Iets wat iedereen gemeenschappelijk heeft is een verleden.  Iedereen leeft in het heden en blikt terug naar een bepaald verleden, een serie gebeurtenissen, keuzes en handelingen die ooit hebben plaatsgevonden.  Als we aan mensen zouden vragen of ze, met de kennis die ze nu bezitten, alles opnieuw mochten overdoen, zouden velen hierop positief antwoorden.  Kortom, iedereen heeft bepaalde delen in zijn of haar verleden die als het ware sporen of littekens hebben achtergelaten in het hart van de persoon. 

Het verleden zien door Gods ogen

Delen die we het liefst van al zouden willen schrappen of opnieuw overdoen mochten we hierom de gelegenheid krijgen. Maar ook hier worden wij als mens weer geconfronteerd met het feit dat we een schepsel zijn, ondergeschikt aan de wil van onze Schepper.  Niet één mens is in staat terug in de tijd te reizen, simpelweg omdat God dit zo niet heeft geschapen.  God bepaalde voor de grondlegging der wereld al dat de tijd onherroepelijk in één richting vooruit gaat en er geen mogelijk bestaat om ze terug te roepen.  De mens kan dus niet anders dan zich hieraan schikken want er is geen keuze hieromtrent, “we moeten vooruit”.

Dat de tijd niet kan teruggespoeld worden maakte dat de schade die berokkend werd in Genesis 3, wanneer Adam en Eva beslisten om te rebelleren tegen God, zo groot en catastrofaal was.  Er was namelijk geen weg terug, de zonde kon niet herroepen of ongedaan gemaakt worden door de tijd terug te spoelen.  De mens moest verder in een zondige staat met alle gevolgen vandien, namelijk de geestelijke en lichamelijke dood.  Tot op heden heeft God genade en lankmoedigheid getoond aan de gehele wereld doordat de mensheid in haar zondigheid nog steeds bestaat en in beperkte mate mag verder leven ondanks dat deze mensheid Zijn heiligheid voortdurend schendt.  Iedereen leeft dus in genade, gelovig of ongelovig.

In deze genade leeft er nog steeds zonde in ieders hart en dat is duidelijk te merken in onze samenleving.  Mensen kwetsen mensen.  Mensen leven in onrecht of doen anderen onrecht aan, fat is iets wat het verleden van eenieder vult.  Hoe gaan we als Christenen nu om met het verleden?  Hoe plaatsen we al die gebeurtenissen, beslissingen en keuzen?  Bestaat ons verleden uit verschillende categorieën ‘goed’, ‘slecht’, ‘een vergissing’ en ‘toeval’?  Waar was God in ons verleden? Hoe ga ik om met mijn verleden?

Vooraleer  we gaan spitten in ons verleden en gaan onderzoeken we we hier mee omgaan en hoe we dit plaatsen of moeten verwerken wil ik allereerst beginnen bij Gods voorzienigheid, het feit dat God alles in stand houdt, regisseert en over alles heerst.  Gods soevereiniteit vormt de basis van ons verleden, hetgeen waar we voortdurend op zullen verder bouwen of terug zullen vallen.  Voor een meer uitgebreide uitleg over Gods voorzienigheid wil ik verwijzen naar het artikel “Toeval of zorgvuldige planning”.  In dit artikel zullen we ons beperken tot Gods voorzienigheid in ons verleden.

God handelt doelbewust

  • “De HERE heeft zijn troon in de hemel gevestigd, zijn koningschap heerst over alles” (Ps.103:19).
  • “(God) die in alles werkt naar de raad van zijn wil…”  (Ef.1:11).
  • “Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid!” (Rom.11:36)
  • “want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen” (1Kor.15:27).
  • “De HERE heeft alles gemaakt voor zijn doel, ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads” (Spr.16:4).

God heeft een doel in al hetgeen Hij doet in de wereld.  Hij heerst of bestuurd in Zijn voorzienigheid alle dingen op zulk een manier dat ze Zijn doelen bereiken.  Het verleden is voor God geen vergissing of een voortdurend bijsturen van de omstandigheden naargelang de toekomst zich meer openbaart.  God is almachtig, alwetend, alomtegenwoordig én altijd dezelfde.  Hij kan dus alles, weet alles, is overal aanwezig en neemt niet toe in kennis en wijsheid.  Voor Hem is niet iedere dag nieuw en verrassend, want Hij was het die de dag bepaalde en plaatste in Zijn alomvattend grote verlossingsplan.   Dat legde Hij bast voor de grondlegging der wereld naar de raad van Zijn wil (cf. Ef.1:11).  Het verleden is voor Hem dus volledig naar Zijn wil.  Let op, dit wil niet zeggen dat alles wat er gebeurde in het verleden een afspiegeling is van Zijn karakter en als een liefelijke geur voor Zijn aangezicht verschijnt.  Gods wil verdelen we best n twee delen.  Enerzijds heeft Hij een duidelijk bekend gemaakte wil waardoor Hij Zijn karakter laat weerspiegelen en een verborgen wil waarin niet alles Zijn karakter weerspiegeld, maar wel meewerkt naar Zijn voornemens en raadsbesluiten.  Zijn bekend gemaakte wil is hetgeen Hij van de mens vraagt om te doen.  Zijn Woord en geboden die Zijn karakter afspiegelen.  Zie artikel “Gezocht: Gods wil” voor meer uitleg over deze bekend gemaakte wil.  Maar als we de Bijbel lezen, komen we soms ook verzen tegen die spreken over Gods wil op een andere manier (bv. Jes.46:9-11; Dan.4:35; Job.42:2; Spr.16:4; Ef.1:11; Rom.8:28).  Deze verzen spreken dan over Gods soevereine wil waarin Hij alles, goed en kwaad, stuurt naar de raad van Zijn Wil.  Deze wil van God is verborgen en openbaart zich dag na dag aan ons.

Ons verleden is dus volledig volgens Gods verborgen wil en mogen we dus bestempelen als het allerbeste dat Hij voor ons, als kinderen van Hem, had om Zijn doel in ons te bereiken.  God heeft het verleden zo bepaald dat het doeltreffend Zijn kinderen roept tot berouw en inkeer en doet terugkeren naar Hem.  Dat dit soms op enorm harde, mogelijk zelfs gruwelijke, manieren gebeurt wil ik niet ontkennen, maar dat laat enkel de hopeloze toestand zien waar we in leefden en de liefde van de Heer voor ons.  Zijn liefde voor Zijn kinderen is zo groot dat Hij als Vader, tijdelijk, zulke zware en gruwelijke omstandigheden toelaat die alles behalve Zijn karakter weerspiegelen, zodat Zijn kind terug gaat verlangen naar Hem en Hij met open armen het kind tegemoet kan komen om het een eeuwigheid lang dicht bij Hem te houden.  Zo zou de verloren zoon nooit naar zijn vader zijn teruggekeerd als hij al zijn rijkdom nooit was verloren.  Hij zou nooit zijn verloren staat hebben ingezien als hij er niet werkelijk mee geconfronteerd zou zijn geweest.  De zoon begreep de liefde van zijn Vader dan ook pas ten volle nadat hij besefte dat hij alles behalve enig recht van spreken had en de Vader hem toch met open armen onthaalde, zelfs terug opnam als Zijn zoon.

Stel dus niet de vragen:
“Waar was God toen dat gebeurde?”
“Waarom deed Hij toen niets?”
Maar wel:

“Ik vraag mij af wat God daarmee wou bereiken?”

“Wat was God daar aan het doen?”

“Hoe heeft Hij of is Hij aan het werk om mij te vormen?”

Het is doordat Paulus besefte dat God soeverein is over alles en Zijn doelen doorheen alle gebeurtenissen uitwerkt dat hij schreef dat ” [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn” (Rom.8:28).

Onze gedachten bepalen ons handelen

  • “En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene” (Rom.12:2).
  • “Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven … dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden” (Ef.4:22-23, NBV).
  • “Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!  Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij.  Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.  En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.  Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat”  (Fil.4:6-8).
  • “Ik zocht de HERE en Hij antwoordde mij, Hij redde mij uit al mijn verschrikkingen”  (Ps.34:5).

De wereld leert dat we antwoorden op vragen over onze gevoelens, gemoedstoestand, persoonlijkheid, zelfs ons huidig denken en handelen moeten gaan zoeken in ons verleden.  De Bijbel leert dat we net niet als de wereld moeten denken en dus ook niet onze antwoorden moeten gaan zoeken in ons verleden, maar bij God.  We moeten ons niet richten op wat wij hebben gedaan in ons verleden, maar wat Hij heeft gedaan doorheen dit alles en nog steeds bezig is.

De wereldse geest is een op zichzelf gerichte geest die alles vergelijkt met zijn eigen begeerten en dan bepaalt  of iets goed is of slecht.  Een door God vernieuwde geest, de geest van een Christen, is een op God gerichte geest die wil dat Hij alle eer en glorie krijgt en daardoor bereid is zichzelf weg te cijferen, zelfs te laten lijden indien dit God het meest verheerlijkt.  Dus in plaats van te zeggen:“Dit was slecht want ik vond het niet fijn”, zegt een God-gericht persoon: “Heer, zolang U maar verheerlijkt wordt neem ik er genoegen mee.”

De manier waarop we over iets denken, bepaalt ook hoe we ernaar zullen handelen.  Als ik bijvoorbeeld denk dat Bijbellezen verrijkend is voor mij, ga ik daar ook naar gaan handelen en dus proberen in de Bijbel te lezen en zal mij dat ook voldoening geven.  Hiermee wil ik niet het uitgehold cliché dat we ‘altijd positief moeten denken’ promoten.  Maar als we al de gebeurtenissen in onze gedachten plaatsen langs onszelf en hier stoppen, dus ik-gericht denken, raken we al snel ongelukkig, onbevredigd, moedeloos, boos, geïrriteerd, gekwetst … Ieder mens houdt van zichzelf, heeft begeerten en wenst zichzelf het allerbeste toe.  Als dan de voorbije gebeurtenissen niet dadelijk verrijkend lijken te zijn voor onszelf volgt er een logisch handelen.  Mensen gaan harder hun best doen, zich meer inzetten of op het spel zetten om alles toch maar te laten verlopen zoals ze denken dat het best is voor hun.  Of soms  reageren ze net omgekeerd, dan kruipen ze in een hoekje om te gaan kniezen en zichzelf te laden met zelfmedelijden.

Wanneer iemand nu de gebeurtenissen in gedachten langs zichzelf plaatst en dit hele pakket langs God en Zijn Woord, dus God-gericht denkt, komt er rust en vrede en verdwijnen de angsten enz…  Dan volgt er een tevreden en vreugdevol handelen doorheen alle situaties.  Deze manier van denken komt niet vanzelf.  Niemand zal uit zichzelf vreugde vinden bij dingen die niet leuk zijn of kwetsen.  Hierin horen we ons te oefenen door telkens weer opnieuw onze gedachten te leiden naar Gods Woord.  Wanneer je merkt dat je niet tevreden bent, dat de dingen niet lopen zoals jij hebt gepland, dat er tegenslag op je pad komt of dat er zich beproevingen voordoen in je leven richt je je naar Gods Woord.  Je leidt je gedachten dan door bepaalde kernteksten zoals Rom.8:28; Fil.1:6; 1Kor.10:13; Spr. 16:9 enz. op te zeggen.  Het komt bijna dagelijks voor dat ik wel een of andere tekst in mijn gedachten naar voren moet halen om mijn houding te bepalen.  Vaak moet ik zeggen “Goed Heer, jij gebruikt alles in mijn leven ten goede voor mij en U zult mij door alles verder blijven vormen.  Geen probleem Heer, ik mag dingen plannen, maar U bepaalt uiteindelijk welke weg ik zal inslaan.  Heer, dit is een bittere appel , maar U zal een uitweg voorzien en er voor zorgen dat ik die appel kan verteren.”  Bepaal je gedachten voortdurend naar Gods Woord zodat ze op die manier je handelen kunnen bepalen.

Dit is ook een denken dat sterk bij Paulus aanwezig was toen hij in zijn lijden zei: “ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft” (Fil.4:13),  “Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten” (Fil. 1:6) of hij standvastig schreef “dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben” (Rom.8:28).  Door God-gericht te denken bepaalt je denken zich bij het grote plaatje waarin God centraal staat en heerst over alles en je zelf een klein deeltje bent dat deel uit maakt van dat groot portret, Zijn verlossingsplan.

Leven vanuit de gedachte dat je een onderdeel bent van het grote verlossingsplan van een goede God staat haaks ten opzichte van een leven dat zichzelf ziet als het grote portret.

Wordt, zo God het wil, vervolgd…