Je bent geen Christen omdat je over zonde spreekt, je bent een Christen omdat je er tegen vecht!

John Piper

Praten over zonde in je leven is op zich al een stap in de goede richting.  Hier haken de meeste mensen al af om verschillende redenen die je allemaal kan samenvatten in één term, trots.  Toch is enkel het praten over zonde nog geen bewijs van werkelijk berouw. Het is makkelijk om te zeggen dat je iets ‘fout’ hebt gedaan en dat je er ‘spijt’ van hebt.  Het herkennen van een zonde is één iets, maar deze zonde werkelijk zien zoals God ze ziet en er daardoor een afkeer van krijgen is een heel ander iets.  Zelf merk ik dit vaak bij mijn eigen kinderen (en mezelf) dat het (h)erkennen van je ‘fout’ wel meevalt, maar de vraag “wat deed je dan fout” of “hoe noemt God wat jij net hebt gedaan” een heel ander iets is.  Dikwijls weet ik wel dat hetgeen ik deed of zag gebeuren zondig was, maar lukt het me niet om de zonde bij naam te noemen.  Het lukt me dus vaak niet om de situatie door de ogen van God te zien en zo met één woord het geheel samen te vatten en het hart van het probleem aan te duiden.  Resultaat, ‘k heb dan wel besef van mijn algemene zondigheid, maar kan geen berouw hebben over de specifieke zonde op zich die gebeurde omdat ik ze simpelweg niet kan aanduiden.  Dus slaag ik er op dat moment niet in om wat er gebeurde te zien door de ogen van de Heer.

Om iedere zonde de naam te geven die God er op plakt, kan je niet anders dan Zijn Woord openen om te zien hoe Hij al deze dingen bij naam noemt.   Onderstaande lijst kan je hierbij aardig wat op weg helpen om jezelf te oefenen in het aanwijzen van het hart van de zonde zodat je dwars door alle uiterlijk vertoon heen kan kijken om te zien waar de broedhaard is.  De lijst geeft een opsomming van woorden en daden die allemaal met ‘boosheid’ te maken hebben.  Je gaat al gauw merken dat je, na het lezen van deze lijst, niet snel meer zal zeggen dat “mijn boosheid zondig was”, maar dat je al nauwkeuriger kan zeggen op welk vlak je de mist bent ingegaan door je boosheid.  Zo kom je dan  bijvoorbeeld tot de conclusie dat niet je ‘boosheid’ zondig was, maar de ‘ongeduldigheid’ die er achter schuilde.  Eenmaal je dit hebt ingezien, kan je God kom vergeving vragen voor jouw ongeduld en werkelijk berouw tonen.  Vervolgens kan je dan ook gaan zoeken wat de Bijbel zegt over ongeduld en hoe je hier tegen kan vechten.  Je zal dan ook gaan merken dat ongeduld ook in andere situaties naar voren komt in je leven en deze ook aanpakken.  Zo verander je stilaan van iemand die wel wéét dat hij zondig is, naar iemand die er ook tegen vecht.

Uiterlijk vertoon van boosheid benoemd

Leer de dagelijkse zonden, die voor velen doorgaan als ‘foutjes’ of ‘misstappen’ te noemen zoals God ze beschrijft in Zijn Woord.  Zo leer je ook meer en meer te zien naar je eigen hart zoals God dat doet en zal je groeien in de vreze des Heren.  Ook zal je zo het genadevol offer dat Jezus bracht aan het kruis dieper en dieper gaan vatten en groeit je ontzag voor Hem.  Noem je zonden bij naam zodat je er ook tegen kan vechten.  Je zal ook gauw gaan merken dat wanneer je een zonde bij de juiste naam roept, je hart in beweging raakt en zich in eerste instantie hier tegen zal verzetten.  Zo heeft er niemand op aarde problemen mee om toe te geven dat hij of zij niet volmaakt is, maar zullen er weinigen er voor durven uitkomen dat ze dagelijks overspel plegen met hun ogen, stelen van hun werkgever, zichzelf belangrijker achten dan de ander, door hun trots neerkijken op anderen, enz… .  Dit vraagt om een nederige houding en dat is net het punt waar het hart van de Christen verschilt van de rest.  Een Christen beseft zijn zondigheid en dat al zijn daden en motieven verdorven zijn (zoals bij Paulus in Rom.7).  Een ware Christen krijgt, hoe meer hij zal groeien in heiliging, een meer heldere kijk op zijn eigen hart en dus ook de zonde in dat hart.

De zonde die gisteren nog door de beugel kon, is vandaag een gewetensworsteling en morgen een taboe.

Zo wandelt de Christen dag in dag uit verder en groeit zijn liefde voor Christus.