Ken je dat, zo van die algemeen gekende uitdrukkingen die iedereen al eens heeft gehoord of gebruikt, maar die niet altijd even goed begrepen worden.  Een gekende uitdrukking in de christenwereld is “dat we zout en licht zijn in deze wereld”.  Enig idee wat hiermee bedoeld wordt?  Mogelijk denk je wel te weten waar het hier ongeveer om gaat, maar durf je bij die uitleg ook stellig je voet neerzetten?  Wanneer je slechts vaag of algemeen weet waar een Bijbelgedeelte over gaat, kan je in het beste geval hier een ‘mening’ over hebben, maar zeker geen ‘overtuiging’.  Enkel leven met ‘meningen’ over bepaalde dingen, maakt dat je voortdurend heen en weer wordt geslingerd in je gedachtegang (cf.Ef.4:14).  Leven door overtuigingen, maakt dat je onwankelbaar je koers verder zet, ongeacht de meningen van anderen.  Het maakt je (geloofs)leven stabiel in de plaats van labiel.  Laat ons daarom eens deze welbekende tekst onder de loep nemen en op zoek gaan naar de kostbare waarheid die hierin te vinden is.

“U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden” (Matt.5:13).

Waardevol gemaakt

“U bent het zout van de aarde;”

 “U” verwijst naar het voorgaande, de zaligsprekingen (Matt.5:3-12).  Eerst sprak Jezus Zijn discipelen met algemene termen toe, “zalig zijn de…”.  Het lijkt alsof Jezus de discipelen in hun gedachten wilde meenemen om hun te leiden naar het punt waarin ze beseffen dat Jezus hun eigenlijk beschreef.  In vers 11 spreekt Jezus plots niet meer in het algemeen, maar wijst Hij heel specifiek naar Zijn discipelen, “zalig bent u…”.  Hiermee maakte Jezus duidelijk dat al het voorgaande op hun sloeg.

We lezen makkelijk over deze zaligsprekingen heen zonder een beeld te hebben van wie de mensen waar Jezus hiernaar verwijst nu eigenlijk zijn.  Hieronder heb ik getracht de zaligsprekingen te vertalen in een levende getuigenis zodat je als het ware wordt meegenomen in de gedachtewereld van zo’n discipel waar Jezus naar verwijst. ‘k Moet eerlijk toegeven dat ik zelf verrast werd toen ik hier vers voor vers mee aan de slag ging.

“Anderen pochen over al hetgeen ze zijn geworden en hebben bereikt, maar ikzelf kan dit niet.  Zo vaak heb ik gezien dat ik eigenlijk een enorm afhankelijk persoon ben.  Niet zozeer van andere mensen, maar van mijn Schepper.  Als Hij me niet geeft wat ik nodig heb, heb ik niets.  Toch treur ik geregeld omdat het net die God is, die mij al het nodige geeft, die ik zo moeilijk gehoorzaam.  Het kost me zoveel inspanning, terwijl ongehoorzaam zijn aan deze God vanzelf lijkt te gaan.  Dat geeft me werkelijk verdriet in mijn hart.  Het maakt dat ik geen ruzie zoek met anderen, maar steeds vriendelijk met hun wil omgaan.  Dit kost me moeite en veel zelfbeheersing, maar het verdriet  omwille van mijn eigen zondig hart is al groot genoeg.  Ook al zie ik zoveel mensen zondigen om me heen, en zie ik uit naar Gods rechtvaardig oordeel over alle misdaden, toch blijf ik streven naar het doen wat God van me vraagt.  Hij is voortdurend mijn hulp in nood en daarom wil ik dat ook zijn voor anderen.  Zoveel mensen hebben bepaalde noden en ik help ze graag waar ik kan.  Maar het blijft zo moeilijk om mijn eigen hart te bewaken.  Voortdurend ben ik geneigd om van dit pad af te wijken en compromissen te sluiten met mijn geweten.  Toch blijf ik eerlijk naar mijn God en deel ik niet enkel de leuke dingen met Hem, maar ook, weliswaar vol schaamte, mijn zonden en inwendige strijd.  Die dagelijkse oorlog in mijn hart wens ik niemand toe, sterker zelfs, wanneer ik merk dat er een soortgelijke oorlog in het hart van een ander gaande is, doe ik er alles aan wat binnen mijn bereik ligt om terug vrede te brengen.  Helaas is de zonde een sterke tegenstander met veel vrienden en dreigt hij mij langs vele kanten te willen overmeesteren.  Vaak in mijn hart, soms door verbaal of lichamelijk geweld.  Toch blijf ik standvastig, want ik ben gelukkig!”

Deze beschrijving lijkt haast een biografie van… een christen!  Toen ik dit zelf overlas dacht ik onmiddellijk aan Paulus, Maarten Luther, John Bunyan, mensen uit de kerk, enkele vrienden van me, aan mezelf.  Jezus omschreef hier het leven van Zijn discipelen, niet enkel zijn 12 uitverkoren mannen, maar al Zijn volgelingen doorheen de eeuwen.

Hij wees mogelijk rechtstreeks met de vinger naar hun terwijl Hij zei: “U…”.  Hiermee verwees Hij naar een exclusiviteit,  “niemand anders dan jij”, “uitsluitend jij”, zei Hij eigenlijk.  De discipelen moeten hun oren hebben gespitst om te horen wat er hierna zou volgen.  Jezus had hun omschreven en ging nu verder met “U…”.  Er zou iets gaan komen dat enkel naar hun verwees en naar niemand anders.

“U bent” versterkte de boodschap die zou komen.  Jezus ging iets beschrijven van wat ze al waren.  Hij ging hun geen nieuwe opdracht geven, of een nieuw doel om naar te streven.  Wat Jezus ging beschrijven was een bepaalde eigenschap van hun die ze al bezaten.

“U bent zout van de aarde.”  Jezus beschrijft Zijn volgelingen als zout van de aarde.

Zout is altijd een waardevol iets geweest voor de mensen, vroeger zelfs meer dan tegenwoordig.  Tijdens een periode in de oude Griekse geschiedenis werd het zelfs ‘theon’ genoemd, wat ‘goddelijk’ betekent.  Voor de Romeinen was er, buiten de zon, niets waardevoller dan zout.  Romeinse soldaten werden vaak uitbetaald met zout.  In vele oude bevolkingsgroepen was zout een teken van vriendschap.  Wanneer twee personen zout met elkaar deelden gaven ze hiermee een gedeelde verantwoordelijkheid aan om naar elkanders welzijn om te zien.  Zelfs als je grootste vijand zout met je at, was je verplicht om hem als vriend te aanschouwen.  Al degenen die rondom Jezus stonden – ongeacht hun achtergrond – begrepen dat Jezus verwees naar iets enorm waardevol.  Ook al konden ze de volledige betekenis niet begrijpen, toch wisten ze dat Jezus’ volgelingen een uiterst belangrijke functie hadden in de wereld.

Zout heeft verschillende eigenschappen.  Het brengt smaak, het prikt wanneer het op een wonde komt en doet dorstig worden, kan zelfs een licht ontsmettende functie hebben, maar de belangrijkste taak die het destijds had was conservatie, het behouden van de versheid van bepaalde voedingswaren.  Jezus gaf aan dat het Zijn volgelingen zijn, de christenen, die de aarde van volledig verderf voorkomen.  Christenen vertegenwoordigen, als Zijn kinderen en tempels van de Heilige Geest,  Gods aanwezigheid hier op aarde.  Wij zijn het zout dat het verval van de aarde nog enigszins afremmen.  Dat zal ook duidelijk worden wanneer de ophaling heeft plaatsgevonden en Jezus de gehele Gemeente van de aarde heeft weggehaald. Dan zullen er nog maar zeven jaren nodig zijn om de wereld in volledig verval te brengen (2Thess.2:7-12; Dan.9:27; Op.6-19).  Zelfs zo erg dat “als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden” (Matt.24:22).

“Helen Ewing was een wedergeboren jonge vrouw uit Schotland die haar leven volledig aan de heerschappij van Jezus Christus had gegeven.  Toen ze op 22-jarige leeftijd stierf werd gezegd dat heel Schotland weende.  Ze had ooit gedacht om God te dienen  als missionaris in Europa en had daarvoor vloeiend Russisch leren spreken.  Maar ze heeft deze droom nooit in vervulling zien gaan.  Ze had geen opmerkelijke gave als spreken of schrijven en was nooit ver van huis geweest.  Toch had ze tegen de tijd dat ze stierf honderden mensen tot Christus weten te brengen.  Talloze missionarissen rouwden om haar dood omdat ze wisten dat een grote invloed voor hun verdwenen was.  Ze was iedere ochtend opgestaan om 5h om Gods Woord te bestuderen en te bidden.   Haar dagboek liet weten dat ze geregeld voor meer dan driehonderd missionarissen afzonderlijk bad.  Overal waar ze kwam veranderde de atmosfeer.  Wanneer iemand een schunnig verhaal vertelde, stopte hij in haar aanwezigheid.  Wanneer mensen klaagde, werden ze hierom beschaamd in haar aanwezigheid.  Een kennis van haar gaf eens aan dat ze, terwijl ze op de Universiteit van Glasgow was, overal waar ze kwam een geur van Christus naliet.  In alles wat ze zei en deed, was ze Gods zout.” (MacArthur, 1985)

Waardeloos geworden

“maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.”

Waar Jezus eerst stellig zei dat Zijn volgelingen zout van de aarde ‘zijn’ en de aarde sowieso behouden van verderf, geeft Jezus hier een gevaar aan.  Zout kan zijn smaak, zijn zoutige eigenschap verliezen.  Sommigen denken in dit vers te kunnen lezen dat een Christen zijn behoudenis kan verliezen, maar dat is niet waar Jezus naar verwijst.  Zout kan namelijk zijn smaak niet verliezen.  Anders dan kruiden, zoals oregano, die op termijn veel van hun smaak verliezen, behoudt zout altijd zijn zoutige eigenschap.  Zout blijft altijd even zout.

Zout kan echter wel bevuild raken, waardoor de zoutige eigenschap van het zout niet meer zo sterk naar voren komt tussen al het vuil.  De Israëlieten waren hier destijds ook mee gekend.  Veel zout in Palestina, zoals datgene dat gewonnen werd aan de kusten van de Dode Zee, was vervuild met gips (krijt) en andere mineralen waardoor het flauw, zelfs afschuwelijk, kon smaken.  Wanneer zulk een lading bevuild zout in de keuken raakte en ontdekt werd, werd het weggegooid.  De mensen letten er dan op dat het bevuilde zout niet in de tuin of op een veld terecht kwam omdat het ervoor zou zorgen dat het aanwezige gewas zou afsterven.  Daarom werd het steeds op een wandelpad of weg gestrooid zodat het geleidelijk aan, doordat de mensen er op wandelden, onder het stof terecht kwam verdween.

Jezus spreekt hier dus niet van het verliezen van iemands redding.  God laat niet toe dat er ook maar één van Zijn kinderen verloren zou gaan.  “Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij.  En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken” verzekert Jezus ons (Joh.10:27-28).  Christenen kunnen hun redding niet verliezen net zoals zout  haar zoutige eigenschap niet kan kwijt raken.

Maar christenen kunnen hun waarde en effect in Gods koninkrijk wel verliezen wanneer ze bevuild geraken door zonden en de wereld, net zoals zout smaakloos kan worden wanneer het bevuild raakt door andere mineralen.  Hetgeen de christen door bevuiling wel kan verliezen is zijn vrede en zekerheid bij de Heer zoals Petrus aanhaalt in 2Pet.1:9-10.

Nadenkertje

Zelf viel mijn mond haast open van verbazing toen ik me verdiepte in dit gedeelte van de Bijbel.  Zijn het de christenen die het complete verderf van de aarde nog enigszins afremmen?  ‘Enkel’ de christenen?  Deze stelling zou ikzelf niet dadelijk zo scherp hebben neergezet, maar toch is dit hetgeen Jezus zelf aanhaalde in Zijn Bergrede. Hij zei niet dat Zijn volgelingen zout zouden worden, neen, ze waren het al.  Ieder persoon op aarde die Gods Geest in zich heeft (dus wedergeboren is), is zout dat verderf afremt.

Als dat dan zo is, en we allen met volle mond kunnen beamen dat de tegenwoordige wereld op moreel vlak totaal verdorven lijkt, zou het dan kunnen zijn dat een groot deel van die zoutkorrels op aarde bevuild zijn geraakt door wereldse ‘mineralen’?  Makkelijk lees ik in de Bijbel dat de moraal in “de laatste dagen” (2Tim.3:1-9; 2Pet.3:3) steeds verder zakt naar een dieptepunt.  “Tja, de Heer had dit reeds voorspelt in Zijn Woord, dit zit dus in Zijn plan”, is dan een makkelijke denkpiste.  En enerzijds klopt dit ook, maar anderzijds mogen we onszelf als christenen ook afvragen of wij hierin een aandeel hebben.  Zou het kunnen zijn dat de Gemeente in de laatste dagen veel van haar smaak verloren heeft en dat daardoor het moreel verval ook zo groot is geworden?  Hoe zoutig smaak jij nog?

(Wordt vervolgd…)