“Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.” (Deut.6:6-7)

De woorden uit Deuteronomium 6:6-7 zouden in het hart van iedere ouder met diepe groeven gegrift moeten zijn.  Het brengen van Gods Woord naar de kinderen, in woord én daad, is een van de, zo niet dé belangrijkste, taak van de ouders.  Toch merk ik dat deze taak niet door alle christenen even goed begrepen wordt.  Veel kinderen worden ‘geestelijk dom’ gehouden.  Ze horen niet meer dan simpele en eenvoudige Bijbelverhaaltjes en leren om te bidden voor het eten en het slapen gaan.  Dat is het modaal christelijk gezin anno 21ste eeuw.  Buiten de Bijbelverhaaltjes en gebedjes verschilt de christelijke opvoeding tegenwoordig nauwelijks met de opvoeding die van de wereld.  Het is dan ook de taak van iedere ouder om hun gezin en de opvoeding die ze geven aan hun kinderen onder de loep te nemen en te onderzoeken op welke vlakken wereldgelijkvormigheid is binnengeslopen en waar ze “innerlijk veranderd door de vernieuwing van (hun) gezindheid” moeten worden (cf.Rom.12:2).

God is Iemand die niets zonder doel laat gebeuren.  Zo heeft Hij ook het gezin hier op aarde een doel gegeven.  Zelf sta ik hier vaak te weinig bij stil als ik eerlijk ben.  Toch hoort het een van mijn prioriteiten te zijn en te blijven.  Larry Christenson schreef in zijn boek ‘Het christelijk gezin’ hierover het volgende: ” Het christelijk gezin moet het beeld van het toekomende koninkrijk van God zijn, het koninkrijk waar de wil van de Heer gedaan zal worden… In het christelijk gezin moet dát te zien zijn, waardoor het volmaakte koninkrijk van God gekenmerkt wordt: wijze en vriendelijke leiding, bereidheid om te gehoorzamen, hechte eenheid en wederzijds vertrouwen.  Dit heeft eigenlijk alleen betrekking op de Gemeente van Christus.  De Gemeente is hoger dan het gezin.  Toch gaat de opbouw van de Gemeente niet zonder de opbouw van het gezin… Het is in het gezinsleven van christenen dat de groei van de Gemeente, in omvang en in diepte, gezocht moet worden.”

Dit is een hele boterham, maar wel een heerlijke om op te eten en een die een voldaan gevoel geeft.  Charles Hadon Spurgeon zei eens: ’’Een kind van vijf, indien juist onderwezen kan net zo echt geloven en wedergeboren worden als een volwassene.  Dit veronderstelt, dat een kind dat aldus onderwezen is, erg waardevolle theologische inzichten kan hebben.”

Dit lijkt in onze tijd zo onrealistisch.  Zo ver weg van de realiteit.  Nochtans is de hoeveelheid kennis nog nooit zo groot en toegankelijk geweest als in deze eeuw. Onlangs ging mijn vrouw naar een christelijke boekhandel om een leuk boekje te vinden dat het lijden en de opstanding van Christus op een leuke manier weergaf voor onze kleine kinderen.  Dit wilden we dan aan de kant leggen om ieder jaar tijdens Pasen uit voor te lezen.  Noem het een kleine familietraditie om het gezin samen te brengen en te richten op Christus in de plaats van de chocolade.  Licht verbaasd kwam ze terug van de winkel.  “Amai, dat was moeilijk”, zei ze, “om een boekje te vinden dat nog werkelijk omschreef wie Christus is en waarom Zijn kruisdood zo gruwelijk en Zijn opstanding zo speciaal was.  De ‘betere’ boekjes gingen niet verder dan het omschrijven van Jezus als een brave man, die onterecht gedood werd.”  Tegenwoordig wordt al het geestelijk voedsel voor de kinderen zo verteerd en verwerkt, dat het eigenlijk alle kenmerken van voedsel heeft verloren.  Er wordt te gemakkelijk gedacht dat een kind niet veel kan begrijpen van de Bijbel.

Een vriend betoogde eens tegen de inmiddels volwassen geworden Spurgeon, dat kinderen niet echt het Evangelie kunnen begrijpen. Spurgeon nam hem mee naar zijn zondagsschool, waar de onderwijzer een van de kinderen vroeg: ‘’Wat voor een soort hart heb jij?’’  ‘’Een erg goed hart meneer’’, was het antwoord.  De Man keerde zich naar Spurgeon. ‘’Zie je wel? Hij begrijpt nog niet eens het ABC van het Evangelie. Hij is zich niet bewust dat hij een zondaar is.’’ Spurgeon vroeg het kind: ’’Hoe weet je dat je hart goed is?” “Wel” antwoordde hij, ”ik had een oud hart geërfd van mijn voorouders die zondaren waren. Maar Jezus gaf me een nieuw hart. Jezus heeft geen slechte harten om te geven! Als hij een hart geeft, ben ik er zeker van dat het uitstekend is.”

Doet het antwoord van deze jongen je verbazen, kijk dan maar eens naar onderstaande video…

Lieve broer en zus in de Here, collega ouder, laten we samen nagaan welk beeld wij hebben van ons gezin en welk doel we hiermee nastreven zodat we leren onderscheiden wat Gods wil hierin is en hoe we Hem hiermee kunnen behagen en Hij het wil zegenen.

Soli Deo Gloria

Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. 

7 U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.