De christen gelooft dat God groter is dan dergelijke redeneringen van “was het maar zus of zo gegaan”. Zijn voorzienige hand omvat het geheel van ons leven, niet alleen de goede dagen, maar ook de slechte. Wij hebben het woord ongeluk in ons woordenboek opgenomen, maar Hij niet.

Ongelukken, een slechte gezondheid, of zelfs sterven door toedoen van een vijand – God gebruikt al deze middelen om Zijn kinderen thuis te halen.

Zolang we onszelf toevertrouwen aan Zijn zorg, kunnen we erop vertrouwen dat we zullen sterven op Zijn tijdstip.

Lazarus stierf precies op tijd

We hebben gebeurtenissen buiten ons om niet in de hand; we zijn echter wel verantwoordelijk voor de manier waarop we reageren op de schijnbaar willekeurige gebeurtenissen van ons leven. Het is een feit dat God elke wagen die Hij wenst kan sturen om ons tot zich te nemen.

Martha en Maria zeiden ook: Was het maar zus of zo gegaan (Joh. 11:1-44). Toen tegen Christus werd gezegd dat Zijn vriend Lazarus ziek was, bleef Hij nog twee dagen extra weg, zodat Lazarus al dood en begraven zou zijn wanneer Hij in Betanië aankwam. De zusters verwoordden ieder hun klacht: “Indien Gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn” (Vers 21).

Toch wilde Christus dat ze zouden weten dat het sterven van Lazarus Gods wil was geweest; hij was gestorven volgens het goddelijke tijdschema.

Had ik maar geweten…

We winnen er niets mee als we jammeren over het feit dat “als we het toen maar geweten hadden de dingen anders zouden zijn gelopen”. We hoeven niet te zijn als de vrouw die veertien jaar lang elke ochtend naar het graf van haar man ging omdat ze zich schuldig voelde. Ze had haar man overhaald om naar een concert te gaan; ze hadden onderweg een ongeluk gekregen en hij was daarbij omgekomen. Zulk vals schuldgevoel komt niet van God maar uit onszelf.

Die vrouw – gezegend is zij – had zichzelf veel verdriet kunnen besparen als ze had bedacht dat wij slechts mensen zijn en dat alleen God God is. Ze had niet vooruit kunnen weten dat het ongeluk die avond zou gebeuren. We hebben allemaal onze partner wel eens aangemoedigd om ergens heen te gaan waar ze zelf niet heen wilden; hetzelfde had ons allemaal kunnen overkomen. We moeten inzien dat God groter is dan onze fouten; Hij is groter dan een stuk staal dat ‘toevallig’ op de snelweg van een vrachtwagen valt.

We moeten bedenken dat Hij de gebeurtenissen die wij totaal niet in de hand hebben, wél volledig onder controle heeft.

Uit “Een minuut na de dood”, Erwin Lutzer, blz. 134-135