D.L.Moody vertelde eens over een vader die op een zondagmiddag in het veld was gaan wandelen met zijn kleine kind.  Omdat het zo vreselijk warm was, ging hij lekker in de schaduw onder een boom liggen. Zijn kleintje rende heen en weer om wilde bloemen te plukken. Dan kwam hij vertellen hoe fijn hij het vond. Na een tijdje was de vader in slaap gezakt en ondertussen dwaalde zijn kleine jongen verder van hem af.

Toen hij wakker werd was zijn eerste gedachte: “Waar is mijn kind?” Hij keek overal rond, maar zag hem nergens. Hij schreeuwde zo hard hij kon en hoorde alleen de echo. Hij rende naar een heuvel, keek rond en riep opnieuw, maar er kwam geen reactie. Daarna keek hij naar beneden in een nabij gelegen bergkloof. Daar zag hij zijn kleine, lieve kind verongelukt tussen de struiken op een rots. Hij haastte zich naar beneden waar hij het levenloze lichaam van zijn kind oppakte en tegen zijn borst drukte. Hij beschuldigde zichzelf dat hij de moordenaar was geweest van zijn kind. Hij had hem niet beschermt tegen de gevaren. Toen hij sliep was zijn arme kind over de overhangende rots gerend en naar beneden gestort.

Denk je nu bij jezelf “dit zou mij nooit overkomen”?  Mogelijk niet op deze manier, maar hoe bescherm jij je kinderen tegen de gevaren en verleidingen van onze boze samenleving.  Ben je hier actief mee bezig of lig je rustig te slapen, terwijl je kinderen zich mogelijk ongewaarschuwd en onverwachts over een akelige afgrond in een bodemloze put storten?   Vader, het is jouw verantwoordelijkheid om je kinderen te waarschuwen en tegen te houden.

Hardwerkende slaapkoppen

Misschien roept de beeltenis van Moody enkele voorbeelden in je naar voren van vaders die simpelweg te lui zijn om naar hun kinderen om te zien.  Papa’s die liever in bed of op de sofa liggen dan actief met hun kinderen bezig te zijn.  Toch denk ik niet dat dit de grootste ‘slaapkoppen’ zijn.  De meeste slapende vaders vind je tegenwoordig op de arbeidsmarkt, onder de actieve bevolking.  Druk bezette mannen die bewust of onbewust hun taak als vader verzuimen door hun carrière (en/of hobby’s).  “Ja maar”, denk je misschien nu bij jezelf, “Ik ben helemaal niet lui en lig niet te slapen, maar heb ook andere verplichtingen.  Er moet ook brood op tafel komen!”  Op zich geen vreemde reactie die ook een kern van waarheid bevat, maar die ook onder de loep mag worden genomen.  Onderzoek jezelf een en ga eens na of je werkelijk enkel voor het ‘brood’ werkt.  Mogelijk vind je toch nog andere beweegredenen, buiten voorzien van de primaire noden,  die er  toe bijdragen dat je je laat opslorpen door je werk.  Toets deze redenen eens aan Gods Woord en leg ze voor de Heer neer in gebed. Ga eens na of je werkt om te leven of leeft om te werken.

Samen bouwen aan de samenleving

Onder het motto ‘ieder moet een steentje bijdragen in onze samenleving’ verschuilen zich ook veel hard werkende vaders.  Door hard te werken denken ze de samenleving vooruit te helpen want hun harde werk zorgt uiteindelijk voor een betere economie.  Een betere economie staat garant voor een betere samenleving, het is goed voor het welzijn van het volk.  Maar is dit werkelijk zo?  Is dit streven zo nobel dat het al de rest aan de kant mag schuiven?  In een Vlaamse krant (HBVL) las ik 13/08/2010 een artikel over een eerste internaat waar werkende ouders hun kinderen ook ’s nachts konden laten verblijven.  Een initiatief dat hartelijk werd onthaald en als een positieve bijdrage voor onze samenleving bestempeld.   Toch ben ik er van overtuigd dat dit een zoveelste stap achterwaarts is in onze samenleving, iets waar we de vruchten op termijn van zullen proeven (of net niet).  De koopkracht van eenieder bepaalt niet de waarde van onze samenleving.

“Een rechtvaardige, wandelend in zijn oprechtheid –welzalig zijn zijn kinderen na hem.” (Spr.20:7)

Kinderen hebben hun ouders nodig.  Enerzijds om hun te voorzien van alle fysieke noden, maar anderzijds ook om geestelijk gevoed te worden.  Kinderen bestaan, net als volwassenen, uit een lichaam én een geest.  Lichamelijk overgewicht is een grote zorg in onze samenleving, maar hoe zwaar tillen we aan geestelijke ondervoeding?  Hoe kunnen kinderen opgroeien naar volwassenheid als ze zelden of nooit iemand hebben zien voorgaan?  Van wie moeten de kinderen leren als er niemand is die hun onderwijst?  Salomo benadrukt in de bovenstaande spreuk het belang dat vaders hebben in de opvoeding van hun kinderen — de rechte wandel voorleven en leren.  Hij schrijft dus niet dat de kinderen van een ‘welgestelde’ vader zalig zijn.  Rijkdom is niet hetgeen een kind ‘welzalig’ maakt!  Hoogstwaarschijnlijk kon Salomo, als rijke welgestelde koning, spreken uit ervaring.   Een kind dat mag opgroeien in een huis dat geleid wordt door een oprechte rechtvaardige vader is welzalig en zal kunnen genieten van de vruchten van zijn vader naargelang het verder groeit in volwassenheid.  Daarom zijn de kinderen van deze vader ‘welzalig’.  Anderzijds kan je de spreuk ook negatief benaderen: “Een onrechtvaardige, wandelend naar zijn eigen begeerten — betreurenswaardig zijn zijn kinderen na hem.”  Een vader die zijn taak als (geestelijke) leider niet oppakt, draagt er toe bij dat zijn kinderen in zijn voetsporen treden en zich mogelijk in ‘de afgrond’ storten.  Vaders, jullie kinderen hebben jullie nodig, niet enkel als speelmaatjes, maar ook als onderwijzer en voorbeeld!

Gezin als hoogste prioriteit

Onder de hardwerkende mensen is er ook een groep vaders die niet al hun aandelen op hun carrière hebben gezet.  Vaders die beseffen dat de rijkdom en status in deze wereld maar tijdelijk is en niet meer dan een ijdel streven.  Mannen die de rijkdom in Christus hebben gezien en zich hier ten volle voor inzetten maar daarbij het gevaar lopen dat hun bediening hun vreugdevolle taak als ‘papa’ verdringt.  Papa’s net als mij.  Als ik mezelf niet geregeld bepaal bij de prioriteit die het gezin heeft ten opzichte van alle andere taken en bedieningen neig ik steeds weg van mijn verantwoordelijkheid als vader.  Toch is de Bijbel duidelijk over het belang van het ‘vaderschap’.  Een van de vereisten van een oudste die Paulus meegeeft is  dat hij “een goed bestierder van zijn eigen huis, die met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt” moet zijn (1Tim.3:4)   Paulus laat hier zien dat het besturen van het gezin van groter belang heeft dan de bediening als oudste.  Om oudste te worden en te blijven moet de vader eerst getuigen van goed leiderschap in zijn gezin.  Wanneer de vader zijn verantwoordelijkheid als vader nalaat, getuigt hij niet meer van goed leiderschap in zijn gezin en is hij dus ongeschikt om oudste te worden of te blijven.  Dit wordt ook door Paulus benadrukt wanneer hij veder gaat:  “indien echter iemand zijn eigen huis niet weet te bestieren, hoe zal hij voor de gemeente Gods zorgen?” (1Tim.3:5). Het besturen van het gezin komt dus voor de bediening want zonder goed bestuur, is er geen bediening!  Vaders die zich hierin herkennen horen zich geregeld af te vragen of de goede dingen die ze doen, ook wel de juiste dingen zijn.  Het volgen van Christus zit niet in het volbrengen van grote opdrachten en taken, maar in het nemen van de verantwoordelijkheid die eenieder heeft gekregen.  Deze kunnen voor eenieder verschillend zijn, maar één ervan is voor alle vaders hetzelfde… “WAKKER WORDEN PAPA!”

Soli Deo Gloria