Jezus zei: ‘Elke rank aan Mij die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke rank die wel vrucht draagt, snoeit Hij (God), opdat zij meer vrucht draagt’ (Johannes 15:2).

Snoeien is een belangrijke voorwaarde voor vruchtdragen. Een ongesnoeide wijnstok zal wel groeien, maar weinig vrucht dragen. Door bepaalde takken weg te halen, wordt de groeikracht niet verspild maar zo nuttig mogelijk aangewend voor het produceren van vrucht.

In het geestelijk leven is het net zo. God moet ons snoeien, want als gelovigen hebben we nog steeds een zondige natuur. We hebben de neiging om onze geestelijke energie te besteden aan wat geen goede vrucht is. Zelfs in het lichaam van Christus kunnen we zomaar vallen voor de verleiding van aanzien en succes. We zijn geneigd vooral op natuurlijke talenten en menselijke wijsheid te vertrouwen. We worden voortdurend afgeleid en meegezogen door het genot en de rijkdommen van de wereld.

God gebruikt tegenspoed om ons los te maken van die dingen die niet werkelijk vruchtbaar zijn. Een ernstige ziekte of de dood van een geliefde, het verlies van een kostbaar bezit of een aanslag op onze reputatie, een droom die in duigen valt of een pijnlijke mislukking, het geeft allemaal aanleiding om na te denken over wat werkelijk belangrijk is in het leven. Positie en aanzien verliezen dan grotendeels hun betekenis. We leren onze verlangens en verwachtingen, ook al zijn ze nog zo goed, uit handen te geven en te onderwerpen aan de soevereine wil van God. We worden steeds afhankelijker van Hem en gaan ons steeds meer richten op datgene wat eeuwigheidswaarde heeft. Zo snoeit God ons om nog meer vrucht te dragen.

Door Jerry Bridges