“Wie mag de berg van de Heer bestijgen, wie mag staan op Zijn heilige plaats? Wie reine handen heeft en een zuiver hart, zich niet inlaat met leugens en niet bedrieglijk zweert.” (Psalm 24:3-4)

Heel veel gelovigen verlangen om dichter bij God te leven maar realiseren zich niet altijd dat God specifieke voorwaarden stelt aan het naderen tot Hem.

Reine handen

Voordat een priester de tempel binnentrad moest hij zijn handen reinigen tot en met zijn ellebogen. Handen staan model voor ons handelen, onze daden en het uitreiken naar de medemens. Als die bezoedeld zijn door diefstal, onreinheid, mishandeling of egoïsme werkt dat als een blokkade naar de Here. Reiniging van ons handelen dient dan eerst plaats te vinden.

Zuiver hart

In ons westerse denken beperken wij ons hart vaak tot het niveau van gevoel. Het Hebreeuws woord voor hart is labab, het centrum van ons innerlijk met al zijn verborgen delen: geestelijk, mentaal en psychisch. In het Grieks bedoelt men met hart, kardia, de connectie tussen ziel en verstand, de persoonlijkheid van iemand, het innerlijke karakter. Als God ons hart bedoeld, reikt dit dus verder dan ons gevoel en duidt het op het centrum van onze persoonlijkheid.

“Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.” (Spreuken 4:23)

Als wij ons hart vermengen met allerlei zaken uit de wereld raken we innerlijk verdeeld. We komen dan terecht in een soort geestelijke instabiliteit met het gevaar  terug te vallen in oude patronen.

God verlangt naar ons hart. Het is het enige mechanisme, waarmee we tot God kunnen naderen. Als we dat rein bewaren en het volledig aan God toewijden, zal het ons brengen op de berg des Heren.

(met dank aan Jacoline, dank je wel 😉 )