theparable

Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker. (Mat.13:44)

Gods Koninkrijk wordt verkregen door een transactie

In de parabel zien we dat het woord “koopt” wordt gebruikt.  Wil dit dan zeggen dat men zijn verlossing moet kopen?  De parabel geeft weer dat de man op een of andere zijn redding kocht, maar het is belangrijk goed te weten wat hier mee wordt bedoeld.  In de parabel werd de schat gekocht met geld, maar vergeet niet dat het hier gaat om een parabel, een verhaal.  De Bijbel zegt duidelijk dat je je redding niet kunt kopen.  Matt.19:24 zegt dat een kameel gemakkelijker door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.  Rom.3:21-26 vertelt ons dat verlossing een geschenk van God is.  Ef.2:9 zegt dat verlossing niet uit werken is “opdat niemand roeme.”

Jesaja 55:1 is het grote vers in het Oude Testament dat spreekt over verlossing uit genade.  Het zegt:”O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk.”  Er vind een transactie of omruiling plaats om de verlossing te verkrijgen, maar het is niet met geld of goede werken.  De transactie is het volgende: Je geeft heel je “ik” op voor Hem.  Laten we dit even verduidelijken vanuit de Bijbel zodat dit principe niet verkeerd begrepen wordt.

Lucas 9:57-62

Lc.9:57 zegt:”En toen zij op weg waren, zeide iemand tot Hem: Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat.” De man die tot Jezus kwam zei dat hij een volgeling van Hem wou zijn.  Jezus zei tegen hem: “De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen”  (vs.58).  In andere woorden, “Hier is de kostprijs als je mij wil volgen: Geef Mij jouw comfort en Ik zal je Mijn Koninkrijk geven.”  De man hield niet van deze uitspraak en maakte geen transactie.

In vers 59 vroeg Jezus aan een andere man om Hem te volgen.  De man zei: “Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven.”  Het interessante is dat zijn vader nog niet gestorven was.  De man wou eerst wachten op zijn erfenis.  Jezus zei:”Laat de doden hun doden begraven; maar ga gij heen en verkondig het Koninkrijk Gods” (vs.60).  Deze man wilde zijn erfenis niet opgeven, dus maakte hij geen transactie.  Nog een andere man zei: “Ik zal U volgen, Here, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten” (vs.61).  Jezus antwoordde hem: “Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods” (vs.62).  Met andere woorden, “je kunt geen rechte voren trekken terwijl je naar de andere kant kijkt.”  Deze man was niet bereid zijn familie op te geven.

Matheüs 10:37-39

De vraag is of iemand bereid is om alles op te geven wat hij heeft om Jezus te ontvangen.  De Heer zei in Mat.10:37:”Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig.”  Als je niet bereid bent iets op te geven dat je hoort op te geven, zoals familie, dan zal je het Koninkrijk niet toetreden.  Jezus vervolgde en zei: “wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden” (vv.38-39).  Dat is de transactie: Jij geeft alles wat je bent op en ontvangt alles wat Hij is.  Dat is de manier om verlossing te verkrijgen.

Matteüs 16:24

In Matteüs 16:24 zegt Jezus tegen Zijn discipelen: “Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”  Het basisprincipe in verlossing is dat iemand zichzelf aan de kant schuift zodat Christus de heerser over zijn leven kan zijn.

Matteüs 19:16, 21

In Matteüs 19 komt er een rijke jongeling naar Jezus en zegt: “Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?”  (v.16).  Jezus zegt: “Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij” (v.21).  Jezus wilde hiermee zeggen: “Als je Mijn schat wilt, geef dan alles van jezelf weg.”  Hij bedoelde niet dat de jongeling gered zou worden als hij al zijn geld aan de armen zou geven.  Iemand komt tot verlossing als hij bereid is om al wat hij heeft op te geven om te bevestigen dat Christus de Heer is van zijn leven.  Hij moet zijn zonden en eigen wil omruilen voor Christus’ heerschappij.

Het begrijpen van de transactie

Niet iedereen begrijpt op het moment van zijn verlossing deze transactie volledig, maar ware verlossing is gekenmerkt door de bereidheid om je eigen ‘ik’ op te geven.  Niemand wordt gered door te stoppen met zondigen, vloeken, drinken, mishandelen, twisten, vechten en begeren zonder eerst naar Christus te komen.  Niemand kan deze dingen laten uit zichzelf.  Iemand wordt gered als hij zijn eigen wil, kracht en rijkdommen wilt omruilen voor Christus’ sterkte en kracht.  Dat is de transactie: Een bereidheid om alles los te laten voor Christus’ heerschappij.

In Filippenzen 3 vinden we een illustratie van dit principe terug.  Paulus somt hier de zaken op die hem vertrouwen ‘in het vlees’ hadden gegeven — de dingen waar van hij ooit vond dat ze hem het recht gaven om verlost te worden: “besneden ten achtsten dage, uit het volk Israël, van de stam Benjamin, 6 een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid der wet onberispelijk” (vv.5-6).  Paulus was trots geweest om zijn Joodse afkomst en zelf rechtvaardigheid.  Maar toen hij werd geconfronteerd door Christus zei hij: “alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht” (v.7).  Letterlijk vertaald zei Paulus: “Ik beschouw al de werken van mijn vlees als mest, zodat ik Christus mag winnen”.  Dat was net als de man die de schat kocht.  Paulus schoof al zijn zelf rechtvaardiging, rijkdommen en eigen wil aan de kant om de heerschappij van Jezus Christus.  Paulus begreep mogelijk niet de volledige diepgang van zijn woorden, maar de bereidheid om zichzelf op te geven voor Christus was aanwezig.

Als we mensen het evangelie vertellen moeten we hun ook de kostprijs van het volgen van Christus meedelen.  We horen zondaars op te roepen tot transactie.  Jezus zei in Luc.14:28: “Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neder om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen?”  Hij voegde in vers 31 er aan toe: “Of, welke koning, die tegen een andere koning wil optrekken om met hem tot een treffen te komen, zet zich niet eerst neder om te beraadslagen, of hij in staat is met tienduizend man iemand te ontmoeten, die met twintigduizend tegen hem optrekt?”  Men moet zicht voor ogen houden dat er een kost verbonden is aan het volgen van Jezus.  Toch is het dit waard.  Op dezelfde manier als de schat het waard was om alles te verkopen wat de man op de akker bezat, is het volgen van Christus eender welke kostprijs waard.

Bron: “The Parables of the Kingdom”, John MacArthur

Soli Deo Gloria