Drie redenen om anderen te vergeven

Toen Petrus naar Jezus ging en aan Hem vroeg hoeveel maal hij een ander moest vergeven antwoordde Jezus: “tot zeventig maal zevenmaal”.  Jezus wees hiermee naar de voortdurende vergevende houding die wij horen te hebben naar anderen.  Maar waarom moet ik anderen vergeven?  Is het niet voldoende om elkander gewoon te ontwijken wanneer zich bepaalde situaties hebben voorgedaan?  En als iemand mij kwaad heeft aangedaan, mag ik toch een bepaalde wrok hebben naar die persoon, of niet?

In situaties waarmee gevoelens betrokken zijn, is het altijd nuttig om een lijstje op te stellen met enkel objectieve feiten.  Zo geven we ons verstand middelen om te heersen over ons gevoel in de plaats van omgekeerd.  Laten we daarom eens stilstaan bij drie redenen om anderen te vergeven.

1.     Vergeven uit gehoorzaamheid aan God

  • “Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft” (Kol.3:12-13).
  • “Bidt gij dan aldus: Onze Vader… vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren” (Mat.6:9,12).
  • “En wanneer gij staat te bidden, vergeeft wat gij tegen iemand mocht hebben, opdat ook uw Vader in de hemelen uw overtredingen vergeve” (Mc.11:25).
  • En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen” (Luc.23:34).

God spreekt heel helder over het onderwerp ‘vergeven’.  We horen anderen te vergeven, ongeacht hetgeen ze ons hebben aangericht of welke gevoelens ze bij ons hebben teweeggebracht.  In Kol.3:12 somt Paulus een aantal deugden op die we moeten ‘aandoen’ en die ons in staat stellen om anderen te vergeven.  Hij verwijst hier naar de ‘tuniek’, het basiskleed dat men in de tijd van de Bijbel droeg[1].  Hiermee wou hij aantonen dat de opgesomde deugden en een vergevende houding basiselementen zijn van iedere Christen én dat je deze moet aandoen. Je moet bewust ervoor kiezen om ze in praktijk om te zetten en dat kan je veel moeite kosten.

Wanneer je dus sporen van wrok en haat in je opmerkt sta je voor een tweesprong: of je kiest om te vergeven en ontvangt Gods zegen, of je laat je geest verder gevoed worden met onverzoenlijke gedachten en besluit om ongehoorzaam te zijn aan God.  Hoe moeilijk en hoe diep de wonden uit het verleden ook kunnen zijn en hoe tegenstrijdig je gevoel hierbij mag zijn, vergeven is een wilsbesluit dus iets waar je voor kiest.

Corrie Ten Boom had tijdens de Tweede Wereldoorlog als meisje in het concentratiekamp Ravensbrück gezeten.  Ondanks dat ze in Duitsland verschrikkelijke dingen had gezien en meegemaakt, kreeg ze het verlangen om als spreekster doorheen Duitsland te trekken en over ‘vergeving’ te spreken.  Over één van die toespraken werd het volgende geschreven:

“Corrie was naar Duitsland gegaan met de boodschap dat God vergeeft.  Dit was de waarheid die zij bovenal moesten horen.  ‘Als we onze zonden belijden,’ zei ze vaak, ‘werpt God ze in de diepste oceaan en zijn ze voor altijd verdwenen.’

Corrie vertelde over een ervaring na een dienst in een kerk te München, waar zij ook deze boodschap had gebracht, het volgende:

‘Ernstige gezichten staarden me aan, alsof ze dit nauwelijks durfden geloven.  Er waren nooit vragen na een toespraak in het Duitsland van 1947.  De mensen stonden zwijgend op, namen zwijgend hun mantels en jassen en verlieten zonder een woord te zeggen de kerk.

Op dat ogenblik zag ik hem.  Hij baande zich tegen de stroom in een weg naar voren.  Het ene ogenblik zag ik hem in de overjas en de bruine hoed; het volgende in een blauw SS-uniform en een pet met een klep, met het doodshoofd en de gekruiste beenderen.  Opeens kwam alles terug: de grote ruimte met de schelle lampen aan het plafond; de zielige hoop kleren en schoenen op de grond.  Ik voelde opnieuw de schaamte toen ik naakt langs deze man moest lopen.

Nu stond hij voor me met uitgestoken hand: ‘Een fijne boodschap, Fräulein!  Wat is het goed om te weten dat, zoals u zei, al onze zonden op de bodem van de oceaan liggen!’

En ik, die zo gemakkelijk over vergeving had gesproken, zocht iets in mijn aantekenboekje in plaats van die hand aan te nemen.  Hij zou me niet herkennen, natuurlijk niet – hoe zou hij één gevangene herkennen van al die duizenden vrouwen?

Ik herinnerde me hem en de leren zweep die aan zijn riem hing maar al te goed.  Het was de eerste maal na mijn vrijlating dat ik oog in oog stond met een van mijn wrede bewakers.  Het was alsof mijn bloed stolde.

‘U noemde Ravensbrück in uw toespraak,’ zei hei.  ‘Ik was bewaker in dat kamp.’  Nee, hij herkende me niet.

‘Maar sindsdien,’ ging hij verder, ‘ben ik Christen geworden.  Ik weet dat God mij de wreedheden die ik daar begaan heb, heeft vergeven.  Ik zou dat graag ook uit uw mond horen, Fräulein.’  Weer stak hij zijn hand uit – ‘Wilt u mij vergeven?’

En daar stond ik – wier zonden vergeven moesten worden – ik kon hem niet vergeven.  Betsie(haar zus) daar door uitputting gestorven – kon hij haar langzame verschrikkelijke sterven zomaar uitvlakken door om vergeving te vragen?

Het zullen niet meer dan een paar seconden zijn geweest, dat hij daar stond met uitgestoken hand, maar het leken me uren.  Ik worstelde met het allermoeilijkste, wat ik  ooit had moeten doen.  Want dat ik het moest doen – dat wist ik.  De boodschap dat God vergeeft, heeft als voorwaarde dat wij degenen vergeven, die ons benadeeld hebben.  Ik wist het niet alleen als een gebod van God, het was een dagelijkse ervaring.

En nog stond ik daar terwijl kilte mijn hart samenkneep.  Maar vergeving is niet een gevoel – dat wist ik ook.  Vergeving is een wilsdaad en de wil kan functioneren ongeacht de temperatuur van het hart.  ‘Heer Jezus, help mij!’ bad ik in stilte.  ‘Mijn hand kan ik wel omhoog krijgen.  Dat lukt me wel.  Geeft U me het gevoel.’

En zo legde ik mijn hand houterig, mechanisch, in de uitgestrekte hand voor me.   En terwijl ik dat deed, gebeurde er iets ongelooflijks.  De stroom begon in mijn schouder, verplaatste zich door mijn arm en sprong over op onze ineengeslagen handen.  En toen was het alsof die genezende warmte mijn hele wezen doortrok en tranen in mijn ogen bracht.

‘Ik vergeef u, broeder,’ riep ik uit, ‘van ganser harte!’

Een hele tijd stonden we daar zo, de gewezen bewaker en de gewezen gevangene.  Ik had God liefde nooit zo intens ervaren als op dat ogenblik.”[2]

Corrie was eerlijk over haar gevoelens en moest ze zich louter hebben gericht op haar gevoel, zou ze de man zonder een blik te hebben gegund afgewezen.  Wat enerzijds te begrijpen zou zijn en op een of andere manier zelfs te rechtvaardigen.  Toch zou ze dan in ongehoorzaamheid naar God hebben gehandeld.  Doordat Corrie haar verstand boven haar gevoel plaatste kon ze zich richten op Gods waarheid en daarnaar handelen.

Het volmaakte en meest extreme voorbeeld van een vergevende houding zien we bij Jezus aan het kruis naar voren komen.  Velen hadden Hem bespot, veracht, leed bezorgt, gelasterd en verloochend.  Zelfs Zijn meest trouwe vrienden waren op een na nergens meer te bespeuren toen Hij uiteindelijk aan het kruis genageld hing.  Toch had hij nooit één zonde begaan en nooit iemand onrechtvaardig behandelt.  Hij had alle reden om de gehele mensheid aan het kruis te vervloeken.  Zijn gevoel richtte Hem naar de pijn en het verdriet, maar Zijn liefde voor de Vader en Zijn Woord deed Hem compassie krijgen en uitroepen:   “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen” (Luc.23:34).  Jezus besloot om een vergevende houding ‘aan te doen’ omdat Hij wist dat de Vader Hem liefhad en Hij gehoorzaam wou zijn aan Hem (cf.Mc.10:45; Joh.17:4, 26; Gal.1:4).

2.     Vergeven omdat ons in Christus alles vergeven is

  • Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft” (Ef.4:32).
  • Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo” (Kol.3:13).
  • Als Gij, HERE, de ongerechtigheden in gedachtenis houdt,  Here, wie zal bestaan?  Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt” (Psalm 130:3-4).
  • Niemand is rechtvaardig, ook niet één” (Rom.3:10).
  • Het zijn de gunstbewijzen des HEREN, dat wij niet omgekomen zijn, want zijn barmhartigheden houden niet op” (Klaag.3:22).

Niemand heeft een excuus om een ander te veroordelen om zijn zonden, want alle mensen zijn zondaars.  Niemand is rechtvaardig, ook niet jij!  Dit is de bril waarmee we naar anderen horen te kijken.  Wanneer we iemand zien zondigen of wanneer iemand tegen ons heeft gezondigd moeten we onszelf er steeds aan herinneren dat wij niet beter zijn.  Ook al graven sommigen zich dieper in de put van zonden, het is vaak slechts een kwestie van omstandigheden die bepaalt hoe diep je jezelf zou graven in diezelfde put.

Vroeger kon ik vol onbegrip zijn wanneer ik weer een zoveelste gezinsdrama las in de krant waarbij een moeder of vader een baby de dood in ‘schudde’.  Nu ik zelf vader ben geworden van drie kinderen kijk ik met heel andere ogen naar zulke drama’s en kan ik enkel de Heer danken dat ikzelf niet in de krant ben gekomen met zulk een drama.  Een voortdurend slaaptekort, dagelijks onderbroken nachten en een baby die van ’s morgens tot ’s avonds huilt of schreit maken een persoon makkelijk labiel en halen de gekste dingen in iemand naar boven.  Zo heb ik geleerd dat wij  als mens niemand zomaar met de vinger kunnen wijzen en daarbij onszelf vrij kunnen praten.  Ook al hebben we bijvoorbeeld nog niemand vermoord, wij hebben allen het potentieel in ons om het te doen.  Andere omstandigheden en prikkels zouden dat wat in ons zit mogelijk wel naar boven hebben gehaald.  Denk maar aan de rustige huismoeder die, nadat haar kind is mishandelt geweest, verandert in een wraakgierige en haatdragende vrouw.  We blijven verantwoordelijk voor al onze daden, want wij blijven in iedere omstandigheid de keuze hebben al dan niet te zondigen.  Toch is het louter een kwestie van genade wanneer we kunnen terugblikken op een verleden zonder extreme buitensporigheden.  Dan kunnen we enkel de Heer danken dat Hij ons daarvan heeft gevrijwaard.   Vergeet dit nooit en bepaal je gedachten hiermee wanneer je naar de zonden van een ander kijkt want daardoor kan je een ware vergevende houding hebben.

We mogen weten dat Christus ons in genade heeft gered van de straf op al onze gedane zonden, maar ook dat God ons vrijwaarde van andere zonden waartoe wij in staat waren om te doen.  Moesten onze omstandigheden anders zijn geweest, hadden we mogelijk anders gereageerd en zouden we mogelijk onszelf dieper in de put van de zonde hebben gegraven.  “Het zijn de gunstbewijzen van de Heer dat wij niet zijn omgekomen” lezen we in Klaagliederen.

Een praktisch voorbeeld hiervan vinden we bij Abraham en Abimelek.  Abimelek had Sara laten weghalen bij Abraham om haar als vrouw te nemen.  Door een leugen van Abraham wist hij niet dat zij gehuwd was met Abraham.  God kwam in een droom tot hem en zei: “Ik weet ook, dat gij het in onschuld uws harten gedaan hebt, Ik heb u dan ook ervan weerhouden tegen Mij te zondigen; daarom heb Ik u niet toegelaten haar aan te raken” (Gen.20:6).  Abimelek kon niet anders dan God danken dat hij geen gemeenschap met haar had gehad.  God liet hem duidelijk verstaan dat Hij dit had weerhouden, dus als het van Abimelek had afgehangen had hij zeker en vast gezondigd met Sara.

Sta hier even bij stil, overdenk het en neem deze gedachte mee in gebed want dit kan je helpen om de ander te vergeven!  Het besef dat Christus’ redding en Gods genade verder en dieper gaan dan wij beseffen.

“Als Gij, HERE, de ongerechtigheden in gedachtenis houdt,  Here, wie zal bestaan” zegt de psalmist in Psalm 130:3.  Het antwoord is niemand.  Toch leven wij nog steeds en mogen wij ons zelfs kinderen van Hem noemen.

3.     Vergeven omdat ons de wraak niet toekomt

  • “Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op de HERE, Hij zal u helpen” (Spr.20:22).
  • “Weest sterk, vreest niet; zie, uw God zal komen met wraak, met de vergelding Gods” (Jes.35:4).
  • “Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here” (Rom.12:19).
  • “ Maar Michaël, de aartsengel, durfde, toen hij met de duivel in twist gewikkeld was over het lichaam van Mozes, geen smadelijk oordeel uitbrengen, doch hij zeide: De Here straffe u!” (Jud.1:9).
  • “Er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden, en verborgen, of het zal bekend worden” Luc.12:2).
  • “En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, … En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, … en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken” (Op.20:11-12).

We kijken naar een ander, wetende dat wij zelf ook zondaars zijn en in staat tot de vreselijkste dingen. Toch kan niemand zich hierachter schuilen wanneer hij een grove zonde heeft gedaan.  Geregeld worden schuldige mensen vrijgesproken op basis van hun verleden, de omstandigheden en de prikkels waar ze aan bloot werden gesteld.  Dit is onrecht en gaat in tegen Gods Woord en dus ook Zijn karakter!  Zonde blijft zonde, ongeacht de achtergrond of omstandigheid.  En alhoewel wij zelf ook zondaren zijn en weten dat wij niet het recht hebben om iemand te veroordelen op basis van zijn zonden, mogen we verlangen naar rechtvaardigheid.  Net als David mogen we tot God roepen: “Geef hun naar hun handeling en naar hun schandelijk gedrag; geef hun naar het werk van hun handen, vergeld hun naar hun doen” (Psalm 28:4). We mogen onrecht haten en verlangen naar vergelding.  Maar we kunnen en mogen deze vergelding of wraak niet zelf in handen nemen.  Deze komt ons niet toe!  Ook de aartsengel Michaël nam, alhoewel hij de bevelhebber van de hemelse legers is, ook deze positie in toen hij in een twist was gewikkeld met satan en liet de vergelding aan de Here over (Jud.1:9).

Wij horen sterk te zijn en niet te vrezen, ook wanneer ons onrecht wordt aangedaan, omdat wij weten dat God eenieder zal vergelden naar zijn werken.  Niets is verborgen voor Hem en ooit zal eenieders daad geopenbaard worden en aan het licht komen.  Alle zondaren zullen dan de straf krijgen die hun toekomt.  Daar horen we rust in te vinden.  Daarin hoort ons hart de kracht te putten om te vergeven.

Soli Deo Gloria


[1] Ralph Gower, “The New Manners & Customs of Bible Times”, Moody Publishers, 2005, p.10

[2] Corrie Ten Boom, “Het leven van Corrie Ten Boom”, Gideon, 1985, p.156-158