Stel je eens voor dat ik een week de tijd krijg om jou onopgemerkt te volgen.  Alles wat je doet of zegt zou ik kunnen volgen zonder dat je het zou beseffen.  Hoe zou ik dan kunnen weten wat belangrijk is voor jou?  Denk hier eens even over na en beantwoord de vraag voor jezelf.Een andere vraag die ik dan zou willen stellen ligt wat voor de hand: “Wat zou ik zien of wat zou me opvallen aan jou?”

In de brief aan de Filippenzen komen we een bijzondere man tegen met een nog meer bijzonder¨antwoord op deze vraag:

“Het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst.” (Fil.1:21)

Redelijk krasse uitspraak, vind je niet? “Leven is voor mij Christus”, hiermee zei Paulus, want het was hij die dit zei, niet enkel dat Jezus het belangrijkste voor hem was.  Hij stelde het zelfs nog iets sterker, de reden van zijn bestaan was Christus.  Voor hem was het geen kwestie van leven mèt Christus, maar simpelweg leven omwille van Christus.  Er was nog maar één doel in zijn leven, nog maar één iets dat belangrijk was voor hem en dat was Jezus Christus!  Misschien lees je hier nogal makkelijk overheen.  Mogelijk denk je nog aan je antwoorden die je gaf op de twee vragen die ik stelde aan het begin van dit artikel en merk je dat deze nogal ver verwijdert zijn van Paulus’ antwoord.  Eerlijk gezegd, dit was een van de dingen waar ik tegen aanliep toen ik me verdiepte in dit gedeelte van de Bijbel.  Natuurlijk heb ik Christus lief en probeer ik Hem te dienen met heel mijn hart, ziel en verstand, maar leef ik dit ook werkelijk uit?  Mocht iemand mij stiekem volgen, komt die dan tot dezelfde conclusie als de getuigenis van Paulus?  Hoe komt het dat Paulus bijna letterlijk Christus ademde?  Moesten we onszelf even vermommen als een vlieg en voortdurend in Paulus’ omgeving vliegen zouden we enkel kunnen besluiten dat de woorden van hem geen holle klanken waren, maar dat zijn leven werkelijk uitzonderlijk was met slechts één iemand in het visier, zijn Verlosser Jezus Christus.  Laten we vanuit enkele verzen van de brief aan de Filippenzen eens drie kenmerken van hem onder de loep nemen zodat we beter gaan begrijpen waarom hij zulk een straffe positie durfde innemen.

Een opmerkelijke levensbeschouwing (Filippenzen 1:12-14)

“En ik wil dat u weet, broeders, dat wat er met mij is gebeurd, veeleer tot bevordering van het Evangelie heeft gediend, zodat in het hele gerechtsgebouw en aan alle overigen bekend is geworden dat ik een gevangene ben om Christus’ wil, en dat het merendeel van de broeders in de Heere door mijn gevangenschap vertrouwen heeft gekregen om het Woord nog overvloediger onbevreesd te durven spreken.”

De  gemeente te Filippi had een speciale plaats in het hart van Paulus.  Tijdens zijn tweede zendingsreis had hij, door de genade van de Heer, deze gemeente helpen oprichten en sindsdien nam hun liefde voor elkaar enkel toe.  De gemeente groeide in gehoorzaamheid aan Gods Woord en uitte dit onder andere door Paulus nog steeds te ondersteunen waar mogelijk.

Paulus, die ondertussen weer verder getrokken was om het Evangelie te verkondigen kwam voor allerlei dilemma’s en moeilijkheden te staan.  In de brief aan de Korintiërs maakt hij, om zijn apostelschap te verdedigen, een korte opsomming van al hetgeen hem ooit overkomen was, een lijstje dat je doet huiveren terwijl je het leest:

“Zijn zíj (valse apostelen) dienaars van Christus? – ik spreek als een waanzinnige – ik sta boven hen; in ingespannen arbeid veel vaker, in slagen bovenmate, in gevangenissen veel vaker, vaak in doodsgevaar. Van de Joden heb ik vijfmaal de veertig min één zweepslagen ontvangen. Driemaal ben ik met de roede gegeseld, eenmaal ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een heel etmaal heb ik in volle zee doorgebracht. Op reis was ik vaak in gevaar door rivieren, in gevaar door rovers, in gevaar van de kant van volksgenoten, in gevaar van de kant van heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders, in inspanning en moeite, vaak in nachten zonder slaap, in honger en dorst, vaak in vasten, in koude en naaktheid. Afgezien van wat van buitenaf komt, overvalt mij dagelijks de zorg voor alle gemeenten.” (2Kor.11:23-28)

Moest Paulus de ‘slachtofferrol’ innemen en in een hoekje zitten kniezen omdat hij zich het doelwit voelde van ellende, zouden we hem volledig begrijpen en met hem mee treuren.  Toch lezen we dat Paulus al deze dingen vanuit een heel ander perspectief bekeek.  In vers 12 zegt hij dat al deze dingen, dus de hierboven opgesomde moeilijkheden, net hebben bijgedragen tot de bevordering van het Evangelie.   Het woord ‘prokopen’ (bevordering) betekent letterlijk “naartoe kappen”.  Het is een militaire term die gebruikt werd voor soldaten die ervoor zorgden dat de weg werd vrijgemaakt van obstakels, zoals stenen en bomen, zodat het leger kon passeren.  Deze mannen liepen steeds voorop en moesten soms letterlijk de weg vrijkappen voor de troepen die onderweg waren.  Door hun inspanningen konden deze troepen dan makkelijk passeren zonder al te veel hindernissen.  Dat Paulus doorheen al die moeilijkheden moest, had voor hem dezelfde betekenis.  Paulus zag zijn leven als dat van een verkenner die erop uit gestuurd wordt om de weg vrij te maken van het grote leger, de gemeente, dat in aantocht was.  Door die moeilijkheden op zijn pad waar hij zich doorheen worstelde, fungeerde hij als voorbeeld voor de andere broeders en zusters zodat deze meer moed kregen om het Evangelie onbevreesd verder te verkondigen.  Paulus ging als het ware vooruit en kapte de hindernissen weg die het evangelie belemmerden zodat de gemeente verder in de wereld kon trekken.  Zijn volharding in het geloof en onbevreesde getuigenissen van de Heer brachten de gemeente ertoe om de angst te overwinnen en het Woord overvloedig te verspreiden.

Daarbij liet Paulus ook nog weten dat dankzij zijn gevangenschap aan het hele gerechtsgebouw het Evangelie bekend was geworden.  Het Griekse woord ‘praitorion’ kan zowel naar het gerechtsgebouw waar de praetoriaanse  wacht (de lijfwachten van de keizer) verzamelden als naar de lijfwachters op zich verwijzen.  Vermoedelijk verwijst Paulus hier naar de wachters zelf en niet naar het gebouw omdat hij in huisarrest verbleef en onder voortdurend toezicht van een wachter stond.  Deze wachter werd iedere zes uur gewisseld en hoogstwaarschijnlijk kwam iemand nooit 2x aan bod.  Dit zou betekenen dat Paulus tijdens die twee jaren van huisarrest maar liefst aan ongeveer 3000 wachters het Evangelie heeft kunnen verkondigen of voorleven.  Van een getuigenis gesproken.

Een afhankelijke zekerheid (Fillipenzen 1:19)

“Want ik weet dat dit mij tot zaligheid strekken zal, door uw gebed en de ondersteuning van de Geest van Jezus Christus, overeenkomstig mijn reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, Christus ook nu grootgemaakt zal worden in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood.”

Paulus was er van overtuigd dat zijn lijden hem tot zaligheid zou strekken.  Dat het hem zou verlossen, bevrijden en hem tot welzijn zou zijn.  Hiermee dacht hij mogelijk zowel naar de uiteindelijke verlossing in Christus, als naar de verlossing uit de gevangenis.  Hoe dan ook, Paulus wist dat dit alles voor zijn eigen welzijn in Christus was (cf. Rom.8:28). Hier was hij van overtuigd en enorm zeker.  Toch veranderde hij hierdoor niet in een onoverwinnelijke superheld die volledig autonoom was.  Paulus had een zekerheid die rustte op drie onmisbare pilaren.

  1. Gebed van de gemeente
    Ondanks dat Paulus overtuigd was van Gods soevereiniteit en hij wist dat er geen haar op zijn hoofd gekrenkt kon worden zonder dat God het zou toestaan, vertrouwde hij erop dat de gebeden van de christenen te Filippi hem uiteindelijk “tot zaligheid” zouden strekken.  Het belang van gebed was voor hem heel duidelijk.  Hij wist dat God Zijn plan verder ontplooit doorheen mensen en niet los van hun inspanningen werkt. ‘k Weet niet hoe het bij jou zit, maar toen ik me verdiepte in dit stukje en zag hoe afhankelijk Paulus zich wist van de gebeden van de gemeente stond ik toch wel even verbaasd.  Hoe makkelijk vind ik geen rust in de soevereiniteit van God en verzuim ik daardoor de drang om voor andere broers en zussen in de Heer te bidden?  Voor Paulus was het gebed van de gemeente een onmisbaar geheel in zijn hoop op zaligheid.  Moest de gemeente als het ware niet voor hem bidden, zou zijn hoop mogelijk wankelen.
  2. Ondersteuning van de Heilige Geest
    “Ondersteuning” is de vertaling van het woord “epichoregis” wat letterlijk betekent: de benodigdheden voorzien voor een muzikaal koor.  Vroeger was het de gewoonte dat een weldoener de zangers en dansers op een festival betaalde.  In de medische terminologie werd het woord gebruikt voor de gewrichten en bindweefsels die twee beenderen bij elkaar houden.  Dit zien we ook terug in Ef.4:16.  Zo vertrouwde Paulus erop dat de Heilige Geest hem in alles zou voorzien wat hij nodig had om te kunnen standhouden, te groeien in geloof en te leven tot eer en glorie van Zijn Verlosser.  Hoe belangrijk gebed ook kan zijn, zonder het werk van de Heilige Geest, die alle gebeurtenissen zo aan elkaar weet te koppelen, zou alles tevergeefs zijn.  Dus ook het werk van Gods Geest in zijn leven was een onmisbaar fundament van zijn hoop.
  3. Een lichaam als telescoop
    Gebed en Gods voorzienigheid waren twee grote steunpilaren voor Paulus die hem de zekerheid gaven van zijn verlossing.  Maar er was nog een derde pilaar die niet los stond van de voorgaande twee.   Paulus spande zich tot het uiterste in om voor Christus te leven.  Zijn lichaam diende als telescoop voor Christus.  Dat mensen doorheen hem de grootheid van Christus zagen. Een microscoop laat een heel klein iets, zeer groot lijken, maar een telescoop stelt je in staat om een zeer groot iets, te kunnen waarnemen.  Net dat laatste was hetgeen Paulus wilde zijn voor Christus.  Hij wilde zijn lichaam ten volle gebruiken om te verwijzen naar Christus.  Of dit nu gebeurde in barre omstandigheden of uiterst luxe gelegenheden, dat maakte voor hem niet zoveel uit.  Zolang hij Christus maar kon grootmaken met zijn daden en de mensen Christus konden zien en ervaren door hem.
    Hier moet je eens even bij stilstaan en nagaan hoe jij met je lichaam omgaat.  Functioneert het lichaam voor jou als instrument om een groter doel te bereiken of ben jij het instrument van je lichaam?  Zelf moet ik eerlijk bekennen dat ik toch wel vaak naar mijn lichaam luister en haast automatisch doe wat het aangeeft.  Is het moe, dan gun ik het wat rust.  Heeft het wat honger, dan geef ik het eten.  Wil het graag wat ontspannen, dan zoeken we een leuke bezigheid.  En voor je het beseft ben je haast de hele dag bezig om je lichaam te gunnen wat het graag heeft en ben jijzelf het instrument dat bespeeld wordt door je lichaam.  Het lijkt haast normaal, maar als we kijken naar Paulus, had zijn lichaam een duidelijk ondergeschikte rol aan zijn verstand.  Zijn lichaam diende enkel om te doen wat zijn verstand aangaf en dat was het dienen van Christus.  Daar leefde hij voor, daar diende hij voor en zijn lichaam was een middel om dat te kunnen doen.

En reikhalzend (zoals een toeschouwer in een tribune die de bal op de voet wil volgen) zag hij daarbij uit naar Jezus komst omdat hij wist dat hij niet beschaamd zou staan (cf; 1Joh.2:28-29; Mark.8:38).  Zijn zekere hoop in de toekomst, gaf hem een vrijmoedig heden.  Hij verheugde zich al naar de dag dat hij zijn Verlosser zou zien omdat hij hem zoveel te vertellen en te geven had.

Een renderend leven (Filippenzen 1:21)

“Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst.”

Het allerergste wat je hier op aarde kan overkomen is niet het begaan van een flater of ergens gezichtsverlies lijden.  Hetgeen ieder mens vreest en krampachtig vasthoudt is zijn leven.  We staan er niet altijd bij stil, maar in momenten van nood of crisis, komt dit zeer duidelijk naar voren.  Een Israëlische legerofficier haalde eens aan dat de angst om te sterven een van de grootste vijanden was die zijn soldaten konden tegenkomen.  Hij zei dat wanneer een soldaat geconfronteerd wordt met deze angst, hij niet meer zomaar de orders van zijn overste zal uitvoeren, maar vooreerst uitwegen zal zoeken om zijn eigen leven te beschermen.  Jezus wist ook hoe sterk deze angst leeft bij mensen en haalde dit ook aan in Matteüs 10:28: “En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.”  Mensen neigen er altijd naar om zich meer te bekommeren om hun lichaam dan om hun ziel, terwijl dat lichaam sowieso ooit zal sterven, maar de ziel voor eeuwig blijft leven.

“Je kan pas beginnen te leven, als je bereid bent om te sterven.”

Wat is het meest egoïstisch volgens jou: willen sterven of willen leven?  De meesten onder ons zullen waarschijnlijk “willen leven” antwoorden.  Voor Paulus echter was het willen sterven het meest egoïstische.  Hij verlangde er het meest naar om te sterven want dan zou hij bij Christus zijn zonder zijn vleselijk lichaam.  Dan zou hij Christus voortdurend zonder enige weerstand kunnen verheerlijken.  Hij vond het van zichzelf egoïstisch om zo te denken omdat hij wist dat hij hier op aarde nog nodig was.  Zijn lijdend dienen bevorderde het Evangelie en bouwde de gemeente van Zijn Verlosser.  Zolang hij hier op aarde was, was hij een instrument dat bespeeld werd door Zijn Verlosser.

“Leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst”, zei hij zelf. Vervang het woord ‘Christus’ in dit vers eens door iets anders dat je enorm waardeert.  Je zal zien dat eender wat je hier dan zou invullen, dat sterven geen winst meer zal zijn.  Neem bijvoorbeeld “Leven is voor mij mijn huis”, logisch gevolg is dan dat wanneer je sterft, je verlies lijdt want dat huis neem je niet mee.  Of “leven is voor mij mijn vriendschappen”, ook dan lijd je verlies bij sterven, want voor de troon van de Heer sta je alleen.  Eender wat je hier invult, je zal merken dat enkel “Christus” er voor zorgt dat sterven winst is voor je.  Christus is de enige die ooit de dood heeft overwonnen en daardoor voorbij de dood is kunnen gaan om te bouwen aan een verdere toekomst (Hand.2:24; Joh.14:2).  Een toekomst die enkel kan bereikt worden door Hem (Joh.8:51)!

Misschien denk je dat Paulus hierin een abstract voorbeeld is, maar dat de realiteit vaak veel grijzer is.  “Het is tenslotte toch normaal dat je van je leven houdt en je zult nooit zo kunnen leven dat ook jij ervaart dat sterven winst voor je is.”  Wel, lees onderstaand, waargebeurd, verhaal eens en je zal al gauw merken dat dit niet zo is, sterkers zelfs, dat een groot geloof niet bebonden is aan geslacht of leeftijd…

“Op een dag kwam een moeder radeloos bij predikant W.E. Sangster aankloppen omdat haar dochter een oogoperatie moest ondergaan die, indien deze niet goed verliep, kon leiden tot levenslange blindheid.  De moeder vroeg aan de hem om eens met haar dochter te gaan praten.  Toen hij bij het meisje aankwam zei ze tegen hem: “Oh, ik geloof dat God mijn zicht zal wegnemen”, waarop W.E. Sangster haar antwoordde: “Jessie, ik zou Hem dit niet laten doen als ik jou was.”  Het meisje keek hem verward aan en zei: “Wat bedoel je?  Wat doen?  Mijn zicht wegnemen?  Denk je dat ik God zou kunnen tegenhouden?”  Predikant W.E. Sangster smeekte en vroeg haar of ze binnen drie weken of een maand een gebed als het volgende zou kunnen bidden: “Vader, als ik om een of andere reden, bekend door U, mijn zicht zou moeten verliezen, zal ik het U niet laten afnemen, maar ik zal het aan U geven.”   Het meisje volgde de raad van W.E.Sangster op.  Eerst kon ze niet leven zonder haar zicht, maar na drie weken was ze in staat om dit gebed te bidden;  En terwijl stilaan haar zicht afnam, was ze in staat om het helemaal aan God te geven.”

Met dat gebed kwam de vreugde en kracht van God.  Het kleine meisje leerde dat haar zicht, een prachtig geschenk van de Heer, slechts in bruikleen was.  Uiteindelijk besefte ze ook dat haar zicht niet meer dan een middel was om God te verheerlijken en dat wanneer Hij in Zijn wijsheid beslist om dat zicht weg te nemen, ze Hem op andere manieren zal mogen grootmaken. Is er iets waar jij je nog krampachtig aan vasthoudt?  Iets waar je bang voor bent dat God het je zou afnemen?  Zal je het ooit loslaten?  Pas dan zal je de vreugde en vrede leren kennen van het dienen van Hem.

Paulus had na zijn wedergeboorte nog maar één hoofddoel en dat was Christus.  Hij was met Christus gestorven, maar in hem weer levend geworden en daar leefde hij ook naar.

[weaver_youtube id=buT7Jq0e28Q]

Laten we Paulus’ voorbeeld en dat van vele andere in de geschiedenis (maar ook vandaag de dag) uitbuiten om de kracht en de moed te vinden om het Evangelie verder te verkondigen en vorm te geven in onze maatschappij.  Mogelijk kunnen de vragen uit deze vragenlijst je hierbij helpen of je denken op z’n minst prikkelen.  Laten we geen genoegen nemen met een eenvoudig zaligmakend geloof, maar dat geloof ten volle uitbuiten om Christus groot te maken hier op aarde zodat ook wij niet beschaamd zullen staan wanneer Hij komt om Zijn bruid te halen.  Laten we werken aan een leven dat waard is om te sterven!

Solus Christus