In het vorig artikel zagen we vanuit Gods Woord dat zonde niet zomaar egoïsme of mensgericht denken is, maar veel verder gaat dan dat.  We omschreven zonde als “het missen van het doelwit, slechtheid, rebellie, ongerechtigheid, afdwalen, boosaardigheid, ronddolen, goddeloosheid, misdaad, wetteloosheid, overtreding, onwetendheid en afvallen” ten opzichte van de morele wet van God, dus Gods karakter.

Puur natuur

Zonde wortelt dus niet enkel in al hetgeen we doen, maar is ook werkzaam in onze houding.  Onze handelingen kunnen wel goed zijn, maar de gedachten die we hebben kunnen volledig het doelwit missen, dus zondigen.  De daad die we uitvoeren kan enorm nobel zijn, maar onze wil kan daarbij toch afdwalen naar de andere richting.  Zonde kan zich zelfs uiten in een situatie waarin je verstand je aangeeft dat wat je doet goed is, maar je gevoel er totaal geen ‘zin’ in heeft.  Dit komt omdat zonde dieper geworteld zit dan louter in onze handelingen en houding, de zonde is een onderdeel van de natuur van de mens.  De mens is zondig omdat dit simpelweg zijn natuur is (Ef.2:3).  Zonde is als het ware als gist dat tijdens de bevruchting werd toegevoegd aan het ‘deeg’ en zich over geheel de mens heeft verspreid.  Ieder deel van de mens is hierdoor beïnvloed geraakt waardoor de mens ‘van nature’ niets goeds meer kan doen.  De mens is wanneer hij geboren wordt van nature zondig en kan daarom niet anders dan zondigen. Watchman Nee omschreef het als volgt:

“Ik ben geen zondaar, omdat ik zonde doe, maar ik zondig, omdat ik een zondaar ben.  Wij komen zo gemakkelijk tot de gedachte dat onze daden heel slecht zijn, maar wij zelf niet.  Terwijl God alle moeite doet om ons aan het verstand te brengen dat het met ons zelf helemaal niet in orde is.”

Even een krasse uitspraak om de ernst van een zondige natuur aan te tonen:

“Zelfs terwijl hij slaapt is de mens uit zichzelf, ondanks dat hij op dat moment geen zondige daden doet of bewust een zondige houding aanneemt, een zondaar in de ogen van God.”

Dit lijkt al ons verstand te boven te gaan.  Hoe kan iemand nu zondigen terwijl hij of zij slaapt?  Gaat dit niet een stap te ver?  Neen, de Bijbel zegt van niet.  Terwijl de mens slaapt heeft hij nog steeds een natuur die niet voldoet aan de morele wet van God, die tegen Gods karakter in gaat.

Om dit te begrijpen moeten we even terug gaan naar de oorsprong van deze natuur, dus waar ze vandaan komt.   Al gauw stranden we dan bij de eerste mens, de voorvader van ons allen, Adam.  Paulus schrijft in Romeinen 5:19 hierover dat door de zonde van één mens (Adam) zeer velen zondaar zijn geworden, namelijk al zijn nakomelingen.  In zijn boek  “Het normale christelijke leven” legt Watchman Nee dit op een heldere manier uit.  Hij schrijft het volgende:

“Door de zondeval voltrok zich een fundamentele wijziging in het karakter van Adam, waardoor hij zondaar werd, iemand die van nature niet in staat is God te behagen.  De familietrekken, die wij allen met hem gemeen hebben, zijn niet alleen de uiterlijke, maar ook de innerlijke.  Het zijn de karaktertrekken.  Wij zijn “zondaars geworden”.  Hoe ging dit in zijn werk? “Door de ongehoorzaamheid van één mens”, zegt Paulus.

Ik wil proberen dit met een voorbeeld duidelijk te maken.  Ik heet Nee.  Dat is een vrij veel voorkomende naam in China.  Hoe ben ik aan die naam gekomen?  Ik heb hem niet zelf gekozen?  Ik heb geen lijst met alle mogelijke Chinese namen voor mij genomen en deze naam uitgezocht.  Dat ik Nee heet, is geheel buiten mijn toedoen gebeurd en ik kan dat ook niet veranderen.  Ik ben een Nee, omdat mijn vader een Nee was, en mijn vader was een Nee, omdat mijn grootvader een Nee was.  wanneer ik mij gedraag als een Nee, ben ik een Nee, maar wanneer mijn gedrag daarmee in strijd zou zijn, dan zou ik nog een Nee zijn.  Al zou ik president van China worden, of als bedelaar langs de straat zwerven, dan ben ik nog een Nee.

Ik ben geen zondaar om mijn eigen zonden, maar ik ben een zondaar , omdat ik in Adam was, toen hij zondigde.  Omdat ik uit Adam geboren ben, ben ik één met hem en daar kan ik niets aan veranderen.  Al doe ik nog zo mijn best, ik hoor toch bij Adam en daarom ben ik een zondaar.

In China sprak ik daar eens over en zei: “Wij hebben allen in Adam gezondigd”.  Iemand antwoordde: “Dat begrijp ik niet”.  Dus probeerde ik het uit te leggen.  “Alle Chinezen stammen af van Huang-ti”, zei ik.  “Meer dan vierduizend jaar geleden voerde hij oorlog met Si-iu.  Zijn vijand was erg sterk, maar toch overwon en versloeg Huang-ti hem.  Daarna vestigde Huang-ti het Chinese rijk.  Wat zou er gebeurd zijn, als Huang-ti zijn vijand niet gedood had, maar hij zelf was gedood?  Waar zou u dan nu zijn?  “Ik zou er helemaal niet zijn”, antwoordde hij.  “O, nee”, zei ik, “Huang-ti had rustig kunnen sterven, daarom zou u nu toch wel kunnen leven”.  “Onmogelijk”, riep hij uit, “als hij gestorven was, dan had ik nooit kunnen leven, want mijn leven is uit hem voortgekomen”.

Ziet u, dat het menselijke leven één geheel is?  Ons leven vindt zijn oorsprong in Adam.  Als uw grootvader op driejarige leeftijd gestorven was, waar zou u dan zijn? Dan zou u in hem gestorven zijn.  Hij droeg uw leven in zich.  Precies zo droeg Adam het leven van ieder van ons in zich.  Niemand kan zeggen: “Ik ben er in Eden niet bij geweest”, want wij waren er allen in Adam, toen hij bezweek voor de woorden van de slang.  Wij zijn daarom allen betrokken bij de zonde van Adam en door onze geboorte uit Adam hebben wij zijn natuur.  Wij danken ons bestaan aan Adam en omdat zijn leven een zondig leven is geworden, een leven met een zondige natuur, is het leven, dat wij van hem ontvangen, ook zondig.”

Nieuwe natuur

Omdat de fout dus schuilt in onze afkomst en niet in ons gedrag is er dus geen bevrijding mogelijk, tenzij wij onze afkomst kunnen veranderen.  En langs die weg komt de bevrijding dan ook, want zo heeft God ons probleem opgelost.

“Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1Kor.15:22)

Door de zonde van Adam, de eerste mens, onze voorvader, heeft geheel het menselijk nageslacht een zondige natuur gekregen die niet uitwisbaar is.  De mens wordt in zonde geboren en zàl gaan zondigen omdat hij niet anders kan (cf. Psalm 51:7).  Ook al zouden we er in slagen om een kind in de wereld te laten komen, volledig afgezonderd van andere invloeden en louter de waarheid leren, dan nog kunnen we er zeker van zijn dat dit kind zich zou afkeren van die waarheid en zijn eigen gang zou gaan.  Zonde is geen gevolg van omstandigheden of invloeden, maar behoort tot de natuur van de mens.  “Wat er in zit, komt er uit”, dit wordt ook wel eens “totale verdorvenheid” genoemd.  Wat zijn de gevolgen van deze verdorvenheid?  Dat de mens geestelijk “dood” is of “blind” (Joh.9:39; Rom.6:13; 2Kor.4:4; Ef.2:1, 5; 1Tim.5:6).

Wil iemand ook maar iets kunnen doen om God te behagen zal dat niet lukken met de natuur die hij bij zijn geboorte heeft meegekregen, hij heeft een nieuwe natuur nodig een wedergeboorte.  De mens die wil leven zoals God het vraagt hoort opnieuw geboren te worden.  Wel niet zoals sommigen de reïncarnatie interpreteren, dus telkens weer opnieuw en opnieuw kansen krijgen in een nieuw leven, want dat zou hopeloos zijn.  Ook al zouden we 1000 kansen krijgen om ons leven te herbeginnen, we zouden als afstammelingen van Adam, nog steeds gaan zondigen.  We horen opnieuw geboren te worden uit een andere vader, een volmaakt iemand.  Onze eerste voorvader zou een volmaakte natuur moeten hebben.  Dat is wat de mens nodig heeft om God te kunnen behagen en te kunnen stoppen met zondigen.  Wanneer je dit inziet, merk je ook ineens waar alle andere religies falen!  Zij beweren dat de mens in zijn zondige natuur toch in staat is om zondeloos te worden, een ijdel streven dat op zich al zonde is en dus faalt.

Wordt, zo God het wil, vervolgd…

Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus [Jezus]. 13 Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen. 14 Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld. 15 Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is.