Door Oscar Lohuis.

In veel situaties is het de hoop en de verwachting die wij hebben, die ons in beweging zet. De sporter hoopt op het halen van de overwinning. Wanneer hij daar een kans toe heeft, zal hij zeer gemotiveerd zijn om hard te trainen en er zijn best voor te doen. De scholier die eindexamen doet, hoopt op het halen van een voldoende of een goed cijfer en op het behalen van het diploma. Zodra zeker is dat hij het niet zal halen wordt het erg moeilijk er nog aan te blijven werken. De reiziger die een einddoel heeft bepaald en weet dat hij dat doel kan bereiken, zal zin hebben om door te reizen. Zodra duidelijk wordt dat de bestemming helemaal niet bereikt kan worden, heeft het geen zin meer om nog door te reizen. De echtgenoten die hoop hebben om weer dicht bij elkaar te komen, zullen de tijd en de moeite nemen om elkaar weer te vinden. Maar wanneer er dergelijke dingen zijn gebeurd dat het huwelijk niet meer te redden is, dan geef je het op en wil je er niet meer je best voor doen.

Heel veel in het leven wordt dus bepaald door de hoop en de verwachting die wij hebben. Misschien wordt wel bijna alles wat wij doen bepaald door de één of andere verwachting die we hebben bij het besluiten tot de activiteit. Op dit moment schrijf ik dit artikel in de hoop dat u, beste lezer, er door gezegend zult worden. Zonder hoop valt er gewoonweg niet te leven.

Hoe bepalend is het daarom ook of wij hoop hebben voor de eeuwigheid, voor het leven na dit leven. Hoe langer ik er over nadenk, hoe meer het tot mij doordringt welk een krachtige dynamiek dit is. Ons denken over de toekomst maakt veel verschil voor ons staan in het leven hier en nu. Paulus gebruikt het woord verwachting diverse keren wanneer hij spreekt over de wederkomst van Christus: ‘verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus’ (Titus 2:13).

‘Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als Verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt’ (Fil. 3:20,21).

Hoe werkt deze verwachting nu door in het leven van alledag? Op diverse wijzen, maar ik kan er maar één uitlichten in dit artikel. Het geeft ons de moed om door te gaan, hoe moeilijk het soms ook is. Het is de hoop op de verlossing van het lijden die ons de kracht geeft het lijden hier en nu te dragen. Omdat we weten dat het lijden maar een korte tijd zal duren, kunnen we het lijden aan. Vooral wanneer de dood dichterbij komt, is het heel bepalend welk eeuwigheidsperspectief wij hebben.

Als gelovigen zeggen we ook dat het lijden niet zinloos is. We geloven dat God ook door het lijden heen iets moois kan en zal bewerken in ons leven. Het allermooiste dat er ooit is ontstaan in tijd en ruimte is de verlossing van de mensheid. Deze is tot stand gekomen door het allerdiepste lijden heen. Maar Christus kon over het kruis heen kijken en heeft, om de vreugde welke voor Hem lag, het kruis kunnen dragen. Ik heb zelf de meest dierbare herinneringen aan ontmoetingen met mensen in de laatste, vaak zeer zware dagen van hun leven. Het heengaan van dierbaren brengt mensen vaak bij elkaar. Het afscheid moeten nemen leidt vaak tot gesprekken en ontmoetingen die er in jaren niet zijn geweest. Juist wanneer er veel pijn is, komen er vaak ook onverwachte zegeningen de hoek om kijken.

En, als gelovigen in Christus, mogen wij zeker zijn dat het lijden dat ziekte en sterven met zich meebrengt, zal uitmonden in het bij Christus zijn, waarvan Paulus zegt dat het verreweg het beste is. Deze verwachting heeft als uitwerking dat we vol goede moed blijven, zelfs bij het sterven. Hoe anders is het, wanneer mensen zeggen dat dit het was, dat er verder niets is en dat het allemaal voorbij is. Als christen mag je weten dat, hoe oud, ziek of zwak je ook bent, het beste nog zal komen! Ons vernederde lichaam zal aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig worden. Omdat wij weten dat Christus terugkomt laten wij het hoofd niet zakken. Hef je hoofd omhoog, want de Koning komt!

Ds. Oscar Lohuis (artikel uit Het Zoeklicht)