Over waar en vals geloof

Vraag aan Edwards: “Maar dominee, als nu iemand zegt dat hij helemaal op God vertrouwt, dan is toch alles goed?”

Ook al is iemand er volkomen van overtuigd dat hij verlost is, toch is het mogelijk dat hij niet behouden is. Misschien lijkt het wel alsof hij erg dicht bij God leeft. Misschien spreekt hij God in zijn gebeden vrijmoedig en liefdevol aan als ´mijn Vader´, ´mijn liefdevolle Verlosser´, ´mijn dierbare Heiland´, ´God die ik liefheb´, enzovoorts. Misschien zegt hij zelfs:´Ik weet absoluut zeker dat God mijn Vader is. Ik weet zo zeker dat ik naar de hemel ga, dat het wel lijkt alsof ik er nu al ben.´ Hij kan zelfs zo zeker van zijn zaak zijn, dat hij de noodzaak van het beproeven van de echtheid van het geloof niet langer inziet, of dat hij neerkijkt op iemand die oppert dat hij mogelijk niet echt behouden is. Toch bewijst niets van dat alles dat hij een kind van God is.

Een dergelijke trotse zelfverzekerdheid, die altijd gezien wil worden, lijkt in het geheel niet op echte geloofszekerheid. Het heeft meer weg van de Farizeeër in Lukas 18:9-14, die zo zeker wist dat er niets tussen God en hem instond, dat hij God dankte dat hij anders was dan andere mensen! Echte geloofszekerheid is nederig, niet trots.

Het hart van iemand die niet gered is, is blind, vol misleiding en zelfgerichtheid. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat zo iemand een hoge dunk van zichzelf heeft. Als satan bovendien aan zijn zondige verlangens tegemoetkomt met een schijnvreugde en –troost, dan moeten we er niet van staan te kijken dat iemand die niet bekeerd is een sterke, maar misleidende zekerheid van zijn behoud heeft.

Hoe kunnen we dit schijngeloof dan van het ware onderscheiden?

Wanneer iemand die niet gered is zo´n onechte zekerheid heeft, dan heeft hij geen last van de dingen die een ware gelovige aan zijn behoud kunnen doen twijfelen:

  • De onechte gelovige is zich niet bewust van de ernst van zijn eeuwige bestemming en van het grote belang om op het juiste fundament voort te bouwen. Een ware gelovige daarentegen is nederig en voorzichtig. Hij voelt aan hoe belangrijk het moment is dat hij voor God als de ongekend heilige Rechter staat. Iemand met een onechte overtuiging heeft dat niet.
  • Een onechte gelovige is zich niet bewust van de blindheid en de misleiding van zijn eigen hart. Zijn valse zekerheid geeft juist een groot vertrouwen in zijn eigen inzichten. Maar echte gelovigen hebben een meer bescheiden kijk op hun eigen ideeën.
  • Satan laat valse zekerheid ongemoeid. Hij valt juist de zekerheid van de echte gelovigen aan, omdat die zekerheid een grotere heiligheid bewerkt. Maar satan ziet graag valse zekerheid, omdat hij hiermee de zogenaamde christen volledig in zijn macht heeft.
  • Valse zekerheid verblindt iemand voor de mate van zijn eigen zondigheid. Een onechte christen is rein in eigen ogen. Een echte gelovige daarentegen kent zijn eigen hart. Hij voelt zichzelf een groot zondaar en vraagt zichzelf regelmatig af of iemand die echt gered is wel zo zondig kan zijn als hij.

(Bron: www.jonathanedwards.nl)

Vervolg van zijn resoluties…

41. Ik ben vastbesloten om mezelf aan het einde van iedere dag, week, maand en jaar af te vragen, in welk opzicht ik beter had kunnen doen. Jan.7,1723.

42. Ik ben vastbesloten om op regelmatige wijze de toewijding van mezelf naar God te hernieuwen, die ik had gemaakt bij mijn doop; die ik plechtig heb vernieuwd toen ik werd ontvangen in de gemeenschap van de kerk; en die ik plechtig opnieuw heb opgesteld deze twaalfde januari, 1722-23.

43. Ik ben vastbesloten voortaan nooit meer, tot aan mijn dood, te handelen alsof ik op een of andere manier van mezelf ben, maar  volledig als een geheel van God ben, overeenstemmend met wat op zaterdag te vinden is. Jan. 12 1723.

44. Ik ben vastbesloten dat niets anders dan geloofsovertuiging mijn handelen zal beïnvloeden, en dat geen enkele daad, zelfs in de meest benarde omstandigheid, anders zal zijn dan mijn geloofsovertuiging toelaat. Jan 12, 1723

45. Ik ben vastbesloten om nooit plezier of droefheid, vreugde en verdriet, noch enig andere affectie, noch enige graad van affectie of omstandigheden die ermee verbonden zijn, toe te laten als ze niet tot opbouw van mijn geloof is. Jan.12 en 13. 1723

46. Ik ben vastbesloten dat ik op geen enkele wijze mijn ongenoegen zal uiten naar mijn ouders. Ik zal er voor waken om zelfs de kleinste negatieve effecten er van te onderkennen, zoals een verandering van mijn stem, een beweging van ogen wakende over dit alles, vooral in het gezin en de naaste familie.

47. Ik ben vastbesloten mijn uiterste best te doen om te vermijden wat niet getuigt van een goed, geliefd en bereidvaardig, rustig, vreedzaam, tevreden, inschikkelijk, medelevend, vrijgevig,  bescheiden, nederig, meegaand, pretentieloos, gehoorzaam, hulpvaardig, ijverig en vlijtig, welwillend, gematigd, geduldig, vergevend, oprecht karakter; en om op elk moment te doen wat overeenkomt met zulk een karakter.  Iedere week zal ik nagaan of ik dit heb gedaan. Sabbat’s ochtend. Mei 5 1723.

48. Ik ben vastbesloten om voortdurend op een aangename,  volhardende, en strikt onderzoekende manier naar de toestand van mijn ziel te kijken, zodat ik mag weten of ik werkelijk aan Christus behoor of niet;  zodat wanneer ik kom te sterven ik geen berouw zal hebben doordat ik dit heb verzuimd . Mei 26, 1723.

49. Ik ben vastbesloten dat dit nooit zal gebeuren, voor zover ik het in de hand heb.

50. Ik ben vastbesloten om te handelen zoals denk dat ik in de toemomstige wereld het best en meest wijs zal vinden. Juli 5, 1723.

51. Ik ben vastbesloten om altijd te handelen, zoals ik zou willen hebben gedaan als ik uiteindelijk verdoemd zou worden. Juli 7, 1723.

52. Ik hoor regelmatig oudere mensen zeggen hoe ze zouden leven, moesten ze hun leven opnieuw kunnen beginnen: ik ben vastbesloten, dat ik zal leven zoals ik denk dat ik later zou willen hebben geleefd, steeds er van uitgaand dat ik een hoge leeftijd zal bereiken. Juli 8, 1723.

53. Ik ben vastbesloten om iedere keer dat ik gelukkig ben meer en meer, mijn ziel te richten en te laten vormen naar Jezus Christus, Hem te geloven en te vertrouwen en mezelf helemaal aan Hem te geven; zodat ik op die manier zekerheid mag hebben van mijn redding, wetende dat ik vertrouw op mijn Redder. Juli 8, 1723.

54. Als ik iemand in een gesprek woorden hoor gebruiken, waarvan ik denk dat ze prijzenswaardig zouden zijn in mij, ben ik vastbesloten om  ze te trachten te imiteren. Juli 8, 1723.

55. Ik ben vastbesloten om mijn uiterste best te doen om te handelen zoals ik denk dat ik zou doen, als ik het geluk van de hemel en de kwellingen van de hel al zou hebben gezien. Juli 8, 1723.

56. Ik ben vastbesloten om nooit te stoppen of te verslappen in de strijd tegen mijn eigen verleidingen, hoewel ik mogelijk zal falen.

57. Ik ben vastbesloten, wanneer ik vrees voor ongeluk en tegenslag, na te gaan of ik mijn plicht heb gedaan en deze zeker na te komen.  De rest laat ik afhangen van de voorzienigheid, en maak me nergens anders zorgen om dan het vervullen van mijn plicht en mijn zonde.

58. Ik ben vastbesloten om niet enkel het uiten van ongenoegen, humeurigheid en boosheid in gesprekken te mijden, maar om liefde, vrolijkheid en vriendelijkheid te tonen naar anderen. Mei 27 en juli 13, 1723.

59. Ik ben vastbesloten wanneer ik merk dat ik verleid wordt door  mijn verdorven natuur of door woede, er naar zal streven om me voor te doen als een heilige; ja, tijdens die momenten wil ik getuigen van een goede natuur, alhoewel ik denk dat dit in andere situaties ongunstig en ondoordacht zou zijn.

60. Ik ben vastbesloten wanneer mijn gevoelens onmiddellijk van streek raken, bij de kleinste bekommernis in mijn hart, of bij de minste onregelmatigheid op mijn pad, mezelf nauwkeurig te onderzoeken. Juli 4 en 13, 1723.

(Wordt vervolgd…)