Onlangs stierf een Vlaamse jongen  op 23-jarige leeftijd nadat hij de strijd tegen zijn botkanker opgaf en besloten had om zich in een kunstmatige coma te laten brengen en zo ‘in vrede’ een einde te brengen aan zijn leven.  Anders dan vele anderen wilde hij zijn leven niet zomaar laten eindigen maar zette hij zich, zeker de laatste jaren, extra in om iets waardevols achter te laten.  Hij stichtte een vereniging op die zich hoofdzakelijk bezig houdt met het inzamelen van geld voor verder onderzoek naar deze zeldzame botkanker zodat anderen na hem niet dezelfde lijdensweg als hem moeten doorgaan.  Daarbij probeerde hij in alles ‘positief’ te blijven en zo tot bemoediging voor anderen te zijn.  De boodschap die hij naliet was: ‘blijf positief’.  Hij wilde de mensen bewust maken van de waarde van de kleine dingen in het leven die we te makkelijk vanzelfsprekend vinden. In een interview werd aan hem gevraagd of hij geen angst had om te sterven en wat hij na zijn dood verwachtte.  Hierin gaf hij aan dat hij niet wist wat hij moest verwachten, maar niet dadelijk dacht aan een God die hem ter verantwoording zou roepen.  Daarna liet hij weten dat indien dit toch het geval zou zijn hij niets te vrezen zou hebben omdat hij in zijn leven ‘niks verkeerd’ heeft gedaan.

Hier zien we een jonge man die letterlijk tot de laatste minuut van zijn leven zich heeft ingezet voor anderen.  Hij wist dat het geld dat ingezameld werd door zijn vereniging hem niet meer zou kunnen helpen en toch bleef hij volharden in het verder uitbouwen van zijn missie.  Doorheen zijn lijden wees hij de mensen rondom hem naar de ijdelheid van de dingen en het feit dat we ‘positief’ moeten zijn wanneer we zien wat we allemaal wél hebben gekregen.  Wanneer men hem vroeg of hij het niet erg vond om op zulk een jonge leeftijd te sterven antwoordde hij dat hij even goed acht jaar eerder had kunnen sterven en dus zoveel had kunnen missen.  Zo wees hij de mensen onbewust naar de genade die de soevereine God verleent aan de mensheid.  Toch gaf hij geen blijk van een geloof in God, een vertrouwen op Jezus als Verlosser van zijn zonden.  Hij was dus wat de Bijbel bestempelt als een goddeloze. We zagen eerder dat een goddeloze niets goeds kan doen in de ogen van de Heer, maar als we bovenstaand verhaal lezen kunnen we toch niet anders dan besluiten dat ook goddelozen goede daden kunnen doen?  Langs welke kant je zijn nobel streven ook bekijkt, het is en blijft een goed iets voor de mensheid en voor zover wij het kunnen observeren een alles behalve egoïstische daad.  In zijn lijdensweg heeft hij zulk een liefde voor de mensen getoond dat het moeilijk te bevatten is dat God zijn daden ziet als ‘slecht’.

Niet zomaar goed of slecht

Wanneer we daden enkel zien als goed en slecht merken we dat we al gauw in een spanningsveld komen en zonder twijfel in een discussie belanden waarin het niet altijd even makkelijk is om vast te houden aan Gods Woord.  Daarom wil ik de onderverdeling van de daden van de mensen verfijnen als volgt: slecht-slecht; goed-slecht; slecht-goed en goed-goed.

Slecht-slecht en goed-slecht

De mens kan van nature enkel slecht-slecht of goed-slecht doen.  Wat wil dit zeggen, wel, dat de mens van nature enkel slechte dingen kan doen met slechte motieven en goede dingen met slechte motieven.  Hierdoor wordt het duidelijk waarom God zegt dat alle daden van de goddelozen slecht zijn.  Ze kunnen wel goede dingen doen, maar steeds met de verkeerde beweegredenen.

Slecht-slecht

Rom 7:23; 1 Petr 2:11

Voorbeelden vinden van mensen die slechte dingen hebben gedaan met slechte motieven is op zich niet zo moeilijk.  Je moet de krant of de geschiedenisboeken maar openslaan en je vindt tal van slechte daden die zijn gedaan met slechte motieven.  “Man schiet vrouw en kinderen neer na ruzie”, “Priester misbruikt kinderen”, “Hitler veroorzaakt massamoord”, “Nero speelt met vuur” enz.  Iedereen gaat er mee akkoord dat er in de wereld veel slechte dingen gebeuren met slechte motieven.

Ook in de Bijbel komen we voorbeelden hiervan tegen, zelfs onder de christenen.  De gelovigen van de gemeente in Jeruzalem hadden veel strijd en conflicten in hun midden.  Jakobus vermaande hun door hun te wijzen naar de motieven die achter deze ‘slechte daden’.

“Vanwaar al die strijd en al die conflicten in uw midden? Vloeien ze hier niet uit voort: uit uw hartstochten, die in alle delen van uw lichaam strijd voeren?” (Jak.4:1).

De ‘slechte motieven’ van de gelovigen lagen aan, de basis van de ‘slechte daden’.

Zelfs de apostel Petrus, die gekend stond als een strijder voor het geloof, zien we in Galaten 2;11-14 een ‘slecht-slecht’ iets doen.  Hij verloochende zijn broeders van heidense afkomst toen er enkelingen ‘uit de kring van Jakobus’ aankwamen omdat hij bang had dat ze hem hiervoor met de ‘wettische’ vinger zouden wijzen.  Een restant uit hun joodse afkomst die verbood dat joden aan tafel zaten met heidenen

Of denk aan grote koning David die, omdat hij begeerde naar de vrouw van een ander, Uria liet vermoorden in 2Samuël 11.  Een duidelijk ‘slechte’ daad met een onbetwistbaar ‘slecht’ motief.

Wanneer mensen denken aan slechte dingen, denken ze eigenlijk onmiddellijk aan deze ‘slecht-slecht’ daden.  Iedereen is er mee vertrouwd en kan zonder al te veel nadenken nog enkele andere voorbeelden aanhalen.  We hebben gewezen naar de krant, de geschiedenis en de Bijbel, maar kunnen evenzeer onze eigen levenswandel nagaan en tal van daden opsommen die slecht-slecht zijn, of je nu christen bent of niet.

Goed-slecht

Iets heel anders zijn daden die ‘goed-slecht zijn’.  Goede daden die gedaan worden met slechte (of verkeerde) motieven.  Hier zullen vast en zeker verschillende mensen moeite mee hebben om dit te kunnen bevatten.  Hoe kan nu een goed iets toch slecht zijn?  Toch is het noodzakelijk om dit goed te begrijpen want daardoor ga je snappen waarom God kan stellen dat een goddeloze niets kan doen dat goed is of dat het offer van zulk iemand een gruwel is voor Hem.

Vele mensen kijken naar de buitenkant, de daden van iemand, om te besluiten of hij of zij een goed persoon is.  Hoe vaak hebben mijn vrouw en ik al niet de vraag gekregen of wij ‘brave’ kinderen hebben.  Alsof er twee soorten kinderen bestaan op de wereld, de brave en de stoute.  De mensen richten zich dan meestal naar het gedrag van het kind op een bepaald moment en besluiten zo of het al dan niet een ‘braaf’ kind is.  Nu weet ik uit ervaring dat hetgeen een kind doet niet altijd overeenkomt met hetgeen er in zijn hart leeft.  “Oh, je bent zulk een lieve papa” is op zich een prachtige uitspraak, een goede daad van een kind, maar wanneer de achterliggende motieven hierbij worden getoetst blijkt soms dat deze lieve woorden niet meer zijn dan een dekmantel om iets anders gedaan te krijgen bij de ouders.

Een daad of handeling op zich geeft niet altijd voldoende informatie om ze als goed of slecht te kunnen bestempelen.  Om dit te kunnen doen moet je het motief erachter weten.  Zo kom je dan bij handelingen die goed-slecht kunnen zijn.  Ogenschijnlijk kunnen het vrome en bewonderenswaardige handelingen zijn, maar het motief er achter kan totaal verkeerd zijn en dus haar doel missen.  Bewust schrijf ik ‘verkeerd’ en niet ‘slecht’.  Een schijnheilig iemand kan een mooie vertoning geven maar bedrieglijke motieven hebben die waarlijk slecht zijn.  Zulke daden kunnen we dan makkelijk goed-slecht noemen.  Maar dit hoeft niet altijd zo te zijn.  Het kan eveneens voorkomen dat iemand iets goed wilt doen met een oprecht motief, maar de bal volledig misslaat.  Hij mist als het ware het doelwit waardoor de oprechte goede daad ook bestempeld kan worden als goed-slecht.  Dus een goede daad met een verkeerd motief.

Eerder zagen we dat zonde kon omschreven worden als “het missen van het doelwit, slechtheid, rebellie, ongerechtigheid, afdwalen, boosaardigheid, ronddolen, goddeloosheid, misdaad, wetteloosheid, overtreding, onwetendheid en afvallen”.  In Gods ogen is niet alleen het overtreden van Zijn wet ‘slecht’, maar ook het missen van het doelwit krijgt bij Hem de stempel ‘slecht’.  Zonde omschreven we als het “in onze handelingen, houding en natuur falen om te voldoen aan de morele wet van God”.  Die hele wet vatte Jezus samen in twee geboden:”Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.  Dit is het grote en eerste gebod.  Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Mat.22:37-39).

Zo kan het dus zijn dat iemand een enorm nobele daad verricht, zoals onze 23-jarige kankerpatiënt, maar dit niet doet uit liefde voor de Heer en hierdoor de bal volledig heeft misgeslagen, het doelwit gemist.  Hetgeen hij deed was goed, maar het motief erachter verkeerd.  Ook zulke daden zijn niet meer dan goed-slecht.

“Elke weg van een mens is recht in zijn ogen,maar de HERE beproeft de harten.” (Spreuken 21:2; cf.16:2, 25)

Iemands buitenkant, zijn handelingen en daden kunnen dus ogenschijnlijk zo mooi zijn, maar dit is niet hetgeen waar God naar kijkt.  God kijkt naar het hart (cf. Marc.7:1-23).  De mens zal voor de troon van God niet geoordeeld worden op zijn daden, maar op de onderliggende motieven.  Dit maakt Gods oordeel ook zo rechtvaardig omdat er in de motieven van een mens geen onderscheid gemaakt hoeft te worden tussen rijk en arm.  Niet iedereen heeft dezelfde middelen om grootse daden te verrichten, maar iedereen heeft wel zijn eigen motieven in de hand.

In Leviticus 10:1-2 zien we de twee zonen van Aäron, Nadab en Abihu een daad verrichten die goed-slecht was met daarbij Gods reactie.  Ze brachten een offer voor de Heer, maar niet zoals Hij het had geboden.  Ze deden dus een goed iets, een offer brengen voor de Heer, maar met een verkeerd motief, ze misten het doelwit door af te wijken van hetgeen God geboden had.  Toen God dit offer zag liet Hij hun sterven omdat het slecht was in Zijn ogen, ‘goed-slecht’ dus.

Van nature kan een mens niet meer doen dan daden die ‘slecht-slecht’ of ‘goed-slecht’ zijn.  Hoe oprecht de motieven en hoe vroom de daden op zich mogen zijn, ze blijven slecht!  Denk hier eens over na en toets je beweegredenen bij de ‘goede daden’ die je hebt verricht eens aan Gods wet, gewoon die twee eenvoudige opdrachten die Jezus gaf in Mat.22:37:39.  Je zal al gauw merken dat wanneer je Gods eenvoudige wet langs je motieven gaat leggen het niet moeilijk is om van Zijn wet af te dwalen, dus te zondigen.  Ook als christen zul je vast en zeker aan daden kunnen denken die de stempel ‘goed-slecht’ kunnen krijgen.  Heel mooi aan de buitenkant, maar rot vanbinnen.

Blijkbaar kunnen zowel ongelovigen als gelovigen ‘slechte’ motieven hebben bij hun daden en dus zondigen.  Waar zit dan het verschil tussen een christen en een goddeloze?  Hoe komt het dat God al de daden van de goddeloze bestempelt als ‘slecht’ en de Bijbel zegt dat we als christenen wel ‘goede’ werken kunnen doen?  Dat onderscheid zullen we in het volgende deel van de studie behandelen.  Momenteel is het belangrijk dat je even tijd neemt om hetgeen we tot nu toe hebben gezien, in gebed, te overdenken zodat je begrijpt dat daden slecht-slecht en goed-slecht kunnen zijn.

Wordt, zo God het wil, vervolgd…

Vanwaar al die strijd en al die conflicten in uw midden? Vloeien ze hier niet uit voort: uit uw hartstochten,

Rom 7:23; 1 Petr 2:11

die in alle delen van uw lichaam strijd voeren?

Hartstocht en wereldliefde

4

1 Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet hieruit: uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde toerusten?
2 U verlangt naar iets en krijgt het niet. U benijdt anderen en beijvert u om dingen te bemachtigen en kunt ze niet krijgen. U maakt ruzie en voert strijd, maar u krijgt niet