“Immers, in al mijn gebeden bid ik telkens voor u allen met blijdschap.” (Fil.1:4)

Van Dale omschrijft gebed als “het aanroepen (hulp vragen) van de godheid”.  Op deze manier worden alle goden uit de religies benaderd, al vragend om hulp.  Dit is dan ook wat de mensen verstaan onder gebed, het vragen aan hulp aan God.  “God, wil je dit doen en God laat dat niet gebeuren.”  of “God wil je zorgen voor dit en God wil je voorkomen dat…” De mensheid dient afgoden om zichzelf te laten dienen.

God leert echter in Zijn Woord dat gebed niet zomaar het aanroepen van Hem om Hem ter hulp te roepen.  Het ware gebed is de manier waarop de persoonlijke relatie die iemand, door Christus, met Hem kan hebben vorm krijgt.  In gebed vragen we niet enkel om Zijn hulp, maar vereren we Hem ook en maken we Hem groot.  In gebed leggen we ons hele zijn aan Hem voor, onze zorgen, verlangens, blijdschap, vreugde, zegeningen, beproevingen, verleidingen, hartsingesteldheid, maar bovenal onze dankbaarheid! 

De ogen des HEREN zijn op de rechtvaardigen, en zijn oren tot hun hulpgeroep; het aangezicht des HEREN is tegen hen die kwaad doen,om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.” (Psalm 34:16-17)

Gebed, het komen tot de Heer, kan enkel met een rein hart.  Wil iemand een gesprek aangaan met zijn Schepper, dan kan dit enkel wanneer zijn hart volledig rein, vlekkeloos of zuiver is.  Daarom ook dat we enkel door Christus en in Christus tot God kunnen komen.  Enkel wanneer we vergeving hebben ontvangen voor onze zonden is de baan vrij om tot God te gaan.  Dus wil iemand in gesprek gaan met God, moet hij eerst bedenken tot wie hij zal spreken, de soevereine almachtige Schepper van hemel en aarde en daarbij ook beseffen dat dit enkel mogelijk is wanneer hij een rein hart heeft, een hart dat gewassen is door het bloed van Jezus Christus.  Dat is de basisvereiste, zonder dit raken de woorden die je spreekt niet hoger dan het plafond.

Iedereen houdt van zichzelf.  Niemand moet moeite doen om zichzelf lief te hebben.  Ga maar eens na hoe graag je jezelf verwent.  Zelfs mensen die beweren niet van zichzelf te houden, vinden hun ongelukkig zijn in de liefde voor zichzelf want ze vinden dat ze zelf beter verdienen.  Logisch is dan ook dat wanneer we in gebed tot God gaan, we al gauw onszelf in het centrum gaan zetten.  “God ik… en ik heb… en ik wil dat … en ik ben… ”  Mensen hebben maar al te gauw de neiging om gesprekken tot zichzelf te trekken.  Let hier maar eens op wanneer je praat met iemand.  Het duurt doorgaans niet lang tot je gesprekspartner (of jijzelf) het gesprek naar zichzelf toetrekt en uitsluitend nog over zichzelf en zijn ervaringen heeft zonder oor te hebben naar de ander.  Maar in gebed tot God is dit niet anders.  Ook onder de Christenen, ook bij mezelf, is dit niet anders.  Als ik hier niet bewust op let, wordt mijn gebed tot God ik-gericht.   Dan gaat het hoofdzakelijk over mijn noden en mijn verlangens en mijn ervaringen.  Toch leert Jezus dat alle geboden van God samengevat kunnen worden in twee geboden:

“Welk gebod is het eerste van alle? Jezus antwoordde: Het eerste is: Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is één, en gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Een ander gebod, groter dan deze, bestaat niet.” (Mc.12:28-31)

We horen dus God lief te hebben boven alles.  Dus God moet het centrum zijn in onze gebeden.  Daarbij moeten we onze naaste, onze medemens, liefhebben in dezelfde mate als dat we onszelf liefhebben.  We hebben net al gezien dat iedereen zichzelf in grote mate liefheeft, diezelfde liefde moeten wij voor anderen hebben, ook in onze gebeden.

Linkerhand

Hoe geven we dit nu praktisch vorm?  Dikwijls is het willen bij mij wel aanwezig en wil ik God liefhebben boven alles en mijn naaste als mezelf,maar weet ik simpelweg niet hoe.  Hoe kan ik bijvoorbeeld op een consequente manier mijn naaste liefhebben als mezelf?  Voor dit laatste gebruik ik zelf vaak een handig hulpmiddel dat er voor waakt dat mijn gebed voor mezelf en mijn naaste evenwichtig wordt en blijft, mijn linkerhand.  Wanner ik naar mijn linkerhand kijk zie ik vijf vingers waarbij iedere vinger staat voor een bepaalde persoon of groep personen.  Beginnende van links naar rechts komen we dan tegen:

Duim –> Personen die me nauw aan het hart zijn

Van alle vingers is mijn duim het dichtst bij mijn hart.  Mijn duim staat voor personen uit mijn gezin, familie,vrienden of kennissenkring.  Mensen waar je op een of andere manier een speciale band mee hebt.  Mensen die om bepaalde redenen een speciale liefde hebben in mijn hart.

Wijsvinger –> Personen die onderwijs geven

De wijsvinger doet denken aan onderwijs, daar noemt het ook “de onderwijsvinger”.  Het doet denken aan de leraar of ouder die onderwijs geeft.  Deze vinger staat dan ook voor al degene die op een of andere manier mij onderwijzen.  Dit kunnen effectieve leraars zijn, maar ook auteurs van boeken, bepaalde vrienden enz.

Middelvinger –> Personen die leiding geven

De middelvinger is de grootste vinger en heeft overzicht over de andere vingers.  Deze vinger staat dan ook voor alle leiders.  Dit kunnen geestelijke leiders zijn zoals oudsten, jeugdleiders, kringleiders enz. Maar dit kunnen ook leiders zijn uit de wereld zoals  regeringsleiders, politici, koningen enz.

Ringvinger –> Personen die zwak, vermoeid, ziek zijn

De ringvinger is de zwakste vinger.  Bij deze vinger denk ik dan ook aan de mensen die lichamelijk of geestelijk vermoeid, zwak, terneergeslagen of ziek zijn.  Ook denk ik dan aan armen, bepaalde slachtoffers enz.

Pink –> Mijzelf

Als laatst heb je de pink, de kleinste vinger.  Deze laat ook de positie zien die ikzelf mag innemen in mijn gebed.  Bidden voor jezelf is op zich niet verkeerd, zolang het maar in balans blijft.  De ander hoort uitnemender te worden geacht dan jezelf en dat hoort je gebed ook te weerspiegelen.

Mij helpt deze hand geregeld in mijn gebed om mijn naaste lief te hebben zoals mezelf en mogelijk jou ook… 🙂

Door Zijn liefde in liefde en uit liefde,

Bart