Jehovah’s Getuigen (JG) ontkennen dat de Heer Jezus Christus God is.  Ze noemen Hem wel een god, maar niet Jehovah — de soevereine God.  In plaats daarvan leren zij dat Hij louter een schepsel is, een verheven engel, die door God werd geschapen en aan wie God bepaalde macht heeft toevertrouwd.  Jezus is volgens hun het eerste schepsel van God, het schepsel waardoor God uiteindelijk al het andere heeft geschapen.

In een deur aan deur gesprek komt dit niet altijd even duidelijk naar voren.  Uiteindelijk gebruiken ze haast dezelfde omschrijvingen voor Jezus als de christenen.  Ze geloven dat Jezus god is — maar niet de soevereine God, ze belijden dat door Jezus alles tot stand is gekomen — maar die alles is met uitzondering van de volgens hun geschapen Jezus, die door God werd gemaakt, ze verkondigen Sola Scriptura — maar verwerpen alle Bijbelvertalingen buiten hun Nieuwe-Wereldvertaling.

Dit laatste maakt enige vorm van discussie zeer moeilijk omdat alle Bijbelse argumenten om de godheid van Jezus aan te tonen, eenvoudigweg anders uitgelegd kunnen worden vanuit hun vertaling.  De JG’s hebben namelijk hun eigen vertaling van de Bijbel, genaamd Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift (NWV). Hierin zijn tal van Bijbelteksten die direct of indirect spreken over Jezus als de eeuwige God (bv. Johannes 1:1) net iets anders vertaald.  Enige discussie a.d.h.v. Bijbelverwijzingen met hun voeren over dit onderwerp — de godheid van Jezus — is hiermee niet vanzelfsprekend, maar niet onmogelijk.  Ook de JG belijden dat er slechts één Bijbel is en dat vertalingen hun beperkingen hebben.  Kennis van Hebreeuws en Grieks is daarom een groot voordeel, maar zelfs zonder deze kennis is het mogelijk om hun vertaling alvast op één bepaald punt in twijfel te trekken, namelijk met hun vertaling van het Griekse woord kurios, wat wij vooral kennen als Heer.

In de NWV wordt het nieuwtestamentische woord kurios 237 maal vertaald als Jehovah. Als voorbeeld kan Lukas 2:22-24 dienen:

“…brachten zij hem naar Jeruzalem om hem aan Jehovah aan te bieden, zoals er in Jehovah’s wet geschreven staat: ‘Al wat manlijk is dat een moederschoot opent, moet heilig worden genoemd voor Jehovah’, en om een slachtoffer te brengen overeenkomstig hetgeen in de wet van Jehovah wordt gezegd…” (NWV).

Maar wanneer in de grondtekst het woord kurios naar Jezus Christus verwijst zijn zij erg ijverig dit nooit te vertalen met “Jehovah”, want zij ontkennen dat Jezus Jehovah is. Zij ontkennen Jezus’ volle Godheid, en zij begrijpen (en dat is wel correct) dat de naam Jehovah enkel naar God kan verwijzen. Hier zijn twee voorbeelden waar zij kurios niet vertalen met Jehovah, om vanzelfsprekende redenen:

“Niemand kan zeggen: ‘Jezus is Heer!’ tenzij door heilige geest” (1 Korinthe 12:3, NWV).

“Want indien gij dat woord in uw eigen mond, dat Jezus Heer is, in het openbaar bekendmaakt en in uw hart geloof oefent dat God hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij worden gered” (Romeinen 10:9, NWV).

Een van hun vertaalregels gaat over plaatsen waar in het Nieuwe Testament een citaat uit het Oude Testament voorkomt. Hier is hun regel:

“Op plaatsen waar de schrijvers van de christelijke Griekse Geschriften de vroegere Hebreeuwse Geschriften citeren, heeft de vertaler het recht het woord κυριος (kurios) als ‘Jehovah’ weer te geven waar ook de goddelijke naam verscheen in het Hebreeuwse origineel”1 Deze regel wordt gevonden in een officiële Wachttorenpublicatie met de titel The Divine Name That Will endure Forever (1984), pag. 26-27..

Met andere woorden: als het Nieuwe Testament citeert uit het Oude Testament, en als de oudtestamentische passage de Hebreeuwse naam Jehovah gebruikt, dan moet ook het nieuwtestamentische citaat de naam Jehovah gebruiken. Een voorbeeld hiervan wordt gevonden in Romeinen 10:13 dat een citaat is van Joël 2:32 waar de naam Jehovah wordt gevonden:

“Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen, behouden zal worden.” (Joël 2:32, HSV).

“En het moet geschieden dat een ieder die de naam van Jehovah aanroept, veilig zal ontkomen” (Joël 2:32, NWV).

Omdat de oudtestamentische passage de naam Jehovah bevat moet het Nieuwe Testament citeren:

“Een ieder die de naam van Jehovah aanroept, zal worden gered” (Romeinen 10:13, NWV).

In bovenstaand geval hebben zij hun eigen regel correct gevolgd en kurios vertaald met Jehovah, net zoals de passage in het OT aangeeft.  Maar er zijn tenminste twee voorbeelden waar zij hun eigen regel overtraden. Laten we die eens bekijken:

  1. Filippenzen 2:10-11

“opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn,  en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.” (Filippenzen 2:10-11, HSV).

Deze verzen zijn gebaseerd op Jesaja 45:232 Ik heb gezworen bij Mijzelf – uit Mijn mond is in gerechtigheid een woord uitgegaan en het zal niet terugkeren – dat voor Mij elke knie zich zal buigen, elke tong bij Mij zal zweren. hoewel deze passage niet woord voor woord wordt geciteerd had Paulus hoogstwaarschijnlijk deze passage in gedachten. In Jesaja 45:23 is het Jehovah God die spreekt3 Zie de context in de verzen 21-22: Maak bekend en breng naar voren, ja, beraadslaag samen: Wie heeft dit van oudsher doen horen? Wie heeft dat van toen af bekendgemaakt?  Ben Ik het niet, de HEERE? Buiten Mij is er geen andere God, een rechtvaardig God, een Heiland; er is niemand behalve Ik.  Wend u tot Mij, word behouden, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand anders.  Jesaja 45:23 leert “dat voor Mij [Jehovah, God]” alle knie zal gebogen worden, alle tong zal belijden.

Paulus leert in Filippenzen 2:10-11 dat het in de naam van Jezus is dat elke knie zich zou buigen en elke tong zal belijden.  Hij zei dat “elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere [kurios] is”.  Dat wil zeggen dat iedereen op een dag zal erkennen dat Jezus Jehovah is, de ware en levende en enige God! Maar Jehovah’s getuigen vertalen kurios hier niet met Jehovah alhoewel het duidelijk is dat er, in de context van Jesaja 45:23, naar Jehovah gerefereerd wordt.

De NWV vertaalt zo:
“En elke tong openlijk zou erkennen dat Jezus Christus Heer is, tot de heerlijkheid van God, de Vader” (Filippenzen 2:11, NWV).

Hun bijbelvertaling is er snel bij om het Griekse grondwoord kurios te vertalen met Jehovah waar het ook maar kan (zij doen dat 237 keer in het Nieuwe Testament), maar in dit geval kunnen zij dat niet doen omdat dit hen ertoe zou dwingen te erkennen dat Jezus dezelfde is als Jehovah.

Er is nog een andere plaats in het Nieuwe Testament waar Paulus uit ditzelfde Jesaja 45:23 citeert:

“Want er staat geschreven: Zo waar als Ik leef, zegt de Heere [kurios]:Voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God belijden.” (Romeinen 14:11, HSV).

Zie hoe de Wachttorenorganisatie deze passage vertaalt:

“Want er staat geschreven: ‘Zowaar ik leef’, zegt Jehovah [kurios], ‘voor mij zal elke knie zich buigen en iedere tong zal God openlijk erkennen’” (Romeinen 14:11, NWV)

Door hier met Jehovah te vertalen erkent het Wachttorengenootschap dat de passage van Jesaja 45:23 inderdaad verwijst naar Jehovah God. Maar wanneer Paulus Jesaja 45:23 aanhaalt om op Christus toe te passen, in Filippenzen 2:11, dan weigeren zij hier hun eigen regel toe te passen en kurios als Jehovah te vertalen. De reden hiervoor ligt voor de hand want moesten zij hier nl. hun eigen regel toepassen dan zou dat hét fundament van hun sekte opblazen.

Hun geloof is gebaseerd op een verkeerde en godslasterlijke visie op Jezus Christus, dat Christus louter een schepsel is — een verheven engel — en niet de Schepper-God. Zij ontkennen de eeuwige Goddelijkheid en het eeuwige Zoonschap van onze Heer en Redder. Zij ontkennen dat de naam Jehovah op Hem slaat.

  1. 1 Petrus 2:3

“indien u tenminste geproefd hebt dat de Heere [kurios] goedertieren is” (HSV)

Petrus ontleende deze uitdrukking van Psalm 34:94 In sommige vertaling, waaronder de NWV is dit Psalm 34:8:

“Proef en zie dat de HEERE [JHWH, Jehovah] goed is; welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt. (HSV)

Proeft en ziet dat Jehovah goed is; Gelukkig is de fysiek sterke man die tot hem zijn toevlucht neemt.” (NWV)

De Psalmist gaf de uitnodiging: “Proef en zie dat de HEERE goed is”. Wat Petrus eenvoudigweg wilde zeggen was ‘als je werkelijk hebt geproefd hebt dat de Heere goed is, dan zal je verlangen naar Zijn Woord’ (vers 2).

Herinner je de vertaalregel die het Wachttorengenootschap beweert te volgen: Als in het OT de Godsnaam — JHWH —  verschijnt in het Hebreeuwse origineel (en die verschijnt in Psalm 34:9), dan heeft de vertaler het recht om in het NT het woord kurios te vertalen als Jehovah. Maar in hun vertaling van 1 Petrus 2:3 wijken zij af van hun eigen regel:

“Mits gij hebt gesmaakt dat de Heer goed is” (1 Petrus 2:3, NWV).

Waarom willen zij hier kurios (Heer) niet als Jehovah vertalen? Omdat de volgende verzen in 1Petrus 2:4-65 en kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God uitverkoren en kostbaar,  dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.  Daarom staat er in de Schrift: Zie, Ik leg in Sion een hoeksteen die uitverkoren en kostbaar is; en:Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. duidelijk maken dat Petrus verwijst naar Jezus Christus!  Het Wachttorengenootschap wil niet dat iemand denkt dat Jezus Jehovah is. Hierdoor moeten zij hun eigen regel breken want anders zou dat neerkomen op een bevestiging dat Jezus Jehovah is en een bevestiging van Zijn volle Godheid.

 Deze twee voorbeelden van hun afwijkende vertaling van het Griekse kurios, zijn ondersteunende argumenten om hun Bijbelvertaling in twijfel te trekken.  Ze laten zien dat ze hun theologie op de Bijbeltekst willen leggen in de plaats van hun theologie uit de Bijbeltekst te halen.  Hoewel het geen onomstotelijke bewijzen zijn, want voor ieder argument vindt men wel een tegenargument, kan het de JG alleszins doen inzien dat de vertaling die zij hanteren zeker niet onfeilbaar is. Uiteindelijk is de JG net als ons, iemand die van nature in vijandschap leeft met Zijn Schepper en enkel door het volmaakte en genoegzame offer van Gods Zoon — Jezus Christus, voor eeuwig behouden kan worden.  Bij een deur aan deur gesprek met hun, horen we dit steeds voor ogen te houden zodat we ons niet richten op het winnen van een gesprek of discussie, maar wel op het wijzen naar de genade die ons verleent wordt door het geloof in Jezus Christus als Heer en Verlosser.

Hun ontkenning van de eeuwige godheid van Jezus lijkt op het eerste zicht niet zo dramatisch — uiteindelijk erkennen ze Hem toch als een god, een zondeloos offer voor de mensheid, de Koning der koningen — maar hiermee ontnemen ze Jezus Christus de eer die Hem toekomt en aanbidden ze Hem niet ‘in geest en waarheid’.  Ze ontnemen Hem de naam Immanuel — God met ons6 Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en u zult Hem de naam Immanuel geven; vertaald betekent dat:God met ons. Mat 1:23.

Solus Christus

Met dank aan Marc Verhoeven voor zijn artikel ‘De Godheid van Christus’.

Voetnoten   [ + ]