ds. Oscar Lohuis

“Wie zijn eigen geest beheerst is sterker dan wie een stad inneemt.” (Spreuken 16:32)

Het beheersen van onze eigen geest is één van de moeilijkste dingen in het leven. In ieder van ons leven gebeuren moeilijke dingen, maar het zijn niet die moeilijke dingen die bepalen hoe het met ons gaat. Het is wel de manier waarop we daarop reageren die bepalen hoe het met ons gaat. Stel je voor, de auto van Kees gaat kapot. Kees reageert daar echter heel rustig op, het doet hem niet zo veel. Hij denkt: “Bij een auto gaat wel eens iets kapot, it’s all in the game, we zullen zien hoe we dit probleem kunnen oplossen’. Hij weet zijn geest te beheersen en slaapt er niet minder om. Stel je voor dat ook de auto van Piet kapot gaat. Piet is daar helemaal door uit het veld geslagen. Hij denkt: ‘Heb ik daarvoor zo veel geld voor deze auto betaald? Dit moet mij weer overkomen! Die rotgarage ook, die mij deze auto heeft verkocht! Ik weet niet hoe ik dit probleem moet oplossen.” Het gebeuren maakt hem nerveus en boos, en hij windt zich zo op dat hij er ook nog eens slecht onder slaapt. Bij zowel Kees als Piet gebeurde precies hetzelfde in de omstandigheden, maar ze reageren daar heel verschillend op. De houding die ze aannemen in de omstandigheden is veel bepalender voor hun geluk dan de omstandigheden zelf.

Toch zijn wij geneigd om ons elke dag vooral te concentreren op het beheersen van de omstandigheden. We maken ons zo vaak het meest druk om de uiterlijke dingen van ons bestaan zoals gezondheid of ziekte, getrouwd of niet getrouwd, economische groei of recessie, kinderen of geen kinderen. We denken dat ons huis, onze bezittingen, onze kleding, onze maaltijden en wat we in onze vrije tijd kunnen doen ons gelukkig kunnen maken. We denken zo vaak dat ons leven beter wordt door meer ideale omstandigheden. Maar zo werkt het helemaal niet. De overwinning ligt veel dichterbij dan wij denken: in het beheersen van onze eigen geest. In wat ik probeer te verwoorden in dit artikel ligt een sleutel tot geestelijke vernieuwing en groei. Het zal ieder van ons geweldig helpen als we dit werkelijk begrijpen en er van overtuigd raken. Dan zullen we boven alles gaan waken over ons eigen hart:

“Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.” (Spreuken 4:23)

Aan de ene kant is dat een waarschuwing: Pas op! Ook jij bent in staat tot zelfvernietigend gedrag. Besef dat de grootste vijand vaak binnenin zit. Van binnenuit kan je onderuit gaan als je toegeeft aan angst, haat, onbeheerste boosheid, hebzucht, begeerte of hoogmoed. Zie toe op jezelf! Aan de andere kant is het een bemoediging: Ten diepste ben je niet afhankelijk van de omstandigheden of het gedrag van andere mensen, en ten diepste ben je ook niet slachtoffer van je eigen verleden, maar ben je zelf in staat om te bepalen wat jouw houding vandaag zal zijn. Als God ons door zijn Woord gebíedt om over ons eigen hart te waken, dan is het ook mógelijk om ons eigen hart te bewaren en onze eigen geest te beheersen!

Zelfbeheersing hoort bij de vrucht van de Geest (Gal. 5:22). Het is een groot woord. Veel wat met onze levensheiliging te maken heeft bestaat uit zelfbeheersing. Kijk maar eens naar de vereisten voor oudsten: er mag geen sprake zijn van immoraliteit, hij moet nuchter zijn, bezonnen, gematigd, niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, strijdlustig of geldzuchtig, maar gastvrij (mededeelzaam), vriendelijk, een goede leider van zijn eigen huis en een goede vader voor zijn kinderen. Hij moet weten wat het is om zijn eigen huis goed te besturen, hij heeft zijn kinderen in de hand, en daardoor is hij in staat om leiding te geven aan de gemeente. Bijna alles wat we vinden in 1 Tim. 3 heeft met zelfbeheersing te maken.

Corrie ten Boom heeft een boekje geschreven over haar vader. Toen hij nog maar net begonnen was als klokkenmaker in Amsterdam kreeg hij voor het eerst een opdracht van het Koninklijk Huis. Een lakei bracht een klok uit het Paleis op de Dam naar zijn winkel. Als hij deze klok met succes zou hebben gerepareerd zou hij het predicaat ‘koninklijke’ voortaan mogen voeren. Nadat hij de klok gerepareerd had vroeg hij aan een jonge kerel die nog maar net bij hem werkte om deze ergens anders neer te leggen. Deze jongen pakte de klok, liep er mee naar de andere ruimte, struikelde en liet de klok vallen. Vader ten Boom zag wat er gebeurde, bleef even staan, liep toen naar een keukentje, schonk een glas water in, liep hiermee naar die jongen en zei tegen hem: “Jongen, wat moet jij geschrokken zijn. Ga hier even zitten en neem een slokje water”. Een dergelijke reactie spreekt boekdelen. Voor de vader van Corrie was karakter belangrijker dan zakelijk succes. Omdat Hij de Heer kende was hij niet meer zo afhankelijk van de omstandigheden en werd hij niet door een dergelijke teleurstelling uit het veld geslagen. Wie zijn eigen geest beheerst…. Zou het ook kunnen dat Corrie later de meest bizarre omstandigheden uiteindelijk ook geestelijk heeft doorstaan, omdat ze van haar ouders geleerd had dat geluk niet bepaald wordt door de omstandigheden, maar door de houding die wij aannemen in die omstandigheden?

ds. Oscar Lohuis

Uit: Het Zoeklicht van 10 januari 2009