Er bestaan veel discussies over wat het nu betekent om kerk te zijn en hoe de kerk zich moet profileren in de maatschappij.  Maar wanneer we de kerk wat nader bekijken in het Nieuwe testament zien we dat de lokale kerk eenvoudigweg een bijeenkomst is van een groep gelovigen.  Christenen die in opdracht van Christus geregeld bijeenkomen (cf.Heb.10:25) en in het gebied waar ze wonen de grote opdracht van Christus trachten te belichamen (cf. Mat.28:16-20).  Hoe eenvoudig dit ook mag lijken, toch leert de praktijk dat de lokale kerk voortdurend neigt naar het worden van een organisatie, een systeem dat door mensen wordt bedacht, ontwikkeld, verfijnd en in stand gehouden.

Net als bij andere gebieden waar er wordt afgeweken van Gods standaard, heeft ook dit gevolgen voor die lokale kerken.  Ze worden op zichzelf gericht en uiteindelijk ondoeltreffend. Zulke op zichzelf gerichte kerken vertonen vaak dezelfde eigenschappen:

  1. Lofzangperikelen.  De muziekkeuze wordt een discussiepunt waarin er een grotere nadruk wordt gelegd op de muziekstijlen dan op de teksten die deze stijlen zouden moeten ondersteunen.  Bepaalde instrumenten worden aanschouwd als een noodzaak, terwijl anderen als onbruikbaar of verboden worden bestempeld.
  2. Gevelbepleistering.  Het gebouw en de plaats van het samenkomen wordt een statussymbool.  Een van de hoogste prioriteiten van de kerk wordt de bescherming en het onderhouden van het gebouw, de inboedel en andere materiële delen.
  3. Programmagericht.  Iedere kerk volgt op een of andere manier een programma, ook al geven ze dat niet altijd toe.  Het probleem zit dan ook niet in de programma’s, maar in hetgeen vaak voortvloeit uit het volgen van een programma.  Wanneer het volgen van een programma een doel op zich wordt en niet meer een middel om Gods Woord te verkondigen.
  4. Veel snoepgeld.  Een onevenredig deel van het totale budget wordt gespendeerd aan de noden en het comfort van de leden.  Weinig of nagenoeg geen geld wordt gereserveerd voor het werk buiten de kerkmuren.
  5. Hoge knuffelfactor.  Alle kerkleden hebben zorg en aandacht nodig, vooral in tijden van zorg en lijden.  Het probleem treedt echter naar voren wanneer kerkleden bepaalde pastorale verwachtingen gaan opleggen en eisen, ook al gaat het dan vaak om minder belangrijke zaken.
  6. Consumentencultuur.  De lokale kerk wordt ook wel omschreven als het lichaam van Christus waarin ieder deel zijn nut en taak heeft.  Wanneer enkele leden echter de samenkomsten gaan aanschouwen als consumenten die gediend moeten worden, komen er onvermijdelijk interne moeilijkheden.
  7. Nood aan verandering.  Het streven naar verandering is zeker niet altijd verkeerd, sterker zelfs, er moet voortdurend worden nagegaan waar er verandering nodig is.  Zo makkelijk wordt een kerk log door vast te houden aan tradities.  Maar anderzijds mag ook gezegd worden dat veel verlangens om verandering weinig of niets bijdragen aan het werk van het Evangelie om levens te veranderen, terwijl net dat het doel is van de kerk.
  8. Woede en vijandigheid.  Er heerst voortdurend de sfeer van een koude oorlog.  De leden uiten geregeld hun ongenoegen naar de kerkleiding en andere leden.
  9. Apathie voor het Evangelie.  Slechts weinig leden delen geregeld hun geloof.  De meesten zijn eerder bezig met hun eigen noden en niet de grote eeuwige noden van de wereld en gemeenschap waar ze in leven.
  10. Oppervlakkigheid.  De onderlinge contacten van de kerkleden kennen weinig geestelijke diepgang of beperken zich tot de alledaagse weerpraatjes.

In bijna alle gedragingen zijn de kerkleden hoofdzakelijk bevangen door hun eigen noden en voorkeuren.  Bijbels gezien hoort het lid zijn van een kerk toch net iets anders weer te geven: dienstbaarheid.  Het gaat om het geven.  Het gaat om de anderen hoger te achten dan jezelf.

Welke mentaliteit zou ieder van ons als leden van de kerk — waaronder ook de oudsten of voorgangers — moeten hebben?  De mentaliteit van Christus, de Dienaar!  Dat is de mentaliteit die we de Heilige Geest in ons zouden moeten laten voortbrengen.

Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf.  Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is.” (Fil.2:3-5)

Het is nu makkelijk om enkele kerken en/of personen rondom je bepaalde eigenschappen die hierboven werden omschreven toe te kennen.   Zulk een houding bevestigt alvast de noodzaak om je eigen kerk even kort onder de loep te nemen en daarbij bovenal jouw aandeel daarin.  Een onderzoek met als doel om als kerklid Christus nog beter te vertegenwoordigen hier op aarde.

Soli Deo Gloria

Met dank aan Paul Tautges voor zijn artikel ’10Traits of Inwardly-Focussed, Ineffective Churches’.