Wat met je naasten?

  • “…Gij zult de Here, uw God, liefhebben… en uw naaste als uzelf… En wie is mijn naaste? … Die hem barmhartigheid bewezen heeft. En Jezus zeide tot hem: Ga heen, doe gij evenzo” (Lc.10:25-39).
  • “Zoals men ijzer met ijzer scherpt, zo scherpt de ene mens de ander” (Spr.27:17).

Of we het nu willen of niet, maar mensen beïnvloeden elkaar.  Al hetgeen je op je pad tegenkomt laat bepaalde indrukken, gedachten, gevoelens, reacties enz. na.   Hoe prachtig en waardevol is het dan voor onze medemensen, onze naasten, als de woorden van onze mond en de gedachten van ons hart welgevallig zijn voor de Here (cf. Ps. 19:15).  Ze zijn dan een ware zegen voor hun.  Niet voor niets waarschuwt Salomo, die ontzettend veel wijsheid had gekregen van God (1Kon.4:29:34), om omgang met slecht gezelschap te mijden om te voorkomen dat ze ons slecht beïnvloed (Spr.22:24-25).  Ook Paulus geeft dezelfde waarschuwing wanneer hij zegt: “Misleidt uzelf niet; slechte omgang bederft goede zeden” (1Kor.15:33).  We worden door God dus duidelijk vermaant om slechte omgang te mijden voor zover we dit kunnen.

Wanneer God zulk een vermaning geeft, staan we er niet altijd bij stil dat deze twee zijden heeft.  Als we enerzijds oplettend horen te zijn in het aangaan van bepaalde relaties (met familie, kennissen, vrienden, collega’s enz. ), wordt er anderzijds ook van ons verwacht dat wij zelf een goede omgang zijn voor anderen.  Jij hoort slechte omgang te mijden, maar anderen evenzeer!

Dit bepaalt ons dan bij het tweede deel van berouwvol belijden.  Tot nu toe lag vooral de nadruk op het berouwvol belijden naar God, wat natuurlijk de allereerste en meest noodzakelijke stap is voor vergeving, maar hier stopt het niet altijd.  Wanneer de zonde die ons schuldig maakte ook anderen, een van onze naasten, heeft gekwetst of mogelijk beïnvloed, horen we deze schuld aan hun ook te belijden.

Dit is niet altijd vanzelfsprekend.  Soms vinden we het makkelijker om al onze zonden aan God te belijden dan naar een persoon toe te stappen en één zonde bekend te maken.  Wanneer dit het geval is kunnen we niet anders dan besluiten dat ons beeld van God nog steeds te klein is en ons beeld van de mens te groot.  Als we volledig bewust zouden zijn van Gods heiligheid, zou dit zeker niet het geval zijn.  Ga maar eens na in de Bijbel hoe mensen reageerden als ze ook maar in de buurt kwamen van God (Het volk Israël voor de berg Sinai (Ex.20:18-19), Mozes (Ex.34:8), Jesaja (Jes.6:5), Elia (1Kon.19:13), Daniel (Dan.10:7-8), Saulus (Hand.9:3-4), de 24 oudsten (Op.4) …).

Ja maar… “Als ik mijn zonden al heb beleden aan God, dan heeft Hij me toch al vergeven? Dus waarom deze barrière overwinnen als we toch al onze zonden voor de Here hebben gebracht en vergeving hebben ontvangen?”  Deze vraag zou makkelijk beantwoord kunnen worden met, “Omdat het moet!” of “Uit gehoorzaamheid!” (cf. Mat.5:23-24).  Toch wil ik deze vraag ook eens vanuit een ander perspectief beantwoorden door zes redenen op te sommen waarom het belijden van elkaars zonden noodzakelijk is[1].

Zes redenen om zonden aan elkaar te belijden

Het belijden van onze zonden aan elkaar kan in het begin nogal pijnlijk zijn, maar het is ook een geschenk voor ons.  Het verheerlijkt niet enkel God, maar het helpt anderen ook op talloze manieren.  De volgende redenen zouden ons moeten motiveren om onze zonden aan anderen te belijden.

1.       We voorkomen hindernissen in onze onderlinge relatie

  • “Enkel belijden (van strijd en zonde) maakt een diepe gemeenschap met elkaar mogelijk, de schaarste ervan verklaart veel van de algemene oppervlakkigheid die te vinden is in onze kerk” (Dallas Willard).

Zonde beschadigt en/of vernietigt relaties.  Wanneer we tegen iemand zondigen zorgen schuldgevoelens of wrok voor een bepaalde afstand die enkel door het belijden kan overbrugd worden.

Maar belijden beperkt zich niet perse tot de persoon die we hebben beledigd of gekwetst.  Door onze fouten met bepaalde nauwe vrienden te delen, genieten we van de voordelen van rekenschap en een diepere vriendschap.  Hiermee wil ik niet zeggen dat dit makkelijk is en niet gepaard gaat met de vrees voor een boze reactie, afwijzing of reputatieverlies bij vrienden.  Toch kunnen we er zeker van zijn dat een bepaalde mate van doorzichtigheid naar elkaar bijdraagt tot een groei in vertrouwen en begrip naar elkaar, iets dat noodzakelijk is in een hechte relatie.

2.       We voorkomen de vrees  voor afwijzing

  • “De kerk is geen toonzaal waar uitmuntende Christenen etaleren, maar een school waar onvolmaakte mensen onderwezen worden” (Henry Ward Beecher).

“Als anderen dit zouden weten, dan spreken ze nooit meer met me!”  Een bekende gedachte of uitspraak?  ‘k Denk dat bij velen deze gedachte op een of andere manier wel eens naar voren komt.  Zonde brengt schaamte met zich mee, denk maar aan Adam en Eva (Gen.3:10), iets wat we niet zomaar moeten weglachen.  Maar we mogen ook niet vergeten dat de gehele Kerk bestaat uit mensen die op een of andere manier worstelen met zonden.  Hoe groot is dan de vreugde wanneer vrienden deze worsteling met elkaar kunnen delen en zo draaglijker maken.

Schaamte wil afwijzing teweeg brengen, het gevoel dat God ons heeft verlaten en onze vrienden ons afwijzen.  Het belijden van zonden aan God bevrijdt ons van deze schaamte en het belijden van onze zonden aan elkaar bevestigt dat Zijn vergeving en aanvaarding echt zijn.  Jezus heeft van Zijn gemeente een plaats gemaakt waar er plaats is voor zulk een doorzichtigheid en groei naar heiliging.  In onze strijd tegen de zonde hebben we aanmoediging nodig!  En die aanmoediging komt door het belijden van onze zonden.

3.       We voorkomen veroordeling

  • “Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1).

Veroordeling vloeit voort uit de gedachte of het gevoel van Gods afwijzing.  Ondanks dat er voor Christenen geen veroordeling meer is (Rom.8:1), kunnen we ons soms toch door God afgewezen en veroordeeld voelen.  Sommigen van ons denken, in hun trots of onwetendheid, dat ons gedrag onze positie voor God bepaalt.  Weer anderen laten zich vangen door de beschuldigingen van onze aanklager, satan.  Nog anderen hebben een overgevoelig geweten.  Ze koesteren niet zozeer de gedachte of het gevoel van Gods afwijzing maar eerder  Zijn ongenoegen.  “Ik weet dat God mij niet afwijst en veroordeelt, maar Hij is toch misnoegd over mij.”

Door het belijden van onze zonden kunnen anderen, wanneer we beladen zijn door gedachten en gevoelens van Gods afwijzing en veroordeling,  vanuit Gods Woord Gods vergeving bevestigen en ons gevoel van veroordeling teniet doen.

4.       We voorkomen trots

  • “Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming” (Spr.28:13).

Niet iedereen worstelt met een overgevoelig geweten.  Sommigen hebben zelfs moeite om de zonden te zien in hun leven.  De Heilige Geest roept tot hun doorheen een megafoon terwijl zij denken dat Hij het tegen een ander heeft.

Trots weerhoudt ons vaak van het belijden van zonden aan de ander.  Ook verbergt het vaak ons besef van bepaalde zonden in ons leven.  Zo deed Luther ooit de uitspraak dat hij meer vrees had voor de paus ‘Trots’ in hem dan voor de paus en alle bisschoppen in Rome samen.  Gewichtige woorden voor iemand wiens leven letterlijk bedreigd werd.  We kunnen niet genoeg stilstaan bij het feit dat trots in ieders hart aanwezig is en op de meest onverwachte en subtiele manieren naar voren komt.  Trots moet niet gevoed worden, ze voedt zichzelf.  Het is aan ons om deze trots geen kans te geven om te groeien en te smoren in de kiem.  Het belijden van elkaars zonden en strijd draagt hieraan bij en voorkomt dat deze trots grond krijgt om te groeien.

5.       We voorkomen ziekte

  • “Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt” (Jac.5:16).

Zonden kunnen letterlijk voor ziekte zorgen, een zieke (zondige) geest kan het lichaam aantasten.  Hiermee wil ik zeker niet aantonen dat alle ziekten voortvloeien uit een persoonlijke zonde, laat dat even duidelijk zijn!  Toch mogen we het effect van de zonde en het nauwe verband tussen lichaam en geest in ons leven niet ontzien.  Denk aan voorbeelden als Uzzia (2Kron.26:16-23) en de gelovigen in Korinthe (1Kor.11:29-30).

Belijden kan in zulke gevallen genezing brengen doordat het licht brengt in je ziel of geest  waardoor deze gereinigd wordt met als gevolg dat het lichaam ook weer beter gat functioneren.

Wanneer ikzelf voor een grote opdracht sta, het geven van een studie of het doen van een grote klus thuis, merk ik aan mijn lichaam wanneer ik in dit alles teveel op mezelf vertrouw.  Wanneer mijn rug begint te knagen en ik makkelijk geïrriteerd raak, weet ik dat er een onbalans is in mijn geest en ik teveel op mezelf vertrouw.  Wanneer ik dan uiteindelijk mijn gedachten en zorgen deel met God, maar ook mijn vrouw, merk ik dat de lichamelijke klachten terug verdwijnen.  Stress en rugklachten gaan bij mij hand in hand.

6.       We voorkomen een eenzame strijd

  • “Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels… En bidt daarbij met aanhoudend bidden… voor alle heiligen” (Ef.6:11,18).

Te weinig beseffen wij als Christenen de ernst van de geestelijke strijd die er rondom ons gevoerd wordt.  Satan gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar mensen die hij kan verslinden (1Pet.5:8).  Overheden, machten, wereldbeheersers van de duisternis en boze geesten in de hemelse gewesten (Ef.6:12) zijn er op uit om enerzijds mensen van God weg te houden door leugens en bedrog te verspreiden en anderzijds de kinderen van de Heer te verlammen.  Laat niemand denken dat hij sterk genoeg is om deze strijd alleen aan te gaan!  Paulus benadrukt dit ook dat we deze strijd, met onze wapenuitrusting, horen aan te gaan met een aanhoudend bidden voor… alle heiligen.  Christenen zijn een eenheid in de strijd tegen zonde, de wereld en satan.  Laten we dat dan ook uitleven door elkaar te ondersteunen in woord en daad én gebed!  Maar hoe kan ik nu weten waar de strijd van mijn vriend plaats vindt als hij het me niet verteld?  Juist ja, belijden opent deze deur en geeft de mogelijk aan anderen om steun te bieden in deze strijd.

Wordt, zo God het wil, vervolgd…


[1] “Disciplines for Life” part of the “Persuit of Godliness” series, Sovereign Grace Ministries, p.60-63