Steve Lawson schrijft als inleiding op zijn commentaar van Psalm 149:

“God loven is het hoogste privilege gegeven aan de heiligen. Of het nu aangeboden wordt door verheerlijkte gelovigen in de hemel of door hen levend op aarde, zij zijn werkelijk gezegend om Gods aanwezigheid te betreden en Zijn Naam te verhogen.

Dat de heilige God de sterfelijke mens zou toestaan om voor Zijn troon te verschijnen, Zijn schoonheid te aanschouwen en Hem te loven, is een privilege om nooit als vanzelfsprekend te vinden. […]

God loven mag nooit gezien worden als verplicht ritueel of leeg gezwoeg. Het is eerder een vreugdevolle verrukking, de hoogste eer van Gods volk.

Psalm 149 is een oproep aan heel Gods volk om God te loven voor Zijn overwinning op bedreigende vijanden.

De identiteit van de psalmist is onbekend, maar zijn boodschap spreekt boekdelen. Het is de voorlaatste halleluja-psalm. Dat zijn psalmen die beginnen en eindigen met de opdracht om God te loven via het woord “Halleluja!”, oftewel “Looft de Heer”. Loven is iemand eren door prijzende dingen te zeggen over hem of haar.

De specifieke omstandigheden zijn onbekend maar de context duidt op een tijd wanneer Israël bedreigd werd door indringende vijandelijke machten. Zelfs in deze levensbedreigende situatie werd Gods volk opgeroepen God te loven.

Psalm 149 is in te delen in 3 blokken die duidelijk onderwijs geven aangaande het loven van God.

  1. De Oproep (v1-3)
  2. De Redenen (v4)
  3. De Reactie (v5-9)

Hieronder volgt de tekstverklaring van elk blok.

A. De Oproep (v1-3)

1 Halleluja!
Zing de HEERE een nieuw lied,
Zijn lof zij in de gemeente van Zijn gunstelingen.
2 Laat Israël zich verblijden in zijn Maker,
laten de kinderen van Sion zich verheugen over hun Koning.
3 Laten zij Zijn Naam loven in reidans,
voor Hem psalmen zingen met tamboerijn en harp.

De oproep tot lofprijs voor God wordt gegeven. Lofprijs kan via liederen: een nieuw lied of een bekend lied in een nieuw daglicht. Dit loflied wordt gezongen in de gemeente (= samenkomst) van Gods gunstelingen. Dit is openbaar en publiekelijk.

Ieder mens die Gods gunst van wedergeboorte heeft ontvangen zal publiekelijk God loven met zijn stem. Dit komt voort uit een dankbaar hart.

De psalmist geeft duidelijk aan dat God de lofprijs toekomt. Hij benoemt twee titels van God:

  1. Maker van Israël : God is niet alleen de Schepper van de wereld, Hij is ook de Maker van het volk Israël. Hij beloofde Abraham een groot volk en God heeft Zijn belofte gehouden.
  2. Koning van Israël : Ook al was er een periode dat Israël een koning had, de werkelijke Koning is God zelf. Hij regeert over alles en leidt alle dingen; ook alles aangaande Israël.

En natuurlijk mag deze openlijke, publieke lofprijs ondersteund worden met instrumenten en zedige dans. Dit is een typisch Joods element.

B. De Redenen (v4)

4 Want de HEERE is Zijn volk goedgezind,
Hij zal de zachtmoedigen aanzien geven met heil.

De psalmist geeft twee redenen om God te loven:

  1. Gods goedgezindheid : Ondanks dat Israël gehaat en veracht werd in de tijd van de psalmist (en ook nog vandaag) door de heidense volken die hun bedreigden, zijn ze diep geliefd door God. God is Zijn verbondsvolk goedgezind ook al is de wereld actief of passief tegen hen.
  2. Gods geschonken overwinning : Aan hen die zachtaardig zijn schenkt God Zijn overwinning: verlossende genade. Overwinning op zonde, en bevrijd van schuld en dood gaat de wedergeborene door het leven. Voor het Israël van het Oude Testament was er ook nog de belofte van militaire overwinning. Cfr. punt C.4. later in dit artikel.

Het valt op dat ook deze psalm het karakter en daden van God als motieven neemt tot lofprijs. De redenen om God te loven beginnen bij het wezen en werk van God zelf, ongeacht onze fluctuerende gevoelens. Het is daarom ook onzin dat men eerst in een bepaalde gemoedstoestand moet komen om God te kunnen loven.

C. De Reactie (v5-9)

5 Laten Zijn gunstelingen om die eer opspringen van vreugde,
laten zij vrolijk zingen op hun slaapplaatsen.
6 Gods lofzangen klinken uit hun mond,
een tweesnijdend zwaard is in hun hand,
7 om wraak te oefenen over de heidenvolken,
bestraffingen over de natiën,
8 om hun koningen te binden met ketenen
en hun aanzienlijken met ijzeren boeien,
9 om het beschreven recht aan hen te voltrekken.
Dát zal de glorie van al Zijn gunstelingen zijn.

Halleluja!

Als antwoord op Gods goedheid en genade ontstaat het volgende:

1. Vreugde

Vers 5a: De eer waarover de psalmist spreekt is het onverdiende privilege om gerekend te worden tot een object van Gods vreugde en verlossing. Deze eer schenkt vreugde.

2. Vrede & rust

Vers 5b: Deze vreugde is van zo’n aard dat zelfs wanneer gelovigen ’s nachts in hun bed rusten, zij dat doen zonder zorgen of paniek. Hun ziel is niet vervuld van angst maar van aanbidding. Zelfs al bevinden ze zich in een levensbedreigende situatie.

3. Lof

Vers 6a: Zelfs in de levensbedreigende situatie waarin de gelovige zich bevindt, lofprijst hij God.

4. Actie

De context van deze psalm duidt op een tijd wanneer Israël bedreigd werd door indringende vijandelijke machten. Gevaarlijke bendes of vijandige legermachten die het land plunderen en de inwoners vermoorden.

Vers 6: In deze gevaarlijke tijd waarin de psalm geschreven werd, heeft de gelovige lofzangen in zijn mond en een wapen in de hand. Oftewel: aanbidding en oorlogsvoering is hun toewijding. Deze gunstgenoten van God horen krachtige krijgers te zijn die hun land verdedigen en de strijd aangaan met deze staatsvijanden.

Vers 7: Israël in het Oude Testament oefent door zijn oorlogsvoering Gods oordeel uit over deze vijandelijke machten. De overwinning zal van die aard zijn dat zelfs de hoogste leiders van de vijand uitgeschakeld worden (v8).

Vers 9: Het strijden tegen en het overwinnen van deze vijanden van Israël in het Oude Testament is een goddelijk oordeel dat reeds jaren eerder beschreven werd als profetie. God had reeds hun verlies bepaald en gecommuniceerd:

1 Wanneer de HEERE, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij vele volken van voor uw ogen verdreven heeft, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zeven volken, die groter en machtiger zijn dan u,
2 en wanneer de HEERE, uw God, hen aan u overgegeven heeft en u ze verslaat, dan moet u hen volledig met de ban slaan; u mag geen verbond met hen sluiten en hun niet genadig zijn.

– Deuteronomium 7:1-2

 

3 Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven, overeenkomstig wat Ik tot Mozes gesproken heb.
4 Van de woestijn en deze Libanon af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat, heel het land van de Hethieten, en tot de Grote Zee, waar de zon ondergaat, zal uw gebied zijn.
5 Niemand zal tegenover u standhouden al de dagen van uw leven. Zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn. Ik zal u niet loslaten en u niet verlaten.
6 Wees sterk en moedig, want ú zult dit volk het land dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te geven, in erfbezit laten nemen.
7 Alleen, wees sterk en zeer moedig, door nauwlettend te handelen overeenkomstig heel de wet die Mozes, Mijn dienaar, u geboden heeft. Wijk daar niet van af, naar rechts of naar links, opdat u verstandig zult handelen overal waar u gaat.
8 Dit boek met deze wet mag niet wijken uit uw mond, maar u moet het dag en nacht overdenken, zodat u nauwlettend zult handelen overeenkomstig alles wat daarin geschreven staat. Dan immers zult u uw wegen voorspoedig maken en dan zult u verstandig handelen.
9 Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat.

 Jozua 1:3-9

Deze beloften gaven de Israëlieten zekerheid van overwinning.

Zoals het verbondsvolk Israël onder het Oude Verbond mag de wedergeboren gelovige onder het Nieuwe Verbond rust vinden in Zijn Maker en Koning en Hem loven; zelfs in levensbedreigende situaties.

Halleluja !