Vlak voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak, had Adolf Burger een baan gekregen in een drukkerij. Hij was geboren en getogen in Tsjecho-Slowakije, maar was van Joodse afkomst. Al snel werd duidelijk dat hij bijzondere kwaliteiten bezat en een vaardige drukker was. Zijn kwaliteiten waren ook bij het verzet niet onopgemerkt gebleven. Zo printte hij doopformulieren om Joden om te ‘dopen’ tot katholieken om zo hun leven te redden. Helaas werd Adolf gearresteerd en naar Auschwitz gedeporteerd. Maar ook de Duitsers zagen de kwaliteiten van deze man. Zo werd hij uitgekozen voor ‘Operatie Bernhard’. Deze operatie had tot doel om zoveel mogelijk valse Engelse geldbiljetten te drukken. Men wilde deze boven Engeland droppen om zo vals geld in de Engelse economie te brengen, deze daarmee grondig te ondermijnen en de inflatie onbeheersbaar te maken. Deze biljetten bleken van een formidabele kwaliteit te zijn, zodat zelfs experts ze nagenoeg niet van de echte konden onderscheiden. Er was dus een getraind oog nodig om de valse van de echte biljetten te onderscheiden. Gelukkig is ‘Operatie Bernhard’ nooit volledig uitgevoerd, maar het was een geniaal plan om de vijand op een zwakke plek te ondermijnen.

Ik vraag me af of de gemeente van Jezus Christus gereed is voor een geestelijke aanval gelijk ‘Operatie Bernhard’. Want er wordt veel gedaan en ondernomen in de kerk van de Heer, maar de vraag is of dit werkelijk van Christus komt of dat het alleen maar christelijk is. Het lijkt er wel eens op dat er veel vliegtuigen boven de gemeente van Jezus Christus vliegen om valse waardeartikelen te droppen die in werkelijkheid geen enkele eeuwigheidswaarde vertegenwoordigen. Helaas lijken ze vaak in omloop te komen.

De enige manier waarop de kerk van Jezus Christus gezonde leer van ongezonde leer weet te ontwaren, is door te beschikken over een goed onderscheidingsvermogen. Dat is ook waar Salomo om vroeg toen hij aangesteld was om het volk van God te leiden (1 Kon. 3:6-9). Hij erkende dat hij een jonge man was en nood had aan onderscheidingsvermogen om te weten waar het op aan kwam. Dit is ook de oproep die de schrijver van de brief aan de Hebree