Eén van de grootste voorrechten van een gelovige is het teruggeven aan de Heer wat Hij aan ons gegeven heeft. Het is duidelijk vanuit Gods woord dat het geven van gaven een vorm van diepe aanbidding van God is. Paulus laat in de 2e Korintebrief zien, dat het een opdracht is voor de gemeente om te geven. God heeft een blijmoedige gever lief (2 Korinthe 9:7). Het is aan de gemeente om een juiste manier te vinden waardoor de individuele gelovige zijn gaven geeft.  Het is een aansporing om elke eerste dag van de week de gaven aan de Heer te geven (1 Korinthe 16:1-2). Dit gebeurt in de gemeente. Het is de verantwoordelijkheid van de leiding van de gemeente om de financiën tot opbouw en uitbreiding van Gods Koninkrijk juist te besteden. Deze besteding is uiteindelijk voor Gods eer en glorie.

Vaak horen we dat het geven van tienden (10% van de inkomsten) een Bijbels mandaat is voor de gemeente van Jezus Christus. Maar deze gedachte lijkt hier en daar toch wel wringen . Veel van de tienden die in de Oud- Testamentische theocratie ingesteld waren, komen overeen met onze inkomsten- belasting aan de overheid. De Joden gaven om de ‘overheid’ in stand te houden en te laten functioneren. Ze gaven aan de overheid zodat deze goed en juist kon functioneren. Dit omvatte het levensonderhoud van de Levieten, omdat deze geen andere inkomsten hadden (Leviticus 27:30-33; 19:9-10; Maleachi 3:8; Deuteronomium 12:10-18; 14:28-29; Nehemia 10:32-33).

Wanneer we het Oude Testament bestuderen, zien we  al heel snel zien dat er meerdere jaarlijkse momenten waren waar van de Joden verwacht werd om tienden te geven. Daarbij kwamen ook nog eens gedeeltelijke tienden die afgedragen moesten worden. Het kwam er dan ook op neer dat de Joden tussen de 23% en 25% jaarlijks moesten afdragen. Men noemde dit ‘verplichte gaven’.

Daarbovenop waren er ook nog de vrijwillige gaven die gegeven konden worden. Dit was geven aan de Heer vanuit de ‘vrije wil’. Dit kon zijn wanneer er speciale noden de kop opstaken en er een inzameling volgde (Exodus 25:1-2; 35: 4-22; 36:5-7; Deuteronomium 16:10-17; 1 Kronieken 29:6-9). Dit is ook terug te zien in het geven van de eerstelingen (Numeri 18:12; Spreuken 3:9-10).

Het Nieuwe Testament laat eenzelfde tweedeling zien betreffende het financieel geven. Er zijn de verplichte gaven die afgestaan moeten worden aan de overheid (Matteus 17:24-27; 22:15-22; Romeinen 13:6-7). Dan is er ook nog het geven uit vrije wil (1 Korinthe 8 en 9; Lucas 6:38; 16:11-12; 19:1-10, 11-27, 45-48; Matteus 6:19-24; Marcus 12:41-44; Handelingen 20:35; Romeinen 15:25-27; Filippenzen 4:10-18; Hebreeen 13:16 en vele plaatsen in het boek Handelingen 2:44-45; 11:29-30, etc.).

De diakenen van de lokale plaatselijke gemeente hebben de verantwoordelijkheid om de financiën te besteden; dit onder de leiding van de oudsten, die erop toezien dat het geld op een zo wijs mogelijke manier besteed wordt en zo veel mogelijk individuen, alsook het collectieve lichaam van Christus dient. Het niet wijs besteden van de gelden moet te allen tijde voorkomen worden. Daarom roept de Bijbel zowel de diakenen als de oudsten op om ‘onberispelijk’ te zijn (1 Timoteus 3:3-5, 8, 12). Het is daarbij wijs om een procedure te voorzien waarbij de oudsten gevrijwaard worden van persoonlijke voorkeur wanneer de financiën besteed worden. Ook is het aan te raden een procedure te voorzien om minderbedeelden te helpen.

Het geven van (financiële) gaven blijkt in ons rijke Westen vaak eerder een hekelpunt.  Een punt van discussie waarbij men in het zoeken naar de grenzen van wat nu wel of niet mag, de essentie makkelijk uit het oog verliest — het dankbaar geven van gekregen middelen aan wie het toekomt.  Dan is het goed om hierin enkele principes voor ogen te houden:

  • Alles behoort toe aan God (Psalm 24:1);
  • Al onze middelen zijn ons gegeven (cf.1 Korinthe 4:7);
  • We leven om God te eren, dus Zijn karakter uit te stralen (1 Korinthe 10:31);
  • Geven maakt gelukkiger dan ontvangen (Handelingen 20:35);
  • Behandel anderen steeds zoals je zou willen dat ze jou behandelen (Matteus 7:12).

Zoek dus eerder naar hoe je de Heer in gehoorzaamheid kunt dienen, dan voortdurend na te gaan wat nu net wel of niet binnen de grenzen van Gods tolerantie (lees: lankmoedigheid) past.

Soli Deo Gloria

Met dank aan The Bible Church of Little Rock (http://www.bclr.org/) voor het beschikbaar stellen van hun studiemateriaal.