In onze samenleving worden mensen die ergens heel goed in zijn verheerlijkt en aanbeden. De celebrity-cultuur is de laatste decennia steeds sterker geworden. In de sportwereld worden mensen die het beste zijn letterlijk op een voetstuk geplaatst. Zangers of artiesten die beroemd worden krijgen heel veel aandacht in de media. Mensen hebben graag helden en de mooisten en de besten, de uitblinkers, worden op een niet-normale wijze opgehemeld. Meestal is dat dan gebaseerd op het feit dat iemand iets heel goed kan, op de begaafdheid. Op grond van wat iemand heeft gepresteerd en bereikt delen wij de kransen en de kronen uit.

Voor de gemeente van Jezus Christus gelden andere regels. Opnieuw blijkt hoe anders de cultuur is die de Here Jezus heeft voorgesteld. In de Bergrede heeft Hij vooral gesproken over de hartsgesteldheid en het karakter. Hij heeft het over nederigheid, zachtmoedigheid, onzelfzuchtigheid en het dienen van je naaste. Voor Jezus zijn de mensen die hun vijanden liefhebben de echte helden. Jezus spreekt over het hebben van een rein hart, dat vrij is van verkeerde begeerten. Hij moedigt aan tot het weggeven van je geld en het bidden. Een dergelijke levensstijl maakt je in deze wereld niet tot een celebrity (een gevierd persoon), maar leidt wel tot de eer die van God komt. Jezus zei ronduit dat Hij geen eer van mensen zocht en hoefde, maar zocht naar de eer die van God komt (Johannes 5:41,44). Voor christenen geldt zulk een ander waardepatroon dan voor niet-christenen.

Het gevaar is dat ook wij, in onze christelijke wereld, vooral kijken naar wat voor ogen is, naar de begaafdheid en de capaciteiten die iemand heeft. Paulus schrijft aan zijn medewerkers Timoteüs en Titus over waar zij op moeten letten bij het aanstellen van oudsten in de gemeente (1 Timoteüs 3 en Titus 1). Het is opvallend dat het bij de vereisten voor oudsten vooral gaat om het karakter en niet om de gaven. De manier waarop oudsten in hun gezinnen functioneren springt er onmiddellijk uit.

Wanneer wij kijken naar het stereotype van de held uit de Hollywood-films, dan betreft het zo goed als altijd een ongetrouwde man die in de loop van het verhaal een mooie vrouw aan de haak slaat. Het is bijna nooit een getrouwde man die de hoofdrol speelt in deze films. Ook als het mannen van in de veertig of in de vijftig betreft, dan worden zij nooit neergezet als een trouwe family-man die zich gedurig toewijdt aan vrouw en kinderen, maar veel eerder als een flitsende, steenrijke, playboy-achtige man, die zogenaamd als vrijgezel echt van het leven kan genieten en allerlei avonturen kan meemaken. Door die valse levensfilosofie worden miljoenen mannen, vrouwen en kinderen week in week uit geïndoctrineerd door de zeer invloedrijke filmindustrie uit Hollywood.

Het persoonlijke leven van filmsterren, artiesten, televisiepersoonlijkheden en sporthelden wordt vaak ook niet gekenmerkt door huwelijkstrouw en toewijding aan de opvoeding van de kinderen. Hoe succesvoller iemand is in zijn carrière, hoe moeilijker het lijkt om er een goed gezinsleven op na te houden. Maar Paulus noemt juist dát als vereiste voor het leidinggeven in de gemeente van Jezus Christus. Hoe kun je immers het huisgezin van de levende God besturen als je niet weet wat het is om je eigen gezin goed te besturen? (1 Timoteüs 3:5) Paulus heeft het daarom over huwelijkstrouw, over de man van één vrouw zijn. Dat wil zeggen trouw aan de eigen vrouw, als je die hebt. Dat je je houdt aan je huwelijksbelofte en je weggeeft aan haar, om haar te dienen, zoals Christus de gemeente heeft gediend. Die houding naar je vrouw toe (als man zijnde) is niet gebaseerd op wie je vrouw is, haar geweldige schoonheid en hoe veel goed zij allemaal kan en doet. Die is ook niet gebaseerd op de mate waarin zij aan jouw verwachtingen als man voldoet, maar op het gebod van de Here Jezus. Uit de manier waarop de gelovige man met zijn vrouw omgaat kun je afleiden hoe diep zijn toewijding aan de Here Jezus is.

Daarnaast heeft Paulus het over diverse vormen van zelfbeheersing: niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, niet strijdlustig, niet geldzuchtig. Plaatselijke gemeenten hebben mannen nodig die een zekere mate van geestelijke volwassenheid hebben bereikt en daardoor zichzelf onder controle hebben gekregen. Omdat zij zichzelf onder controle hebben gekregen, zijn zij ook in staat om hun (nog niet volwassen geworden) kinderen onder controle te houden (‘met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt’, vers 4). Ook moeten deze mannen buiten de gemeente een goede reputatie hebben. Dat komt wanneer iemand vriendelijk en eerlijk en onzelfzuchtig leeft. Er is slechts één begaafdheid die ik tegenkom bij de vereisten voor oudsten en dat is de bekwaamheid om te onderwijzen, om het Woord van God duidelijk te maken voor anderen door onderwijs. Daarin zien wij ook dat het voortdurend bezig zijn met het Woord van God ten grondslag ligt aan het groeien in Christus-gelijkvormig karakter. Er is een verband tussen leer en leven, tussen Bijbellezen en eerbaar leven.

ds. Oscar Lohuis

Uit: Het Zoeklicht van 12 juni 2010