Het Christendom telt vandaag wereldweid een 2 miljard gelovigen en is daarmee veruit de grootste religie.  Reden om te juichen of om over na te denken…

Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid. (Mat.7:21-23)

De Bijbel geeft zeer duidelijk weer dat er hier op aarde velen zullen zijn die beweren te geloven in Jezus Christus, maar Hem nooit zullen toebehoren.  Velen lopen rond met een vals geloof en de daarbij horende valse hoop.  Velen beweren een volgeling van Christus te zijn, maar zijn in werkelijkheid niet meer dan kinderen van de boze (Mat.13:39) die vrijwillig op weg zijn naar de eeuwige verdoemenis.  Je richten op eeuwige hoop en een eeuwigheid moeten doorbrengen onder smart en verdriet, dat is wat velen zullen ondervinden.

Anderzijds zijn er ook ware volgelingen van Jezus, kinderen van de Heer, die de hoop die hun wordt beloofd niet durven vastnemen door twijfel.  Ze zijn, zoals John Bunyan ze beschrijft in zijn boek Christenreis naar de Eeuwigheid, opgesloten in het kasteel ‘Twijfel’ van de reus ‘Wanhoop’.  Ze zijn door de leugens die Satan verspreid (1Pet.5:8) tijdelijk schaakmat gezet en missen de innerlijke vrede van het Christen zijn (Fil.4:4-8).

Hoe kan ik nu bij mezelf nagaan of ik een ware Christen ben of niet?  Hoe kan ik mezelf toetsen en voorkomen dat ik  leef in ijdele hoop?  Moet ik gaan tellen hoeveel keer ik op een week bid of hoeveel tijd ik besteed in het Bijbellezen?  Moet ik de frequentie van mijn kerkbezoeken nagaan of hoeveel keer ik iets heb gedaan voor iemand anders?

Neen, iemands daden, hoe vroom ze ook mogen lijken, zijn geen garantie voor een waar geloof.  Het is geen kwestie van hoeveel tijd er werd geïnvesteerd in vrome acties maar het is een kwestie van het hart (Mat.15:18).  Wat zijn de beweegredenen die schuilen achter hetgeen ik allemaal doe?  Ben ik vroom om God te dienen of ben ik vroom zodat God mij kan dienen?  Is je motivatie  gehoorzaamheid aan God of zijn het de zegeningen die God beloofd?  Hoe zou je handelen als God jou vroeg om Hem te gehoorzamen, maar er tegelijkertijd ook bij zei dat je hier nooit voor beloond zou worden?  Wat als de Heilige God geen toekomst voorzag voor jou op een nieuwe volmaakte aarde, maar een eeuwigheid op deze vervloekte aarde.  Een eeuwig leven hier op aarde met de bijhorende beproevingen waarbij Hij jou enkel beloofde te leiden en te vormen door Zijn Geest?  Zou je Hem dan ook nog willen verheerlijken simpelweg omdat Hij jouw Schepper is?

Dit zijn geen vreemde vragen en is geen onderwerp dat God schuwt in Zijn Woord.  We zien dezelfde vragen terug komen in het boek Job.

Toen zeide de HERE tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zó vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. En de satan antwoordde de HERE: Is het om niet, dat Job God vreest? Hebt Gij zelf niet hem en zijn huis en al wat hij bezit aan alle kanten beschut? Het werk zijner handen hebt Gij gezegend, en zijn bezit is zeer toegenomen in het land. Strek daarentegen uw hand uit en tast alles aan wat hij bezit – of hij U dan niet openlijk zal vaarwel zeggen! (Job 1:8-11)

Hier zien we satan die Jobs vroomheid in twijfel trekt, meer zelfs, hij is er van overtuigd dat Job zijn vroomheid gebaseerd is op Gods milde zegeningen.  Doorheen het boek zien we dan Jobs strijd, maar ook wat er werkelijk in Jobs hart leeft.  Jobs geloof werd extreem getoetst, maar hij bleef staan.  De beschuldiging die satan deed bleek vals te zijn, weer een zoveelste leugen van hem.  Wat ook opvalt is dat God het, binnen door Hem bepaalde grenzen, toeliet dat Job beproefd zou worden.  Dat doet je ook beseffen dat we God ook horen te danken voor de moeilijke stukken in ons leven, de ware strijd want…

Gedenk dan heel de weg, waarop de HERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, om u te verootmoedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt onderhouden. (Deut.8:2)

… Hij laat deze dingen op ons pad komen om ons te verootmoedigen voor Hem, ons te beproeven en te laten zien wat er werkelijk in ons hart leeft.  Geloofsovertuigingen  groeien of sterven doorheen de beproevingen (Jac.1:2-3).

Hoe reageer jij op de dagelijkse bekommernissen of tegenslagen?  Hij ga jij om met een groot verlies of vervelende opdracht?  Doen deze dingen jou meer en meer stilstaan bij hetgeen Jezus gedaan heeft voor ons of doen ze je twijfelen aan Gods goedheid en liefde?  Had jij vergeving van zonden nodig om terug in het reine te staan voor je Schepper of had je vergeving van zonden nodig om een hoopvolle eeuwige toekomst te hebben?  En wat als de moeilijkheden voorbij zijn, blijf je dan trouw de Heer dienen in gehoorzaamheid of zet je je vroegere weg weer verder tot er weer een belemmering op je pad komt?

Durf jezelf dit af te vragen en ga hier niet te licht mee om.  Beter een grote gewetensworsteling hier op aarde afhandelen, dan een eeuwigheid hierop te moeten terugblikken met eeuwige smarten.

Een vraag die je gedachten hiermee op weg kunnen helpen …

“Stel je voor dat God beslist dat jij een eeuwigheid in de Hel zult doorbrengen met alle pijnen en verdriet dat er bij hoort, hoe zou je je tijd doorbrengen en waar zou je hart naar uitgaan?”

Waarom ‘geloof’ jij in Jezus Christus?

Soli Deo Gloria