondst aan de vinder toebehoorde.  Blijkbaar had de huidige eigenaar van de akker geen weet van de verborgen schat en behoorde ze toe aan een vorige eigenaar van die akker die mogelijk gestorven was tijdens een gevecht of verovering en daardoor de schat niet meer had kunnen opgraven.  De schat was dus niet het rechtstreeks bezit van de eigenaar en dus had de vinder van de schat het eerste recht op de schat volgens de Joodse wet.  De man kiest er voor om de schat verborgen te laten in de akker en eerst al zijn bezit te verkopen en met dat geld de akker te kopen omdat hij wist dat dit de meest rechtvaardige manier was.  Hij fraudeerde niemand  en deed niets dat etisch niet verantwoord was.  Hij wilde de schat op een rechtvaardige manier beërven.

De essentie van de parabel is het volgende: een man vond iets dat zo waardevol was dat hij alles verkocht om het te verkrijgen.  Hij was zo ontzettend gelukkig door het vinden van deze schat dat hij bereid was om eender wat te doen om ze te verkrijgen.

De Principes

Er zijn zes principes die we uit deze parabel kunnen leren, principes die ons de waarde van Gods Koninkrijk meer doen begrijpen en een hart onder de riem van een Christen zijn die zijn reis op deze ‘vervloekte aarde’ verder zet.

Gods Koninkrijk is van onschatbare waarde

De parabel leert ons de onschatbare waarde van Gods Koninkrijk.  Iemand kan enkel door het verlossingsgeschenk van Christus in het Koninkrijk worden gebracht.  Wanneer iemand is gered zal hij door Christus God leren kennen.  Hij beseft hoe waardevol het is om in het Koninkrijk te mogen zijn en als onderdaan van de Soevereine  vriendschap met de Koning te hebben.  De gelukzaligheid van het Koninkrijk is zo kostbaar dat men een dwaas moet zijn om niet bereid te zijn om niet alles te verkopen om het te verwerven.  Niets komt in de buurt van haar waarde.  Christus en Zijn  Koninkrijk zijn een schat van onvergelijkbare waarde: het is onvergankelijk, onbezoedeld en eeuwig.  Die schat ligt in een akker van deze armzalige en vervloekte wereld en is genoegzaam om alle arme, ellendige, blinde en naakte inwoners van de aarde te verrijken.  Redding, vergeving, liefde, vreugde, vrede, deugdzaamheid, vriendelijkheid, heerlijkheid, hemel en eeuwig leven liggen allemaal in die schat.

De eeuwige waarde van verlossing overstijgt alles wat er maar op of in de aarde gevonden kan worden.  Hoe weinig weet de wereld welk een schat verlossing is!  Hoeveel houdt de wereld zich bezig met dingen die waardeloos zijn!

Gods Koninkrijk staat niet uitgestald in een etalage

De schat was verstopt en lag niet op de grond.  Op dezelfde manier is de waarde van verlossing niet zichtbaar voor alle mensen.  De wereld kijkt naar Christenen en begrijpt niet waarom zij God aanbidden.  Ze begrijpen niet waarom iemand zijn leven wilt geven aan Christus en een levensstijl wilt aannemen die tegen de natuurlijke lusten van de mens gaat.  Ze begrijpen niet waarom Christenen dit zo hoog waarderen.  1Kor.2:14 zegt: “Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.” 2Kor.4:4 zegt: “ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.”  Het Koninkrijk en het Woord zijn voor hun niet zo duidelijk.

Het Koninkrijk is waardevol, maar verborgen voor de mensen die niet ijverig op zoek gaan naar de verborgen waarheid in het Woord van God.  De Heer zei in Luc.13:24 dat men moest strijden “om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen.”  Op een bepaalde manier is de boodschap van verlossing verborgen.  De wereld kan het uit zichzelf niet zien.

Jezus zei in Joh.5:40 dat sommige mensen niet tot Hem willen komen om eeuwig leven te hebben.  Hij zei hun “onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen” (Joh.5:39).  Johannes zei van Jezus: “Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen” (Joh;1:10-11).  Zij die enkel een oppervlakkige kijk op het leven hebben en niet eens denken aan de diepere zin ervan zullen de waarheid niet vinden.  De waarheid wordt niet vluchtig gevonden.  Er moet een verlangen zijn om er naar op zoek te gaan.  De man die de schat in de akker had gevonden moest bereid zijn om achter het eigenaarschap van hetgeen hij vond aan te gaan.

Gods Koninkrijk is van persoonlijk nut

De man in de parabel had iets gevonden dat van persoonlijk nut was voor hem, iets dat hij kon gebruiken en zich graag wou toe-eigenen.  Dat laat ons zien dat je onder de heerschappij van God kunt leven en toch niet tot Zijn Koninkrijk behoren.  Iedereen in het heelal is onder Gods heerschappij omdat Hij soeverein is in het universum.  Alle mensen op aarde zijn, op een bepaalde manier, in het Koninkrijk; maar velen op aarde zijn geen onderdanen van de Koning.  Evenzo zijn er veel mensen in de kerk die geen Christen zijn.

Alhoewel de wereld onder de heerschappij van Jezus Christus valt, zijn niet alle mensen deel van Zijn Koninkrijk.  Daarom zei Jezus in Mat.8:12 tegen het Joodse volk: “maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.”  Anders gezegd zijn er Joden die, ondanks ze onder Gods verbond met Israël leven, God nooit persoonlijk zullen kennen. Paulus zei in Rom.2 dat de besnijdenis niet van het vlees was, maar van het hart (vv.25-29).  In Rom.9:6 zegt Paulus: “Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël.”  Iemand kan Joods zijn en onder de heerschappij van God leven, maar toch niet tot het Koninkrijk behoren.

Dit geldt nog steeds voor de mensen van vandaag.  Er zijn mensen die in het Koninkrijk op aarde leven, maar nooit het persoonlijk nut van het Koninkrijk hebben ingezien waardoor ze het zich zouden willen toe-eigenen.  De parabel richt zich op het inzien van het nut en het zich toe-eigenen van het Koninkrijk.  Vooraleer iemand het persoonlijk nut van het Koninkrijk kan inzien en het zich wil toe-eigenen, moet hij op een punt komen dat hij de waarde van dat Koninkrijk beseft.  God heeft iets van onschatbare waarde aangeboden aan de mensen, toch is het ongelooflijk hoe extreem mensen op zoek gaan naar waardeloze zaken.

Gods Koninkrijk is dé bron van vreugde

In vers 44 zien we de man vreugde vond bij het vinden van de schat.  Met vreugde verkocht hij alles wat had om de akker met de schat te kunnen kopen.  Gelukkig zijn is een van de primaire verlangens van iedere mens.  De hele wereld zoekt naar blijdschap.  Mensen willen zich goed voelen.  De heer weet dat.  Hij zei tegen Zijn discipelen in Joh.15:11: “Dit heb Ik tot u gesproken, opdat mijn blijdschap in u zij en uw blijdschap vervuld worde.”  In 1Joh.1:4 zei Johannes: “…deze dingen schrijven wij, opdat onze blijdschap volkomen zij.”  Onze Heer zei in Joh.16:24: “Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.”  Paulus zei in Rom.14:17:”Want het Koninkrijk Gods bestaat … in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de heilige Geest.”  Mensen willen blijdschap ervaren.  Je kunt ware blijdschap vinden door het Koninkrijk en Christus te ontdekken.

Het Koninkrijk is waardevol en verborgen.  Iemand die het nut van het Koninkrijk inziet en het zich toe-eigent zal de bron van ware vreugde vinden.  De man die de schat vond verkocht alles wat Hij had om de schat die hem vreugde gaf te kunnen kopen.  Dit is niet verkeerd; God wilt dat wij ons verblijden.  De Bijbel zegt: “Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!”  Christenen zouden zich meer dan andere mensen moeten verblijden, want zijn hebben de schat gevonden.

Gods Koninkrijk wordt door sommigen ’toevallig’ ontdekt

De man in het veld was niet op zoek naar een schat.  Hij was op de akker aan het werken, waarschijnlijk aan het ploegen of bouwen.  Door te werken wou hij zichzelf van voeding voorzien om te leven.  In deze dagelijkse routine botst hij op een bepaald moment tegen een schat.

Er zijn mensen die op zulk een manier het Koninkrijk ingaan.  De apostel Paulus was niet op zoek naar Gods Koninkrijk — hij dacht dat Hij er al in leefde.  Hij was op weg naar Damascus om de Christenen te doden toen God plots tot Hem sprak vanuit de hemel en hem bekeerde (Hand.9:1-6).  De dorstige Samaritaanse vrouw die naar de put ging om water te halen ging verlost terug naar huis (Joh.4:7-29,42).  De man die van geboorte aan blind was werd niet enkel genezen, maar ook verlost (Joh.9:1-38).  Er zijn sommigen die naar de kerk komen om de predikant te bespotten, maar ineens bekeerd worden.  Er zijn mensen die niet op zoek zijn naar de schat maar er toch tegen aan botsen op een of andere manier.

Gods Koninkrijk wordt verkregen door een overname

In de parabel zien we dat het woord “koopt” wordt gebruikt.  Wil dit dan zeggen dat men zijn verlossing moet kopen?  De parabel geeft weer dat de man op een of andere zijn redding kocht, maar het is belangrijk goed te weten wat hier mee wordt bedoeld.  In de parabel werd de schat gekocht met geld, maar vergeet niet dat het hier gaat om een parabel, een verhaal.  De Bijbel zegt duidelijk dat je je redding niet kunt kopen.  Matt.19:24 zegt dat een kameel gemakkelijker door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.  Rom.3:21-26 vertelt ons dat verlossing een geschenk van God is.  Ef.2:9 zegt dat verlossing niet uit werken is “opdat niemand roeme.”

Jesaja 55:1 is het grote vers in het Oude Testament dat spreekt over verlossing uit genade.  Het zegt:”O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk.”  Er vind een overname of transactie plaats om de verlossing te verkrijgen, maar het is niet met geld of goede werken.  De overname is het volgende: Je geeft heel je “ik” op voor Hem.  Laten we dit even verduidelijken vanuit de Bijbel zodat dit principe niet verkeerd begrepen wordt.

Lucas 9:57-62

Lc.9:57 zegt:”En toen zij op weg waren, zeide iemand tot Hem: Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat.” De man die tot Jezus kwam zei dat hij een volgeling van Hem wou zijn.  Jezus zei tegen hem: “De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen”  (vs.58).  In andere woorden, “Hier is de kostprijs als je mij wil volgen: Geef Mij jouw comfort en Ik zal je Mijn Koninkrijk geven.”  De man hield niet van deze uitspraak en maakte geen transactie.

In vers 59 vroeg Jezus aan een andere man om Hem te volgen.  De man zei: “Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven.”  Het interessante is dat zijn vader nog niet gestorven was.  De man wou eerst wachten op zijn erfenis.  Jezus zei:”Laat de doden hun doden begraven; maar ga gij heen en verkondig het Koninkrijk Gods” (vs.60).  Deze man wilde zijn erfenis niet opgeven, dus maakte hij geen transactie.  Nog een andere man zei: “Ik zal U volgen, Here, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten” (vs.61).  Jezus antwoordde hem: “Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods” (vs.62).  Met andere woorden, “je kunt geen rechte voren trekken terwijl je naar de andere kant kijkt.”  Deze man was niet bereid zijn familie op te geven.

Matheüs 10:37-39

De vraag is of iemand bereid is om alles op te geven wat hij heeft om Jezus te ontvangen.  De Heer zei in Mat.10:37:”Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig.”  Als je niet bereid bent iets op te geven dat je hoort op te geven, zoals familie, dan zal je het Koninkrijk niet toetreden.  Jezus vervolgde en zei: “wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden” (vv.38-39).  Dat is de overname: Jij geeft alles wat je bent op en ontvangt alles wat Hij is.  Dat is de manier om verlossing te verkrijgen.

Matteüs 16:24

In Matteüs 16:24 zegt Jezus tegen Zijn discipelen: “Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”  Het basisprincipe in verlossing is dat iemand zichzelf aan de kant schuift zodat Christus de heerser over zijn leven kan zijn.

Matteüs 19:16, 21

In Matteüs 19 komt er een rijke jongeling naar Jezus en zegt: “Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?”  (v.16).  Jezus zegt: “Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij” (v.21).  Jezus wilde hiermee zeggen: “Als je Mijn schat wilt, geef dan alles van jezelf weg.”  Hij bedoelde niet dat de jongeling gered zou worden als hij al zijn geld aan de armen zou geven.  Iemand komt tot verlossing als hij bereid is om al wat hij heeft op te geven om te bevestigen dat Christus de Heer is van zijn leven.  Hij moet zijn zonden en eigen wil omruilen voor Christus’ heerschappij.

Het begrijpen van de overname

Niet iedereen begrijpt op het moment van zijn verlossing deze overname volledig, maar ware verlossing is gekenmerkt door de bereidheid om je eigen ‘ik’ op te geven.  Niemand wordt gered door te stoppen met zondigen, vloeken, drinken, mishandelen, twisten, vechten en begeren zonder eerst naar Christus te komen.  Niemand kan deze dingen laten uit zichzelf.  Iemand wordt gered als hij zijn eigen wil, kracht en rijkdommen wilt omruilen voor Christus’ sterkte en kracht.  Dat is de overname: Een bereidheid om alles los te laten voor Christus’ heerschappij.

In Filippenzen 3 vinden we een illustratie van dit principe terug.  Paulus somt hier de zaken op die hem vertrouwen ‘in het vlees’ hadden gegeven — de dingen waar van hij ooit vond dat ze hem het recht gaven om verlost te worden: “besneden ten achtsten dage, uit het volk Israël, van de stam Benjamin, 6 een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid der wet onberispelijk” (vv.5-6).  Paulus was trots geweest om zijn Joodse afkomst en zelf rechtvaardigheid.  Maar toen hij werd geconfronteerd door Christus zei hij: “alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht” (v.7).  Letterlijk vertaald zei Paulus: “Ik beschouw al de werken van mijn vlees als mest, zodat ik Christus mag winnen”.  Dat was net als de man die de schat kocht.  Paulus schoof al zijn zelf rechtvaardiging, rijkdommen en eigen wil aan de kant om de heerschappij van Jezus Christus.  Paulus begreep mogelijk niet de volledige diepgang van zijn woorden, maar de bereidheid om zichzelf op te geven voor Christus was aanwezig.

Als we mensen het evangelie vertellen moeten we hun ook de kostprijs van het volgen van Christus meedelen.  We horen zondaars op te roepen tot deze overname.  Jezus zei in Luc.14:28: “Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neder om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen?”  Hij voegde in vers 31 er aan toe: “Of, welke koning, die tegen een andere koning wil optrekken om met hem tot een treffen te komen, zet zich niet eerst neder om te beraadslagen, of hij in staat is met tienduizend man iemand te ontmoeten, die met twintigduizend tegen hem optrekt?”  Men moet zicht voor ogen houden dat er een kost verbonden is aan het volgen van Jezus.  Toch is het dit waard.  Op dezelfde manier als de schat het waard was om alles te verkopen wat de man op de akker bezat, is het volgen van Christus eender welke kostprijs waard.

ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.
Translate »