Alles onder controle!

feb 16, 2024

Home 9 Geloofsgroei en heiliging 9 Alles onder controle!
(Leestijd: 7 minuten)

In een eerder artikel, “Kiest God of kies ik?”, hebben we twee extreme denkwijzen over Gods soevereiniteit en de wil van de mens besproken, en hoe het geloof een gebalanceerde middenweg bewandelt tussen deze extremen. In dit artikel wil ik een aantal bijbelgedeelten onderzoeken waarin zowel Gods soevereine controle over alles als de persoonlijke keuzes die mensen kunnen maken, samenkomen.

Jozef

In Genesis 45:4-8 roept Jozef zijn broers bij elkaar en zegt tegen hen:

‘Ik ben Jozef,’ zei hij, ‘jullie broer, die jullie verkocht hebben en die naar Egypte is meegevoerd. Maar blijf kalm en maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben en dat ik hier ben terechtgekomen, want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden. Er heerst nu al twee jaar hongersnood in het land, en ook de komende vijf jaar zal er niet geploegd of geoogst worden. God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde Hij veel levens redden. Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd, maar God; door Hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte.

Achter de slechte plannen van Jozefs broers, lag het plan en de controle van God. Hij wist dat er hongersnood zou komen en stuurde Jozef vooruit naar de plaats waar voedsel zou zijn. Later, in Genesis 50:19-21, stelt Jozef zijn broers gerust met de woorden:

‘Wees maar niet bang. Ik kan toch Gods plaats niet innemen? Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd, om te bewerken wat er nu gebeurt: dat een groot volk in leven blijft. Wees dus niet bang. Ik zal zelf voorzien in het onderhoud van jullie en jullie kinderen.’

Hier is het grote mysterie: God heeft volledige controle over alles wat we vrijwillig en opzettelijk doen. En toch zijn zowel God als de mens hierbij betrokken. God dwong de broers van Jozef niet om iets slechts te doen. Ze hadden bewust en opzettelijk gehandeld. Toch had Hij totale controle over alles, zodat ze in hun slechtheid enkele plannen van God vervulden.

David

In 2 Samuel 24 besluit David de strijders van het volk te tellen om te laten zien hoe sterk zijn leger is (24:2). Door zijn trots beoordeelt hij zijn eigen kracht verkeerd en vergeet daarbij dat hij alles aan God te danken heeft. Maar de tekst zegt daarbij ook dat God David hiertoe aanzet! God zet David tegen het volk op met de woorden: ‘Ga in Israël en Juda een volkstelling houden’ (2Samuel 24:1).

Toch wordt David hiervoor verantwoordelijk gehouden en erkent hij uiteindelijk zijn schuld nadat hij het volk had geteld.

Toen het tot David doordrong wat hij had gedaan, sloeg de schrik hem om het hart. Hij zei tegen de HEER: ‘Ik heb ernstig gezondigd met mijn daad. Ach HEER, vergeef uw dienaar zijn zonde; ik ben een dwaas geweest.’ (2Samuel 24:10)

Een ander bijbelgedeelte, 1 Kronieken 21:1-7, vermeldt dan weer dat Satan zich tegen Israël keerde en David aanzette om Israël te tellen. Dit maakt het mysterie alleen maar groter. David zondigde door de telling te bevelen, wat Gods ontevredenheid veroorzaakte. Hoewel Satan ook betrokken was, betekent dit niet dat Davids verantwoordelijkheid in 2 Samuel 24:1 wordt tenietgedaan. David handelde uit eigen wil en God maakte gebruik van het plan van Satan.

Salomo

In 1 Koningen 8 lezen we het gebed van Salomo in de nieuw gebouwde tempel. In zijn gebed denkt hij aan allerlei situaties die zich kunnen voordoen doordat het volk heeft gezondigd. Hij smeekt daarbij dan telkens om Gods genade wanneer het volk zich van die zonde bekeerd.

Wanneer uw volk Israël door de vijand is verslagen omdat het tegen U gezondigd heeft, en wanneer zij dan naar U terugkeren, uw naam prijzen en tot U in deze tempel bidden en smeken, luister dan vanuit de hemel, vergeef uw volk Israël wat het heeft misdaan en breng hen terug naar het grondgebied dat U aan hun voorouders hebt gegeven. (verzen 33-34)

Maar enkele verzen later ligt de nadruk anders. Dan zegt hij tot het volk het volgende:

Moge Hij ervoor zorgen dat wij Hem toegenegen en gehoorzaam blijven en ons houden aan de geboden, voorschriften en rechtsregels die Hij onze voorouders heeft gegeven. (verzen 58)

Salomo benadrukt in zijn gebed dat het de verantwoordelijkheid van het volk is om zich tot God te bekeren. Maar na dit gebed spreekt hij tot het volk en benadrukt Gods soevereiniteit wanneer hij Hem vraagt ervoor te zorgen dat het volk Hem toegewijd blijft.

Assyriërs

De Assyriërs waren een volk dat berucht was om hun militaire kracht en wreedheid. Het Assyrische rijk was dan ook een dominante macht dat streefde ‘naar de ondergang van talloze volken’
(Jesaja 10:7). Maar wat hun plannen ook mochten zijn, toch noemt God hun ‘stok van mijn toorn’ (10:5). De Assyriërs waren Gods instrument om te doen wat ‘Hij zich heeft voorgenomen’ (10:2). Hierin zien we duidelijk Gods soevereiniteit naar voor komen. Hij heeft alles onder controle, zelfs de goddeloze en strijdvaardige volken. Maar eveneens zien we even later dat God de Assyriërs verantwoordelijk houdt voor hun daden. Nadat God zijn doel bereikte strafte hij de Assyrische koning ‘om zijn hoogmoedige houding en trotse blik’ (10:12).

Farao

Op een bepaald moment beseft de farao van Egypte dat het volk Israël, dat bij hun woonde, best wel talrijk is. Hij ziet er een potentieel gevaar in besluit:

Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt. Want stel dat er oorlog uitbreekt en zij zich aansluiten bij onze vijanden, de strijd tegen ons aanbinden en uit het land wegtrekken! (Exodus 1:10)

De farao handelt volledig naar eigen inzicht en in de verzen erna zien we hoe hij dit verder aanpakt. Maar als we dan gaan naar Psalm 105 zien we hoe Gods hand achter de hele gebeurtenis zat.

Israël trok weg naar Egypte, Jakob verbleef als vreemde in het land van Cham. God maakte zijn volk zeer vruchtbaar, machtiger dan wie het belaagden. Hij veranderde hun hart: ze gingen zijn volk haten
en spanden samen tegen zijn dienaren. (Psalm 105:23-25)

Ook hier zien we op mysterieuze wijze tegelijkertijd de farao zijn wil uitvoeren, terwijl God eveneens handelt volgens Zijn plan.

Kajafas

Toen de hogepriesters en de farizeeën het Sanhedrin bijeen riepen om te overleggen wat ze met Jezus moesten doen, antwoordde Kajafas:

‘Jullie begrijpen het niet! Besef toch dat het in jullie eigen belang is dat één mens sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat.’ (Johannes 11:49-50)

Hijzelf had zeker geen goede bedoelingen hiermee en wilde verdedigen waarom Jezus moest sterven. Maar in de verzen die daarop volgen, lezen we:

Dat zei hij niet uit zichzelf: als hogepriester in dat jaar sprak hij de profetie dat Jezus zou sterven voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar ook om de verstrooide kinderen van God bijeen te brengen. (Johannes 11:51-52)

We zien Kajafas bewust en vrijwillig redeneren en keuzes maken, maar tegelijkertijd zien we hoe Gods plan zich voltrekt.

Besluit

In de Bijbel zijn er tal van andere situaties te vinden die laten zien hoe Gods controle en de keuzes die wij als mensen zelfstandig maken samengaan. Hoe dit precies werkt, blijft voor een groot deel een mysterie. Maar dat betekent niet dat we niet kunnen vaststellen dat de Bijbel duidelijk laat zien dat Gods controle absoluut is, in die zin dat mensen alleen doen wat Hij heeft bepaald dat ze moeten doen. Tegelijkertijd laat de Bijbel ook zien dat mensen een vrije wil hebben; hun beslissingen zijn van henzelf, en ze zijn er moreel verantwoordelijk voor. In dit alles blijft alles dus onder controle!

 

Translate »