“Alle mensen zondigen” (Rom.3:9; 5:12),  “niemand op aarde kan goed doen zonder te zondigen” (Pred.7:20) en “een ongelovige kan niets goed doen in de ogen van de Heer” (Spr.15:8; 28:9).  Op zich wel krasse uitspraken.  Wil dit dan zeggen dat alles wat een mens doet slecht is?  Kan een mens niets goeds doen?  Zijn Christenen dan zoveel beter dan mensen die niet geloven of een ander geloof hebben?  Is de mens zonder Christus totaal verdorven?

Om deze vragen te kunnen overdenken en beantwoorden moeten we eerst een zuiver begrip krijgen van wat zonde nu eigenlijk is.  Als we zeggen dat niemand goed kan doen zonder te zondigen of dat alle werken van de ongelovigen in de ogen van de Heer een gruwel zijn rijst onmiddellijk protest naar voren en denken we aan tal van liefdadigheidsinstellingen die niets met geloof te maken hebben of aan tal van goede daden die ongelovigen voor hun medemens hebben gedaan.  “Ik ken ongelovigen die een beter leven leiden dan sommige Christenen”, heb ik zelfs al eens gehoord.  Wat is zonde?  Dat is nu de vraag die overblijft en de essentie van de discussie behandelt.

Egoïsme is niet altijd zonde

Zonde wordt vaak omschreven als zelfzucht of egoïsme.  “Zonde is het alleen maar aan jezelf denken”, menen sommigen.  Alhoewel veel egoïsme en zelfzucht als zonde bestempeld kunnen worden,  vormen ze geen bevredigende omschrijving van wat zonde nu eigenlijk is omdat de Bijbel ze ook niet op die manier omschrijft.  Soms wordt handelen uit eigenbelang zelfs aangemoedigd in de Bijbel!  Bijvoorbeeld wanneer Jezus ons aanmoedigt om “schatten in de hemel” te verzamelen (Mat.6:20), of wanneer we streven naar heiliging en een christelijke volwassenheid (1Thess.4:4), of wanneer we door Christus tot God naderen voor onze redding.  Wanneer we zonde zouden omschrijven als “zelfzucht of egoïsme” zou dit er toe leiden dat vele mensen zouden denken dat ze alle streven en verlangen naar persoonlijk voordeel moeten opgeven, wat zeker niet overeen komt met wat God zegt in de Bijbel.

Anderzijds is er ook veel zonde die niet zelfzuchtig is.  Mensen kunnen onzelfzuchtig toegewijd zijn aan een bepaalde valse religie of bepaalde doelen nastreven die strijdig zijn met de Bijbel maar niet rechtstreeks te maken hebben met “zelfzucht of egoïsme”.  Erger zelfs, haat tegen God, afgoderij en ongeloof hebben niet rechtstreeks te maken met egoïsme en zijn toch ernstige zonden!  Wanneer we zonde omschrijven als zelfzucht of egoïsme zouden we zelfs kunnen gaan denken dat ook God zondigt omdat Zijn hoogste doel het verheerlijken van Zichzelf is (Jes.42:8; 43:7, 21; Ef.1:12).  Iets wat duidelijk niet zo is.

Anderen omschrijven zonde als “alles wat mensgericht is en dus niet Godsgericht”, maar ook deze omschrijving is niet bevredigend en omvat niet alles.  Hoewel ze in essentie juist is kan ze te makkelijk verkeerd worden opgevat en neigt ze het omzien naar mensen af te keuren, wat natuurlijk helemaal tegen Gods Woord in gaat (Luc.10:27).

Zonde volgens de Bijbel

Hoe omschrijft de Bijbel dan zonde?  Hoe omschrijft God ‘zonde’ in Zijn Woord?  Er worden in de beide testamenten verschillende woorden gebruikt om zonde te beschrijven.  In het Oude Testament vinden we acht verschillende grondwoorden die gebruikt worden om ‘zonde’ te omschrijven en in het Nieuwe testament  maar liefst twaalf.  Om dus een totaalbeeld  te krijgen van wat zonde nu eigenlijk is en hoe de Bijbel het omschrijft is het goed om deze grondwoorden even nader te bekijken.

In het Oude Testament

  1. Chata
    Dit woord komt ongeveer  522 keer voor in het Oude Testament.  Het betekent “het doelwit missen”.  Het Grieks equivalent voor dit woord is ‘hamartano’.  Een doelwit missen wil ook zeggen dat een ander doelwit werd geraakt.  Wanneer iemand dus het juiste doelwit mist, en dus zondigt, raakt hij eveneens een ander doelwit.  Het is dus niet louter een passief missen van iets, maar ook een actief treffen van iets anders.  Enkele Bijbelverzen waarin dit woord gebruikt wordt zijn o.a. Ex.20:20; Richt.20:16; Spr.8:36; 19:2.
  2. Ra
    Wordt ongeveer 444 keer gebruikt in het Oude Testament.  Het Grieks equivalent is ‘kakos’ of ‘poneros’.  Het betekent “iets afbreken of ruïneren”.  Het verwijst dikwijls naar onheil en wordt vaak vertaald met het woord “kwaad”.  Het kan zowel op iets schadelijks of slecht wijzen als iets moreel verkeerd (Gen.3:5; 38:7; Richt.11:27).  In Jesaja 45:7 wordt gezegd dat God het licht formeert en de duisternis schept, het heil bewerkt en het onheil (Ra) schept.
  3. Pasha
    Dit betekent “rebelleren” maar wordt vaak vertaald met het woord “overtreden”.  Zie 1Kon.12:19; 2Kon.3:5; Spr.28:21 en Jes.1:2.
  4. Awon
    Dit woord slaat zowel terug op “onrechtvaardigheid” als “schuld”, het is een mengeling van de twee (1Sam.3:13).  Let op het gebruik van het woord in de context van de Lijdende Dienstknecht  (Jes.63:6) en met de opzettelijke zonde (Num.15:30-31).
  5. Shagag
    Dit woord betekent “het mis hebben” of “op het verkeerde pad geraken”,  zoals een schaap of dronkaard mogelijk doen (Jes.28:7).  Het slaat terug op het verkeerd doen van iets waar je verantwoordelijk voor bent.  De Israëlieten die onopzettelijk verkeerd hadden gehandeld werden bijvoorbeeld geacht te weten wat de Wet van God gebood (Lev.4:2; Num.15:22).
  6. Asham
    Bijna alle toepassingen van dit woord staan in verband met de rituelen van de tabernakel en de tempel in Leviticus, Numeri en Ezechiel.  “Schuld tegenover God” is het idee hierachter.  Het wijst naar de schuld en zonde offers en houdt daardoor zowel opzettelijke als onopzettelijke schuld in (Lev.4:13; 5:2-3).
  7. Rasha
    Wordt zelden gebruikt voor de ballingschap, het komt geregeld voor in de Psalmen, Ezechiel en de wijsheidsliteratuur (Prediker, Spreuken, Job).  Het betekent “boosaardig”, het tegenovergestelde van rechtvaardig (Ex.2:13; Ps.9:16; Spr.15:9; Ez.18:23).
  8. Taah
    Dit woord betekent “afdwalen” of “verdwaald raken”.  De zonde is vrijwillig, niet toevallig, terwijl de persoon in kwestie het niet beseft.  Let op Num.15:22; Ps.58:3; 119:21; Jes.53:6 en Ez.44:10, 15.

Uit deze woordstudie uit het Oude Testament kunnen we tot de volgende conclusie komen:

  • Zonde neemt vele vormen aan.  Door het verschillend woordgebruik kon een Israëliet zich bewust zijn van welke bepaalde vorm zijn zonde aannam.
  • Zonde is dat wat tegengesteld is aan een norm en het is uiteindelijk ongehoorzaamheid aan God.
  • Ongehoorzaamheid bevat zowel het actief doen van iets als het verzuimen van een ander iets.  De nadruk ligt vooral op het doen van het verkeerde en in mindere mate op het verzuimen van het goede.  Zonde is niet enkel het missen van het juiste doelwit, maar ook het treffen van het verkeerde doelwit.

In het Nieuwe Testament

  1. Kakos
    Betekent “slecht”, het bijwoord wordt soms gebruikt om lichamelijk slechtheid, dus ziekte, weer te geven (Marc.1:32), maar het bijvoeglijk naamwoord verwijst meestal naar morele slechtheid (Mat.21:41; 24:48; Marc.7:21; Hand.9:13; Rom.12:17; 13:3-4, 10; 16:19; 1Tim.6:10).
  2. Poneros
    Dit is een algemene term om het kwade te omschrijven en verwijst meestal naar “morele slechtheid” (Mat.7:11; 12:39; 15:19; Hand.17:5; Rom.12:9; 1Thess.5:22; Heb.3:12; 2Joh.11).  Het wordt ook gebruikt voor satan (Mat.13:19, 38; 1Joh.2:13-14; 5:18; en mogelijk Mat.6:13 en Joh.17:15) en demonen die kwade geesten genoemd worden (Luc.11:26; Hand.19:12).
  3. Asebes
    Betekent “goddeloos”.  Dit woord komt het meest voor in 2Petrus en Judas in de betekenis van goddeloze afvalligen.  De ongelovigen benoemd als goddelozen (Rom.4:5; 5:6).  Soms wordt het samen met andere woorden voor zonde gebruikt (Rom.1:18; 1Tim.1:9; 1Pet.4:18).
  4. Enochos
    Dit woord betekent “schuldig” en verwijst meestal naar iemand wiens overtreding de doodstraf waard is (Mat.5:21-22; Marc.14:64; 1Kor.11:27; Jak.2:10).
  5. Hamartia
    Dit is het meest gebruikte woord voor zonde en komt ongeveer 227 keer voor.  Wanneer een schrijver een alomvattend woord voor zonde wou gebruikte hij dit woord.  De metafoor achter dit woord is “het doelwit missen”, maar net als in het Oude Testament benadrukt het niet enkel het missen van het doel, maar ook het treffen van een ander doel.  Wanneer het gebruikt wordt in de Evangeliën, komt het steeds voor in de context van vergeving of verlossing (Mat.1:21; Joh.1:29).  Andere interessante verwijzingen zijn Hand.2:38; Rom.5:12; 6:1; 1Kor.15:3; 2Kor.5:21; Jak.1:15; 1Pet.2:22; 1Joh.1:7; 2:2 en Op.1:5.
  6. Adikia
    Dit verwijst naar ieder onrechtvaardig iets in de breedste zin van het woord.  Het wordt gebruikt bij ongelovigen (Rom.1:18), bij geld (Luc.16:9) bij delen van het menselijk lichaam (Rom.6:13; Jak.3:6) en bij handelingen (2Thes.2:10).
  7. Anomos
    Wordt vaak vertaald als “ongerechtigheid” maar het woord zelf betekent “wetteloosheid”.  Het gaat over het breken van de wet in de breedste zin van het woord (Mat.13:41; 24:12; 1Tim.1:9).  Naar de eindtijd toe verwijst het naar de antichrist, de wetteloze (2Thes.2:8).
  8. Parabates
    Betekent “overtreder”.  Dit woord verwijst meestal naar een specifieke overtreding van de wet (Rom.2:23; 5:14; Gal.3:19; Heb.9:15).
  9. Agnoein
    Dit woord kan verwijzen naar “de onschuldige (of in onwetendheid) aanbidding van andere goden dan de ware God” (Hand. 17:23; Rom.2:4).  Zulke onwetendheid maakt iemand schuldig en in nood aan verzoening (Heb.9:7).
  10. Planao
    “Op een te verwijten manier afdwalen” is de betekenis van dit woord (1Pet.2:25).  Mensen kunnen anderen misleiden en verleiden (Mat.24:5-6); mensen kunnen zichzelf misleiden (1Joh.1:8) en satan misleidt en verleidt de hele wereld (Op.12:9; 20:3, 8).
  11. Paraptoma
    De betekenis van dit woord is “afvallen” of “in de steek laten” en meestal op vrijwillige basis.  Paulus gebruikt dit woord 6 keer in Rom.5:15-20.  Zie ook Mat.6:14; 2Kor.15:19; Gal.6:1; Ef.2:1 en Jak.5:16.
  12. Hypocrisis
    Dit woord bevat drie ideeën: “onjuist interpreteren” zoals een orakel (of valse profeet) kan doen, “doen alsof” zoals een toneelspeler  en “het bewust volgen van een valse leer (of interpretatie)”.  De drie ideeën waren verweven in het voorval van Petrus’ huichelarij in Gal.2:11-21.  De valse leraren aan het einde der tijden zullen vals interpreteren (uitleggen), zich anders voor doen dan ze zijn en velen zullen hun leer volgen (1Tim.4:2).  Schijnheiligen (hypocrieten) verleiden zichzelf eerst om fout om te buigen naar recht en misleiden daarna anderen.  Dit is de vreselijke natuur van deze zonde.

We kunnen verschillende conclusies trekken uit deze woordstudie in het Nieuwe Testament:

  • Er is altijd een heldere standaard waartegen zonde is gepleegd.
  • Uiteindelijk zijn alle zonden een rebellie tegen God en een overtreding van Zijn standaard.
  • Het kwade kan verschillende vormen aannemen.
  • De mens heeft een duidelijke en goed verstaanbare verantwoordelijkheid.

In een definitie

Zonde kan het best omschreven worden door de omschrijvingen van al deze woorden samen te voegen.  Hierdoor zouden we een zeer nauwkeurige omschrijving krijgen van wat zonde nu eigenlijk is, maar ze zou ontzettend lang worden.  We zouden zonde dus kunnen omschrijven als: het missen van het doelwit, slechtheid, rebellie, ongerechtigheid, afdwalen, boosaardigheid, ronddolen, goddeloosheid, misdaad, wetteloosheid, overtreding, onwetendheid en afvallen.

Een iets overzichtelijkere definitie van zonde zou kunnen zijn:

“Zonde is in onze handelingen, houding en natuur falen om te voldoen aan de morele wet van God.”

Hierdoor omschrijven we zonde in relatie tot God en Zijn morele wet.  Zonde beperkt zich niet louter tot onze handelingen en daden, maar vinden we ook terug in onze houding en gedrag die tegengesteld zijn aan hetgeen God van ons vraagt.  Om God te behagen horen we niet enkel moreel zuiver zijn in onze handelingen, maar ook in de verlangens van ons hart (cf. Marc.12:30).

Zonde is compleet het tegenovergestelde van al wat goed is in het karakter van God.  Net zoals God voor eeuwig Zich verheerlijkt in Zichzelf en in al wat Hij is, zo haat God voor eeuwig zonde omdat het tegen Zijn natuur in gaat.  Het is tegengesteld aan Zijn heiligheid en moet het daarom haten.

“Gij, die te rein van ogen zijt om het kwaad te zien, en die het onrecht niet kunt aanschouwen.” (Hab.1:13)

Wordt, zo God het wil, vervolgd…