Iets waar we ons voor moeten behoeden als christenen is onverschilligheid naar de ‘verloren’ wereld.  Ik merk bij mezelf dat hoe meer ik groei in kennis en wijsheid, hoe meer ik de ijdelheid van de wereld zie en hoe groter mijn liefde voor de toekomst wordt.  Wat zie ik uit naar de dag dat Jezus zal komen om Zijn bruid, de gemeente, op te halen.  De dag waarin we een nieuw, verheerlijkt, volmaakt, zondeloos lichaam zullen hebben en uitsluitend werken zullen doen tot eer van God.  Gedaan met dat ijdel streven en zwoegen.  Gedaan met het aanhoren van al die ijdele praat en godslasteringen.  Hoe meer je God leert kennen, hoe meer je de ware aard van dit leven kunt doorzien.  Het gevaar dat hierna volgt is een onverschilligheid tot zelfs woede of haat naar de wereld met haar inwoners. 

“Here, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van de hemel zal nederdalen om hen te verteren?” (Luc.9:54)

Toen ik de reactie van Jacobus en Johannes las in Lucas 54 die, nadat ze niet ontvangen werden door de Samaritanen, vroegen of ze het dorp mochten vernietigen zoals Sodom en Gomorra destijds vernietigd werden (Gen.19), kon ik me zo vereenzelvigen met hun.  Zelf zou ik mogelijk hetzelfde hebben voorgesteld aan Jezus, “weg met die goddelozen”.  Maar als we verder lezen en Jezus’ reactie tegenkomen slik ik al gauw mijn woorden terug in.  “Hij keerde Zich om en bestrafte hen” (Luc.9:55).  Hij deelde niet in de woede die de discipelen hadden en keek met andere ogen naar de situatie.

Jezus besloot om ons lief te hebben en Zichzelf voor ons te offeren voordat wij Hem kenden.  Sterker zelfs, wij waren niet eens niet op zoek naar Hem.  Hij zag de erbarmelijke toestand waarin wij verkeerden en besloot om ons lief te hebben.  Hij nam het initiatief om ons met de hand te nemen en te leiden naar een eeuwig herstel met onze Schepper.  Deze liefde, die wij als christenen hebben ontvangen kunnen, neen moeten, wij nu uitstralen naar de wereld zodat zij de pracht van God mogen zien en hopelijk tot berouw en inkeer mogen komen.

Maar als ik naar mezelf kijk, merk ik dat ik op vele gebieden zo blind ben of zo slechtziend dat ik veel prachtige kansen om Gods liefde te weerspiegelen laat liggen.  Ook merk ik een voortdurende zoektocht in mezelf om wijsheid te vinden in het gebruik van mijn woorden.  Wanneer spreek ik best wel en wanneer is het wijzer om te zwijgen.

“Heer, open mijn ogen in de gebieden waar ze nog niet helder zien of beter zelfs… geef mij Uw ogen zodat ik alles vanuit Uw perspectief mag zien en daaruit mag handelen”, is een van mijn persoonlijke gebeden.  Het lied van Brandon Heath, “Give Me Your Eyes” wakkerde mijn liefde voor de “verlorenen”, de ongelovigen of de anders denkenden weer verder aan en bepaalde mij nogmaals bij de opdracht die wij hebben om Gods liefde te weerspiegelen naar de anderen.  Laten we er voor waken dat we enerzijds in ons geloof niet verharden naar “onze naasten” en anderzijds dat we in onze liefde voor de anderen niet afwijken van de waarheid.

“Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van Uw wet.” (HSV, Psalm 119:18)

Soli Deo Gloria