Gevangenschap en bevrijding van de wil

R.C.Sproul

vrije-wil-en-genade1Sinds Pelagius en Augustinus met elkaar botsten over de vrije wil en de genade, is dit onderwerp steeds opnieuw opgedoken in de theologische discussies. R.C. Sproul geeft een overzicht van de historische standpunten. Daarbij wordt de problematiek steeds heel helder gemaakt. Sproul beoordeelt en beantwoordt deze problematiek vanuit gereformeerd perspectief. De wil die als gekluisterd zit aan de zonde, wordt alleen door Gods genade bevrijd. Aan de orde komen o.a. Augustinus en Pelagius, Luther en Calvijn, Arminius, Edwards en Finney.

In dit boek laat R.C.Sproul de nauwe relatie zien tussen de visie die iemand heeft op de val, wedergeboorte en vrije wil.  Deze zaken kunnen van elkaar onderscheiden worden, maar zijn nooit te scheiden.

Als de val de mens moreel onmachtig achterlaat, dood in de zonde en verslaafd aan de zonde, dan moet de menselijke vrijheid dienovereenkomstig gezien worden.  Als de val niet zo radicaal is, dan ziet men de wil van de mens op een andere wijze.

Hoe we onze gevallen staat zien, heeft dus grote gevolgen voor de wijze waarop we de natuur en de noodzaak van de wedergeboorte met betrekking tot het geloof zien.  En dat heeft weer gevolgen voor hoe we de Bijbelse leer van de uitverkiezing opvatten.

Van Augustinus tot de reformatoren, tot Edwards en tot op de huidige dag, laten degenen die geloven dat de gevallen zondaar nog de mogelijkheid heeft om te kiezen wat hij begeert, maar juist door zijn verdorven begeerten gevangen gehouden wordt, hun vertrouwen rusten op de wetenschap dat de zaligheid van de Heere is en dat degenen die door de Zoon worden vrijgemaakt, waarlijk vrij zijn.

Soli Deo Gloria