Je manier van denken zomaar veranderen is makkelijker gezegd dan gedaan.  Soms kennen we de theorie zo goed, maar missen we wijsheid om deze theorie om te zetten in praktijk.  Je denken verander je ook niet van het ene moment op het andere.  Als je jezelf al jarenlang hebt aangeleerd om op een bepaalde manier te handelen en vorm te geven aan je gedachten, is het ook logisch dat het een bepaalde tijd in beslag neem om heel dat denkproces een andere richting te geven.  Dit vraag om oefening, het bewust trainen van je gedachten.  Om je alvast op weg te helpen wil ik twee tips meegeven: Denk toekomstgericht en herinner Gods voorzienigheid.

Hoe je gedachten bepalen?

  1. Denk toekomstgericht

    • “Denkt niet aan hetgeen vroeger gebeurde en let niet op wat oudtijds is geschied; zie, Ik maak iets nieuws, nu zal het uitspruiten zult gij er geen acht op slaan? Ja, Ik zal een weg in de woestijn maken, rivieren in de wildernis” (Jes:43:18-19).
    • “Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.  Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren” (Fil.3:13-15).

    God wil dat we leven in het heden en ons richten op de toekomst i.p.v. te blijven hangen in het verleden.  Eender hoe ons verleden ingevuld werd, direct of indirect door jezelf of anderen, het mag je heden niet gaan bepalen.  De wereld tracht ons te leren dat het verleden bepaalt wie je vandaag bent.  Dat iemand tot een punt is gekomen van drankmisbruik, moord, verkrachting, depressie wordt bepaalt door het verleden zeggen ze.  “Door de ervaringen van die persoon is hij zo geworden.”  Indien dit zo zou zijn, dan zijn wij allemaal slachtoffers zijn van ons verleden en horen we voortdurend ons verleden te doorspitten om de oorzaken van onze huidige toestand te vinden.  Voel ik me gewelddadig, terneergeslagen of blij,  dan moet ik zogezegd de oorzaak gaan zoeken in mijn verleden.  Hoeveel pedofielen hebben al vrijspraak of strafvermindering gehad nadat bekend raakte dat ook zij vroeger misbruikt zijn geweest?  Deze manier van denken maakt van het verleden een onaantastbare dekmantel voor al mijn huidige gedachten, daden en houdingen in het heden.  Het neemt al onze verantwoordelijkheden weg en maakt ons niet meer dan een pion die zich verplaatst in een spel zonder regels, want alles is te wijten aan je verleden en zelf tref je geen schuld.  Deze manier van denken is niet enkel on-Bijbels maar gaat ook tegen de leer van Gods Woord in.  God leert ons dat we vooruit moeten kijken en het verleden achter ons laten.  Dit wil niet zeggen dat we het verleden moeten vergeten en aanschouwen als iets dat nooit heeft plaatsgevonden, maar wel dat we het verleden moeten zien als een leraar, als een (voor ons vaak onbegrijpelijke) manier van God om Zijn kinderen te roepen en te vormen naar Zijn beeld.

    In de brief aan de Hebreeën staat hiervan een prachtig voorbeeld van Jezus door Paulus beschreven.

    Heb.12:2             “Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft.”

    Ook Jezus liet Zich niet leiden door hetgeen achter Hem lag, maar trotseerde iedere tegenstand door zich te richten op de vreugde die voor Hem lag.  Hij richtte zich dus op de toekomst, hetgeen waarvan Hij zeker wist dat ging komen en waardoor Hij besefte welke plaats Zijn tijdelijk lijden had.  Ook hierin horen wij Jezus te volgen door ons te richten op de beloftevolle toekomst die God Zijn kinderen garandeert in Zijn Woord en daardoor met een bepaalde ‘vreugde’ het lijden in deze wereld ondergaan.

  2. Herinner Gods voorzienigheid

    • Gedenk uw barmhartigheid, HERE, en uw gunstbewijzen, want die zijn van eeuwigheid;  gedenk niet de zonden van mijn jeugd, noch mijn overtredingen, gedenk mijner naar uw goedertierenheid, om uwer goedheid wil, HERE” (Ps.25:6-7).
    • Ik zal de daden des HEREN gedenken, ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds” (Ps.77:11).

    God wil dat we Zijn voorzienigheid herinneren uit ons verleden.  Wanneer God zich aan de Israëlieten bekend maakte, deed Hij dat vaak door Zicht te vereenzelvigen met een bepaald hoogtepunt uit hun verleden.  Hij verwees, voor zover ik weet, nooit naar de ongehoorzaamheid en trouweloosheid van het volk om Zich te openbaren, maar wel naar het grote handelen dat Hij hierdoor deed.  Hij verwees of liet steeds verwijzen naar Zichzelf en Zijn voortdurende werk.

    • Ex.3:16 — “De HERE, de God uwer vaderen, de God van Abraham, Isaak en Jakob.”
    • Ex.20:2 — “Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.”
    • Ex.20:5 — “Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek.”
    • Lev.20:24 — “Ik ben de HERE, uw God, die u van de andere volken heb afgezonderd.”
    • Deut.32:18 — “de God, die u heeft voortgebracht.”
    • Ps.57:3 — “God, die het voor mij voleindigt.”

    Dit hoort ook onze gedachten over het verleden te bepalen wanneer wij er op terugblikken of er mee geconfronteerd worden.  Zoek naar de hand van de Heer in dit gebeuren en schrijf alle zegeningen eens op.  Dit wil niet zeggen dat we overal een antwoord op moeten gaan zoeken, dat zou zelfs onmogelijk worden en ons van Zijn Woord doen afdwalen wat duidelijk weergeeft dat we dit niet mogen doen (Deut.29:29).  Maar we kunnen wel duidelijk zegeningen vaststellen. Denk maar aan het feit dat Hij er voor zorgt dat je iedere dag voldoende energie hebt en dit nog steeds het geval is, anders zou je dit niet kunnen lezen.  Dat je steeds voldoende voedsel hebt gehad.  Maar ook dat Hij doorheen bepaalde situaties bepaalde onbelichte facetten van je hart liet openbaren die je anders nooit zou hebben ontdekt of waarvan je nooit had gedacht dat ze ook in jou leefden.

    Al onze kinderen hadden van bij de geboorte een intolerantie voor koemelk.  Zulk een intolerantie kan men (nog) niet op voorhand waarnemen.  Het enige wat men kan doen is het kind gewone koemelk geven en observeren wat er gebeurt.  Het resultaat was dat al onze kinderen de eerste twee maanden ‘huilbabies’ waren.  Achteraf bekeken iets heel logisch want de koemelk konden ze niet verdragen en zorgde ervoor dat ze voortdurend ‘zure’ melk oprispten.  Hierdoor raakte hun slokdarm ontstoken en hadden ze voortdurend pijn.  Maar tijdens die periode weet je als ouder enkel dat je kind voortdurend, weent om een onbekende reden.  Dag in dag uit ging dit zo verder en de energie van ons als ouders raakte stilaan op een dieptepunt.  De vermoeidheid nam toe, stress kwam naar voren, we raakten makkelijk geïrriteerd bij het minste geluid van de babyfoon en kregen huilbuien.  Iedere keer strandden we op een punt dat we letterlijk op onze knieën terecht kwamen en het uitriepen tot de Heer, “Wij kunnen niet meer, het is op Heer!” Toch noemen we dit nu een van de meest verrijkende perioden uit ons leven.  We werden hierdoor gedwongen om ons beeld van God te toetsen aan de Bijbel.  We wisten dat God goed was en het beste met ons voorhad, maar konden dat niet koppelen met dat wat we ervaarden.  We leerden ook onszelf kennen.  Waar we normaal gezien rustig en geduldig konden zijn, merkten we dat we ook boos, opgejaagd en ongeduldig konden zijn.  We werden geconfronteerd met de zonde die in ons zat en naar voren kwam op een onverwachte manier.  We leerden door de situatie God dus beter kennen, maar ook onszelf als mens.  We zagen ook hoe ons vertrouwen op de Heer afnam, naarmate de situatie in onze ogen verergerde.  Was God voor ons dan enkel God als alles goed ging?  Ook daarin werden we gevormd door de Heer.  De gehele situatie heeft ons dus in geestelijk opzicht gelouterd en er toe bijgedragen dat we groeiden in onze liefde voor de Heer.  Dat we dit driemaal opnieuw hebben mogen meemaken, want we hebben drie kinderen, getuigt enkel van onze hardleersheid.  Steeds weer opnieuw vergaten we onze afhankelijkheid van de Heer en trachtten we alles zelf op te kunnen lossen.  Nu we terugblikken kunnen we enkel zeggen: “De Heer voorzag in onze noden.”

Wordt, zo God het wil, vervolgd…