“Ik had (…) de grootste vreugde in de Heilige Schriften, meer dan in welk boek ook. Vaak als ik aan het lezen was, leek elk woord mijn hart te raken. Ik gevoelde overeenstemming tussen iets in mijn hart en deze zoete en krachtige woorden.”

Dit zijn enkele woorden uit de autobiografie (“Personal Narrative”) van deze belangrijke theoloog uit de 18e eeuw die de HEERE, door Zijn Geest, de gave had geschonken van een geweldige denkkracht.

Geloof en Ervaring

Een voorbeeld dat Jonathan nogal eens gebruikt om duidelijk te maken wat de plaats van de ervaring is in het geloofsleven is het proeven van honing.  De vraag is: “wanneer weet u nu ècht wat honing is? Is dat zo wanneer u alles gelezen hebt over wat honing is, zodat u precies kunt vertellen hoe het vervaardigd wordt en welke eigenschappen het heeft?”  Néé, want u weet niet eens hoe het smáákt!

Op dit front nam Edwards zijn positie in tegenover de zogenaamde rationalisten (“rationalists”), mensen die het geloof beschouwden als een verstandelijke kennis en geloven als een verstandelijk redeneren. Men zou het geloven “per conclusie” kunnen noemen. U kent dat wel:

(1) Jezus is voor zondaren gestorven,

(2) Ik ben een zondaar, dus

(3) Jezus is voor mij gestorven.

Geloven is dan niet meer dan aannemen dat deze laatste conclusie juist is.

“Verlichte” mensen legden bovendien de Schrift op de ontleedtafel van het menselijk verstand en het wetenschappelijk denken en sneden haar op mensenmaat.

Maar stel nu dat iemand op de vraag wat nu eigenlijk honing is, antwoordt:”O, dat is zo zoet, zó zoet…” Wéét hij nu wat honing is? Néé, want hij weet immers niet wàt het is dat zo zoet is!

Hiermee is dan een ander front getekend waarop Edwards moest strijden, de zogenaamde “enthusiasts”, de mensen die leefden uit en geloofden in hun religieuze emoties en ervaringen. Met name als gevolg van de opwekkingen die Edwards meemaakte, kwam hij in aanraking met mensen die dreven op hun ervaring. Maar zij konden zich geen rekenschap geven van de waarheid uit Gods Woord die hun emoties in beslag nam. Geloven is dan niet meer dan “wat” voelen of ervaren.

Het ware geloof heeft beide in zich: het weet wat honing is èn kent de smaak ervan door het te proeven! Het is zo een zaak van de hele mens met verstand, wil en gevoel. Het is een bevindelijk kennen. Het is be-proef-de kennis.

Vervolg van de Resoluties…

61. Ik ben vastbesloten om nooit onverschilligheid toe te laten waarvan ik vind dat ze mijn geest verhard en doet afdrijven van mijn geloof. Gelijk welk excuus ik ook zou mogen vinden die deze onverschilligheid zou rechtvaardigen. Mei 21 en juli 13, 1723.

62. Ik ben vastbesloten om niets anders te doen dan mijn plicht; steeds zoals Efeze 6: 5-8 het beschrijft, met plezier en blijmoedigheid alsof ik het voor de Heer doe, en niet voor mensen, “Gij weet immers, dat een ieder, hetzij slaaf, hetzij vrije, al het goede, dat hij gedaan heeft, van de Here zal terugontvangen.” Juni 25 en juli 13, 1723.

63. In de veronderstelling, dat als er steeds slechts één individu in de wereld zou zijn, in gelijk welke tijdsperiode, als volmaakte Christen,  met in alle opzichten de juiste houding, die het christendom steeds laat schijnen in het juiste licht, met een uitmuntend en charmant voorkomen, vanuit eender welk opzicht bekeken: ben ik vastbesloten, om te handelen zoals ik zou doen, als ik zou streven met al mijn macht om die persoon te zijn, in mijn tijdsperiode. Jan. 14 en juli 3, 1723.

64. Ik ben vastbesloten, als ik deze “onuitsprekelijke verzuchtingen” (Rom. 8:26) waarover de apostel spreekt en deze “vertering van mijn ziel van verlangen ” waar de psalmist over spreekt in psalm 119:20; vindt, ik ze zal stimuleren met al mijn kracht, en dat ik niet zal verzwakken in het ernstig proberen te uiten mijn verlangens, noch te  verslappen in de herhalingen van zulk belangrijk iets. Juli 23 en aug. 10, 1723.

65. Ik ben vastbesloten, om mezelf mijn hele leven lang te oefenen,  in de grootst mogelijke openheid dat ik kan, om mijn wegen te geven aan God, en mijn ziel open te leggen voor Hem: al mijn zonden, verleidingen, moeilijkheden, zorgen, angsten, hoop, verlangens, en alle dingen en omstandigheden; zoals Dr. Manton’s 27ste preek over psalm 119. bespreekt. Juli 26 en Aug. 10 1723.

66. Ik ben vastbesloten om steeds te proberen om overal en bij iedereen een goedhartig voorkomen, handelswijze en spraak te hebben,  behalve als het zo blijkt te zijn dat mijn plicht anders eist.

67. Ik ben vastbesloten, om na pijn en smarten, na te gaan hoe ik er beter ben door geworden, welk goed ik er door ontvangen heb, en wat ik er mogelijk door heb gekregen.

68. Ik ben vastbesloten, om alles wat ik in mezelf ontdek te erkennen, hetzij zwakheid of zonde, en als het tot zorg voor mijn geloof is, ook aan God alles te bekennen, en om hulp te smeken. Juli 23 en Aug. 10, 1723.

69. Ik ben vastbesloten om altijd datgene te doen wat ik graag zou hebben gedaan als ik anderen dat zag doen. Aug. 11,1723.

70. Laat er iets van welwillendheid zijn in al wat ik zeg. Aug. 17, 1723

Jonathan Edwards
(5 oktober 1703 – 22 maart 1758)

Soli Deo Gloria