” Hij (God) is wijs van hart en sterk van kracht” (Job 9:4)

Vorige keer hebben we onderzocht wat wijsheid is.  Wijsheid was het tegenovergestelde van dwaasheid, het hoogste doel voor ogen hebben en de beste middelen hiervoor (willen) gebruiken. Om wijs te kunnen worden, moest je eerst en vooral God vrezen, dat was het begin van wijsheid, de bodem waarop echte wijsheid kon groeien.  Maar hoe zit het nu met God zelf?  Groeit Hij ook in wijsheid net als ons naarmate Hij meer inzicht krijgt in het verloop van de geschiedenis?  Heeft Hij ook, net als ons, steeds het hoogste doel voor ogen en tracht Hij ook voortdurend alles te neigen naar dat doel met de beste middelen die Hij ter beschikking heeft?  Dit zijn oprechte vragen die je zeker mag stellen.  Jouw antwoord hierop laat immers zien welk beeld van God je hebt.  Mensen denken van nature al gauw dat God een sterk vergrote persoonlijkheid van henzelf is.  Een wezen net als hun, met dezelfde eigenschappen, maar dan veel groter.  Mensen kunnen liefhebben, God nog veel meer; mensen kunnen ontwerpen, God nog veel meer; mensen kunnen goede intenties hebben, God nog veel meer; mensen kunnen worstelen met verlangens, God nog veel meer.  Hun beeld van God lijkt op een sterk uitvergroot beeld van hunzelf.
Een logisch gevolg van deze gedachtegang is dat ze het niet meer dan normaal vinden dat God hun overal tegemoet komt.  Hij heeft tenslotte alle middelen die zij niet hebben en moesten zijzelf over zoveel mogelijkheden beschikken als God, zouden ze hetzelfde doen.  God is hun dat ergens wel verschuldigd, denken ze.  Een ander gevolg van deze gedachtegang is dat men aanneemt dat voor God ook iedere dag nieuw is.  Hij is wel groot en machtig, maar is voortdurend in de weer om gemaakte keuzen en gebeurtenissen bij te sturen.  Wanneer mensen dan toch vreselijke dingen doen of er zich ontzettende natuurrampen voordoen kijkt God met verdriet toe en doet Hij Zijn uiterste best om alles toch weer zo goed mogelijk te maken.

Deze benadering van God bevat enkele grove misvattingen.  Ten eerste gaat ze ervan uit dat God een probleem heeft omdat niet alles verloopt zoals Hij zelf zou willen.  Als tweede schrijft ze God een te grote mate van menselijke eigenschappen toe.  God is geen sterk vergrote mens, de mens is op zijn best een sterk verkleinde God.  In Jesaja 55:9 zegt God van Zichzelf: “Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,en uw wegen zijn niet Mijn wegen,spreekt de HEERE. Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten”.

God groeit niet in wijsheid of kennis, Hij is wijs.  Alle keuzen die Hij maakt zijn een gevolg van Zijn wijsheid.  God moet nooit afwegen wat wijs is omdat al Zijn gedachten en handelingen wijs zijn.  Dat is Zijn natuur.  Paulus omschrijft Hem in Romeinen 16:27 als “de alleen wijze God”.  Mensen worden wijs, God is wijs.  Merk je het verschil?
Maar God is niet enkel wijs, Hij is ook almachtig.  God weet dus niet enkel wat het beste is, Hij heeft ook de kracht om ervoor te zorgen dat alles ook verloopt zoals Hij dat wilt.  Wijsheid zonder kracht is leuk, maar zonder waarde.  Kracht zonder wijsheid is doodeng en levensgevaarlijk.  In God vinden we oneindige wijsheid verbonden met onbeperkte kracht en daardoor is Hij nog meer ons vertrouwen waard.

Als we dit dan eenmaal begrijpen, kijken we met een heel andere blik naar de Bijbel en rondom ons.  Heel de geschiedenis van de mensheid, zelfs de dingen die vandaag nog zullen gebeuren, worden geregisseerd door een oneindig wijze en almachtige God.  J.I. Packer schrijft in zijn boek “God leren kennen” het volgende hierover:

“…dezelfde wijsheid die het leven van Gods heiligen in de Bijbel bestuurde, bestuurt vandaag het leven van de christenen.  Wij moeten daarom wellicht niet te zeer ontstelt zijn, als ons onverwachte, schokkende en ontmoedigende dingen overkomen.  Want wat betekenen ze?  Immers alleen, dat God iets met ons voor heeft dat wij zelf wellicht nog niet begrepen hebben.  Misschien wil Hij ons geduld versterken, ons goede humeur, onze bewogenheid, nederigheid of zachtmoedigheid, door ons te leren deze genadegaven te gebruiken in extra moeilijke omstandigheden.  Misschien wil Hij onze zelfgenoegzaamheid verbreken of ons verlossen van trots en verbeelding, die wij van onszelf wellicht nauwelijks bewust zijn.  Of misschien wil God ons alleen maar heel dicht bij Zichzelf brengen; wil Hij een heel vertrouwelijke omgang tot stand brengen.  Is het niet de ervaring van alle heiligen, dat onze omgang met de Vader en de Zoon het meest levendig en goed is, en de christelijke blijdschap het grootst, als het kruis het zwaarst weegt?  Of misschien is God ons aan het voorbereiden op een taak, waarvan wij nu nog geen vermoeden hebben.”

Dit geeft echte vrede in het hart van iedere gelovige.  Wij mogen ons dikwijls afvragen wat wijs is en ernaar streven om wijs te handelen met de inzichten die we hebben gekregen.  Maar lopen dingen toch anders dan dat wij voor ogen hadden, kunnen we met een glimlach omhoog kijken en weten dat de alwijze God ons liefdevol leidt.

Soli Deo Gloria