Misschien een wat vreemde vraag om mee te beginnen, maar dat was wel de aard van de vraag van mijn zoon die in zijn taalboek ‘paranormale pannenkoek’ was tegengekomen.  Mijn eerste reactie was eerder terughoudend.  ‘Paranormaal’, dat lijk me sowieso niet goed.  Dus als vader weer tijd voor kort onderzoek om de steeds interessanter wordende vragen van mijn kinderen te kunnen beantwoorden.

Paranormaal

Als ik denk aan het ‘paranormale’, wordt dit in mijn beleving onmiddellijk gelinkt aan waarzeggerij en helderziendheid.  Maar eigenlijk is dit al een stap te ver gaan.  Iets ‘paranormaal’ is niet per definitie verkeerd.  ‘Paranormaal’ verwijst in haar letterlijke betekenis naar al hetgeen dat niet met de zintuigen kan worden waargenomen (het voorvoegsel para betekent ‘naast’ of ‘voorbij’).  Dus hetgeen wat reëel en wezenlijk is, maar niet kan gezien, gevoeld, gehoord, geroken of gesmaakt worden.  Soms ook wel de ‘vierde dimensie’ genoemd.

Als christen doet deze omschrijving al een heel ander belletje rinkelen.  De Bijbel spreekt veelvuldig over zulke dingen.  Denk maar aan God zelf die Geest is (Joh.4:24).  Die God aanbidden we ‘in geest en waarheid’, dus niet met het zintuiglijk waarneembare.  Die God wordt gediend door engelen die als ‘dienende geesten’ worden omschreven (Heb.1:14) en geen lichaam van vlees en bloed hebben (Luk.24:37-39).  De Bijbel is niet persé tegen paranormale zaken omdat God zelf paranormaal is. Dat klinkt niet zo Bijbels, maar dat komt omdat het woord paranormaal niet in de Bijbel voorkomt.

Occultisme

Het woord of begrip ‘paranormaal’ hoeft ons dus niet meteen af te schrikken.  Toch waarschuwt God ons ook voor een bepaald tak van dit paranormale.  Hier kom je in het gebied van het paranormale dat alle aandacht naar zich toe heeft geëist en zich sterk manifesteert.  Hier kom je in het gebied waar Paulus ons voor vermaant om gewapend stand te houden. “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.” (Ef.6:12)

Hier stap je in de wereld van het occultisme (v. Lat. occultus = verborgen, geheim).  De wereld die buiten de zintuiglijke waarnemingen staat en belooft verborgen dingen bekend te kunnen maken.  Een eerste vraag hierbij is natuurlijk weer: ‘Wat is hier mis aan?  Waarom moet een christen hier weer per definitie afstand van nemen?’  Het is niet omdat iets algemeen verborgen is voor de mensheid, dat dit dan ook sowieso verkeerd is.  De Bijbel spreekt over geheimenissen die niet aan iedereen geopenbaard worden (Mc.4:11; Rom.11:25; 16:25; Ef.3:9).  Dingen die enkel door ‘Zijn heiligen’ (christenen) begrepen kunnen worden en voor anderen (ongelovigen) verborgen zijn (Kol.1:26; 2:2).  Dus ook het ‘occulte’, het geheime of verborgene, is op zich niet vreemd aan de Bijbel.

De gruwel

Waar gaat het dan wel mis?  Wanneer is het zoeken of bezig houden met bovennatuurlijke en/of geheime en verborgen dingen verkeerd en verboden?  Het antwoord vinden we in Deuteronomium 29:29:

“De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God, maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen, tot in eeuwigheid, om al de woorden van deze wet te doen.”

God heeft de mensheid geschapen en Zich voor een stuk bekend gemaakt door de schepping (Ps.19:1-5; Job 38; Heb.11:3).  Daarnaast heeft Hij in ieders geweten een duidelijk besef meegegeven van Zijn bestaan (Rom.1:18; 2:15).  Maar deze bekendmaking is onvoldoende om God en Zijn karakter voldoende te kunnen vatten.  Er zouden nog veel dingen verborgen blijven. Dingen die voor ons misschien nu vanzelfsprekend zijn, maar die we nooit hadden geweten als God een bepaald iets niet zou hebben geopenbaard, nl. Zijn Woord!  Alles wat wij nodig hebben aan kennis over God staat hierin beschreven.

“Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid,opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.” (2Tim.3:16-17)

Door ‘de Schrift’, de Bijbel, is de mens ‘volkomen toegerust’.  Anders gezegd, alle verborgen dingen die geopenbaard moeten worden staan hierin beschreven.  Zijn we dus nieuwsgierig naar wat er allemaal voor de mensheid verborgen is, is dit de plaats waar we alle informatie kunnen vinden die God ons bekend wilt maken.

God wilt dat de mens op Hem vertrouwt in al Zijn wegen (Spr.3:5-7) en leeft door geloof (Hab.2:4; 2Kor.5:7; Heb.6:12).  Het paranormale en het occultisme zoals dat in de wereld algemeen bekend is, is weliswaar verderfelijk omdat het een werk is van satan en zijn demonen, maar dat is niet de essentie van de gruwel.  De gruwel van waarzeggerij, wichelarij, dodenbezweringen etc. is het feit dat ze dingen beloven te openbaren die Hij, God, niet heeft willen bekend maken.  Dingen waarvan Hij wilde dat de mensheid in geloof en vertrouwen op Hem zou leven, of die Hij heeft bekend gemaakt in Zijn Woord.

Christenen kunnen soms zo ‘beheerst ‘worden in hun zoektocht naar demonische invloeden, dat ze uit het oog verliezen waar de werkelijke strijd plaatsvind, in het hart van ieders persoon.  Daar draait het uiteindelijk om.  Alle, werkelijk ALLE invloeden, verleidingen, manipulaties etc.  of ze nu komen van demonen, andere mensen of uit de verlangens van de persoon zelf, ze moeten allemaal de poort van het hart passeren.  In de plaats van ‘demonen te vangen’ kunnen we ons dus beter bezig houden met het bewaken van ons hart ‘want daaruit zijn de uitingen van het leven’ (Spr.4:23).  Heel het duistere deel van het occultisme en het paranormale tracht dus enkel maar het hart van een persoon te doen afkeren van de de Schepper en hetgeen Hij heeft willen bekend maken aan hun, al de rest is randannimatie.

In Jesaja 8:19 staat treffend omschreven wat in Gods ogen de essentie is van deze gruwel:

“Wanneer zij dan tegen u zeggen: Raadpleeg de geesten van doden, en waarzeggers met hun gelispel en geprevel – zeg dan: Moet een volk zijn God niet raadplegen? Moet men voor de levenden de doden raadplegen?”

God is degene die moet geraadpleegd worden.  Als het gaat om zorgen over de toekomst, verdriet om het verleden, nood aan hulp etc.  Wij horen bij Hem, en dus in Zijn openbaring — de Bijbel, onze antwoorden te zoeken.  En die antwoorden zullen we dan ook vinden, allemaal verwijzend naar Christus.  Door geloof in Christus heb ik vrede met mijn God én Schepper (Rom.5:1).  Door geloof in Christus is mijn toekomst verzekerd (Gal.3:13-14).  Door Zijn lijden en sterven zijn mijn zonden van het verleden, heden en toekomst vergeven (Rom.3:22-26).  Door Zijn barmhartigheid naar mij, worden mijn tranen opgevangen en weet ik dat ik begrepen wordt (Heb.4:15).  Door Zijn trouw zal ik de nodige hulp ontvangen wanneer ik het moeilijk heb (1Kor.10:13).  Door Zijn woord weet ik dat gerechtigheid zal geschieden (Heb.10:30).

Eén van de manieren om het slechte occultisme en paranormale te onderscheiden van het door God bekend gemaakte is dus het nagaan naar wie er verwezen wordt.  Verwijst de boodschap en/of persoon naar Christus en Zijn Woord, of naar iets of iemand anders.  Krijgt God en/of Christus de eer, of iets en iemand anders.  Is de boodschap conform hetgeen God heeft bekend gemaakt in de Bijbel, of is het iets geheel ‘onbekends’…

Conclusie

Een ‘paranormale pannenkoek’ is op zich niet verkeerd, hij zal enkel minder smaken omdat je deze niet kan zien, ruiken, voelen, smaken of horen.  Het doet me denken aan de koekjes die mijn kleine kinderen maken wanneer ze ‘keukentje’ spelen.  Mmmmmh… lekker!

Woorden als paranormaal en occultisme moeten ons niet dadelijk afschrikken omdat ze op zichzelf niets onbijbels omschrijven en ook niet perse iets slechts bedoelen.  Ook hoeft onze grote vrees niet de ‘demonische invloed’ achter iets te zijn, maar wel de poort waardoor bepaalde invloeden ons kunnen beïnvloeden, nl. ons hart.  Hetgeen het algemeen gekende paranormale en occultisme een gruwel maakt in Gods ogen is niet in eerste instantie dat er demonen mee betrokken zijn, hoewel zij niets goeds kunnen doen, maar wel hetgeen ze bewerkstelligen bij de mensen, een gebrek aan geloof en vertrouwen op God en Jezus Christus als genoegzaam offer voor eenieder.