“Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen.” (Gal.5:1)

Een Christen moet iedere dag in de Bijbel lezen en bidden.  Een Christen mag niet naar seculiere muziek luisteren.  Een Christen moet een tiende van zijn loon afgeven in de vorm van gaven.  Een Christen moet iedere zondag naar de kerk gaan.  Een Christen mag geen vriendschappen opbouwen met ongelovigen.  Een Christen moet zich aan de tien geboden houden.  Een Christen mag geen alcohol drinken.  Een Christen mag niet rijk zijn.  Een Christen mag geen zonden in zijn leven hebben.  Een Christen moet heilig zijn.

Hoe raar het ook mag klinken, maar mensen houden van wetten.  Daarom niet altijd de reeds bestaande wetten, maar alleszins de wetten die zij voor zichzelf bepaald hebben in hun hart.  Deze wetten dienen als afbakening voor hun vrije wandel en als bevestiging voor hun gemaakte keuzes.  De mensen gebruiken hun persoonlijke wetten  in hun hart om hun wandel en handel te rechtvaardigen.  Zo gaat ieder mens van nature door het leven, volgens hetgeen hij of zij naar eigen denken goed acht (Jes.53:6; 65:2; Rom.10:3).

Het eerste wat God doet bij Zijn kinderen is Zijn wet kenbaar maken in hun hart.  Zijn heiligheid en Zijn perfectie aan de andere kant van de weegschaal leggen om ze hun geestelijke nood te laten inzien.  Voor je iemand kan aanvaarden als je Redder en Verlosser moet je op een punt komen dat je inziet dat je hopeloos verloren bent op jezelf.  Wanneer iemand zijn geestelijke hopeloosheid inziet, zal hij in geloof grijpen naar Jezus als Redder van zijn zonden.

“Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof.” (Fil.3:8-9)

Een iets of wat degelijk besef van zonden doet iemand met plezier zijn eigen gerechtigheid afstaan voor de gerechtigheid van Jezus.  Iedere Christen hoort dagelijks te beseffen dat zijn redding niet uit eigen gerechtigheid bestaat maar volledig van Jezus Christus.  Wij waren dood en Hij maakte ons levend, wij waren hopeloos, en Hij kwam ter hulp.  Niets maar dan ook niets van onze goede wandel, denken of doen heeft tot onze verlossing bijgedragen.  Onthoudt dat goed, volledig niets!  Onze afhankelijkheid van Jezus is niet groot, maar eindeloos! Voor onze wedergeboorte waren we in geestelijke nood, na onze wedergeboorte zijn we dat nog steeds.  Geliefde broers en zussen in de Heer, zelfs nadat Christus ons verlost heeft, blijven we enkel en alleen gerechtvaardigd door Zijn werken en niet door de onze.

“Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.” (1Kor.5:21)

Waarom leg ik hier zo de nadruk op, wel omdat ik in mijn eigen hart merk dat het een voortdurende strijd is tussen genade en de wet.  Dagelijks openbaart God meer en meer van Zichzelf en Zijn alomvattend plan en laat Hij mij zien hoe ver ik van Zijn standaard verwijderd ben.  Dagelijks groeit mijn verlangen om meer en meer op Hem te gelijken omdat mijn hart en ziel weten dat dit rust en vrede geeft.   De zegen van de Heer ligt namelijk in de gehoorzaamheid aan Hem.  Niet zomaar zegt Jezus in Mat.6:33 :”Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.”  Het streven naar een heilig leven is een verlangen dat in iedere Christen hoort te leven en vorm te krijgen.  Dat is ook wat Paulus schrijft:

Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. (Fil.3:12)

Een Christen ziet het geluk en de zaligheid die in het gehoorzamen van Gods wet ligt en verlangt ernaar om hier deel aan te mogen hebben.  Daarom zal hij ook er naar streven om volmaakt te leven in Gods ogen.  En net dat is het punt waar velen afdwalen van de waarheid en hun ogen weg van Christus neigen te gaan.  Velen zijn ooit in hun leven tot besef gekomen dat ze een Redder nodig hebben om verzoening met God te hebben.  Op dat moment hebben ze hun geloof op Christus gevestigd als volmaakt offer voor hun zonden.  MAAR daarna zijn ze terug gaan vertrouwen op hun eigen inzettingen en daden om hun rechtvaardigheid naar God toe te behouden, alsof Christus enkel nodig was om hun tot God te leiden en ze daarna zelf moeten zorgen dat ze rechtvaardig in Gods ogen blijven.

Ze zijn gaan inzien dat er nog zovele zonden en tekortkomingen zijn in hun leven en hebben besloten om deze een voor een te bannen uit hun leven.  Hun leven is een naarstig volgen van wetten en uitvoeren van taken geworden waardoor ze laten blijken dat ze de breedte en de diepgang van het offer van Christus zijn vergeten of niet hebben begrepen.  Ze hebben niet ten volle begrepen dat het offer wat Jezus bracht aan het kruis ook gold voor hun leven na de wedergeboorte en ze ook tijdens hun groei in heiliging niets kunnen en zullen bijdragen of aflossen aan hun verlossing.

De wedergeboorte was louter door genade van God, maar onze heiliging is ook nog steeds in de genade van God!  Gods liefde voor Zijn kinderen is onafhankelijk van hun reactie of handelen.  Ze is een constant iets.  Hij zag ons in het begin als heilig en volmaakt in Christus en ziet ons zovele jaren later nog steeds als heilig en volmaakt in Christus omdat Hij ons enkel de gerechtigheid van Christus toerekent en niet onze eigen daden.  Zelfs als oprechte Christen zijn je daden helemaal niet zuiver genoeg om je te verzoenen met God.  Het is en blijft genade van God.  Ieder moment van de dag is het werk van Christus hetgeen dat verzoening bracht met jou en God en niets van je eigen wandel of werken.

Zovele Christenen trappen in dezelfde val waar de gemeenten in Galatië waren getrapt (lees de brief aan de Galaten maar eens door).  Ze trachten de wet te koppelen met Christus.  Ze nemen Christus aan als hun Redder én volgen de wet voor hun gerechtigheid in Gods ogen.  Ze denken bewust of onbewust bij God op een beter blaadje te komen staan door het volgen van de wet en het doen van goed.  Op die manier denken ze meer gerechtigheid te krijgen toegerekend.  Paulus waarschuwt hun thans zeer helder:

“indien er gerechtigheid door de wet is, dan is Christus tevergeefs gestorven.” (Gal.2:21)

Het leven van een Christen draait niet om wat wel en wat niet of hoeveel dit en hoeveel dat.  Als dat je denkwijze bepaalt in je wandel met de Heer mis je de genade en de zegen die daaruit voortvloeit.  Als Christen mag je ’s morgens opstaan en God danken dat je straks weer kan zondigen.  Lijkt een krasse uitspraak, maar is lang niet zo ver gezocht.  Hoe je het ook draait of keert, eer de dag volop bezig is heb je al een hele lijst aan zonden en tekortkomingen op je blad staan.  Indien we niet in genade konden wandelen zou dit vreselijk zijn geweest voor ons.  Daarom mogen we de Heer danken dat we in Zijn genade nog mogen zondigen en dit niets afbreekt aan onze verlossing.

Paulus laat ook duidelijk zien dat gerechtigheid vinden in zowel de wet als in Christus niet samen gaan.  Ofwel verwacht je het volledig van je daden en anders volledig van Christus (Gal.3:10-12).

Wil ik nu een wetteloos en losbandig leven promoten (zoals sommigen dit op deze manier trachten te doen)?  Helemaal niet!  Een ware Christen zal streven naar heiligheid en gerechtigheid en trachten Gods genade niet te misbruiken (cf. Rom.6:1).  Maar, het is noodzakelijk dat diezelfde Christen in zijn streven naar heiliging beseft dat deze niet bijdraagt aan zijn gerechtigheid en ook dat streven in genade plaats vindt.  We doen ons uiterste best, maar danken God voortdurend voor het alomvattend offer dat Christus bracht omdat in ons streven onze geestelijke nood duidelijk wordt en onze afhankelijkheid van Christus zich meer en meer openbaart.  Dus ook na het kruis blijft het een leven in en door genade en brengt de wet je niet dichter bij de Heer.  De wet laat dan enkel zien hoe noodzakelijk het werk van Christus was voor ons.

“Waartoe dient dan de wet? Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van (God) door engelen in de hand van een middelaar gegeven.” (Gal.3:19)

Solus Christus

Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.