“Man en vrouw, gelijkwaardig maar niet gelijkaardig!”

De man en vrouw, beide geschapen naar Gods beeld en hierdoor de kroon op Zijn schepping.  Beide gelijkwaardig geschapen, maar niet gelijkaardig.  Dit is een van de meest fundamentele zaken die God hier op aarde heeft ingesteld en die toch al van bij de zondeval onder vuur ligt.  God schiep de man  en vrouw beide met een doel en bracht hun bij mekaar om dat doel te bereiken.  De man was niet compleet zonder de vrouw aan zijn zij, net zo min als de vrouw compleet zou zijn zonder haar man bij haar.  Beide hebben ze een aanvullende rol gekregen om zo samen, als één, dat doel te volbrengen.  De man en vrouw zijn ‘complementair’, aanvullend naar mekaar.

Ondanks dat dit al eeuwen onder vuur ligt, lijkt het in onze tijd tot een ware climax te zijn gekomen als het over het loslaten van deze prachtig door God ingestelde verhouding gaat tussen man en vrouw.  Mannen nemen hun leidinggevende taak niet meer op of misbruiken deze en vrouwen stellen hun  niet meer op als aanvullend en ondersteunend maar trachten te heersen over de man.  Vermits God het niet op deze manier heeft ingesteld, volgt er dan ook geen rijkelijke zegen  maar een logisch gevolg van verdriet en ellende.  Dit uit zich o.a. in de daling van de huwelijken, stijging van de echtscheidingen, opkomst van het feminisme en de holebi bewegingen, algemene seksuele losbandigheid enz…

In december 1987, kwam de kort daarvoor samengestelde ‘Council on Biblical Manhood and Womanhood’,  bestaande uit een aantal Christelijke leiders uit verschillende denominaties, bij elkaar in Danvers, Massachussetts (VS) om de Danvers Verklaring te schrijven, een algemene Christelijke verklaring over de aanvullende rol van de man en vrouw.  Hun doel was de verwaterde en veelvuldig aangevallen rol van de man en vrouw, zoals God ze heeft ingesteld, terug vanuit een Bijbels perspectief naar voren te brengen.  De volledige tekst van deze verklaring luidt als volgt:

Beweegredenen

Wij werden in onze doelstelling gemotiveerd door de volgende hedendaagse ontwikkelingen, die wij met diepe bezorgdheid waarnemen:

1. De wijdverspreide onzekerheid en verwarring in onze cultuur betreffende de aanvullende verschillen tussen de man en de vrouw.

2. De tragische gevolgen van deze verwarring waardoor het vlechtwerk van het huwelijk, dat door God geweven is uit de mooie, verscheiden vezels van man en vrouw, uit elkaar gerafeld wordt.

3. De voortschrijdende opkomst van het feministische gelijkheidsstreven, en de daarmee gepaard gaande misvorming en verwaarlozing van de blijde harmonie die de Schrift schetst tussen het liefhebbende, nederige leiderschap van verloste mannen en de verstandige, bereidwillige ondersteuning van dit leiderschap door verloste vrouwen.

4. De wijdverspreide tweeslachtigheid m.b.t. de waarden van het moederschap, de roeping voor huiselijkheid, en de vele bedieningen die in de geschiedenis door vrouwen werden uitgeoefend.

5. De toenemende roep om wettelijke erkenning van seksuele relaties die bijbels en historisch als ongeoorloofd en pervers beschouwd worden, en de toenemende pornografische voorstelling van de menselijke seksualiteit.

6. Het toenemende lichamelijk en emotioneel misbruik in het gezin.

7. Het toenemend voorkomen van taken voor mannen en vrouwen in het leiderschap van de gemeente, die niet in overeenstemming zijn met het bijbels onderwijs, en hun weerslag hebben op de verminking van een bijbelgetrouw getuigenis.

8. De toenemende invloed en aanvaarding van bijbeluitlegkundige spitsvondigheden die bedacht zijn om duidelijke en eenvoudige betekenissen van bijbelteksten te herinterpreteren.

9. De dreiging voor het gezag van Gods Woord die ontstaat wanneer de duidelijkheid van de Schrift wordt ondermijnd en wanneer de toegankelijkheid van haar betekenis wordt weggenomen voor de gewone man en wordt voorbehouden aan het rijk van het technisch vernuft.

10. Achter dit alles schuilt de openlijke aanpassing van sommigen in de gemeente aan de geest van deze tijd, ten koste van radicaal bijbelse echtheid, die door de kracht van de Heilige Geest veeleer leidt tot hervorming van, dan tot gelijkvormigheid aan onze kwijnende cultuur.

Doelstellingen

Wij erkennen onze diepgaande zondigheid en feilbaarheid en erkennen de oprechte evangelische positie van velen die het niet eens zijn met al onze overtuigingen. Rekening houdend met de reeds vermelde waarnemingen hopen wij echter dat de zo belangrijke bijbelse stelling, dat man en vrouw elkaar aanvullen, het hart van de gemeente van Christus zal winnen. Wij verbinden ons aldus tot het nastreven van de volgende doelstellingen:

1. Het bestuderen en uiteenzetten van een bijbelse visie over de relatie tussen mannen en vrouwen, in het bijzonder in het gezin en in de gemeente.

2. Het promoten van wetenschappelijke en populaire uitgaven die deze visie weergeven.

3. Het aanmoedigen van de leek om in vertrouwen zelf te onderzoeken en te begrijpen wat de Schrift leert, in het bijzonder met betrekking tot de relatie tussen man en vrouw.

4. Het aanmoedigen van de weloverwogen en fijngevoelige toepassing van deze bijbelse visie, op die gebieden van het dagelijks leven waarop zij betrekking heeft.

5. En daardoor:

  • Genezing te brengen aan personen en relaties die geschaad zijn door een onvolkomen begrijpen van Gods wil betreffende de rol van man en vrouw.
  • Mannen en vrouwen te helpen de mogelijkheden van hun bediening ten volle te ontplooien, door het juist verstaan en innemen van de rol die God hen gaf.
  • De verspreiding van het evangelie onder alle volken te promoten door het bevorderen van bijbelse volkomenheid in relaties, die voor een gebroken wereld aantrekkelijk zullen zijn.

Stellingname

Gebaseerd op het verstaan van het bijbels onderwijs, bevestigen wij het volgende:

1. Adam en Eva zijn beiden geschapen naar Gods beeld. Als personen zijn zij gelijkwaardig voor God en onderscheiden in hun man- en vrouw-zijn.

2. Verschillen in de rol van man en vrouw zijn ingesteld door God als deel van de scheppingsorde, en zouden een weerklank moeten vinden in het hart van elk mens.

3. Het hoofd-zijn van Adam in de huwelijksrelatie werd door God vastgelegd vóór de zondeval en is niet het gevolg van de zonde.

4. De zondeval heeft misvormingen teweeggebracht in de relatie tussen man en vrouw:

  • In het gezin dreigt het liefhebbend, nederig leiderschap van de man vervangen te worden door overheersing of passiviteit; de verstandige en bereidwillige onderdanigheid van de vrouw dreigt vervangen te worden door een aanmatigende houding of door slaafse volgzaamheid.
  • In de gemeente neigt de zonde de man tot wereldse liefde voor macht of tot het afstand doen van geestelijke verantwoordelijkheid; de zonde brengt de vrouw ertoe om zich te verzetten tegen de grenzen van haar rol of om het gebruik van haar gaven binnen de haar gegeven bediening te negeren.

5. Het Oude Testament getuigt, evenals het Nieuwe Testament, van de even hoge waarde en waardigheid die God verbonden heeft aan de rol van de man en aan de rol van de vrouw. Het Oude en het Nieuwe Testament bevestigen beide het principe van mannelijk leiderschap in het gezin en in de verbondsgemeenschap.

6. Verlossing in Christus streeft naar het verwijderen van de misvormingen die de vloek heeft veroorzaakt:

  • In het gezin moeten mannen verzaken aan het ruw of op zichzelf gericht leiderschap en groeien in liefde en zorg voor hun vrouw; vrouwen moeten de weerstand tegen het gezag van hun man opgeven en groeien in welwillende, blijde onderdanigheid aan het leiderschap van hun man;
  • In de gemeente geeft de verlossing in Christus aan mannen en vrouwen een gelijk deel in de zegen van het heil; desalniettemin zijn sommige beleids- en onderwijzende functies in de gemeente beperkt tot de man.

7. Op alle terreinen van het leven is Christus het hoogste gezag en de leidsman voor mannen en vrouwen, zodat geen enkele aardse gezagsverhouding (in gezin, religie of staat) ooit een mandaat verschaft om dit menselijk gezag te volgen in de zonde.

8. Een diepe innerlijke overtuiging van een roeping voor een taak mag nooit door mannen of vrouwen gebruikt worden om de bijbelse criteria voor die specifieke bediening terzijde te schuiven. In tegendeel, het bijbels onderricht moet steeds het hoogste gezag blijven waaraan het subjectieve onderscheiden van Gods wil getoetst moet worden.

9. Met de helft van de wereldbevolking buiten het bereik van inheemse evangelisatie; met ontelbare andere verloren mensen in die gemeenschappen die het evangelie al wel hebben gehoord; met de druk en de ellende van ziekte, ondervoeding, dakloosheid, analfabetisme, onwetendheid, ouderdom, verslaving, misdaad, opsluiting, neurose en eenzaamheid, zou geen enkele man of vrouw die van God het verlangen kreeg om Zijn genade kenbaar te maken in woord en daad, ooit hoeven te leven zonder een voldoening gevende bediening die beantwoordt aan de glorie van Christus ten behoeve van deze gevallen wereld.

10.Wij zijn ervan overtuigd dat de ontkenning of de verwaarlozing van deze principes zal leiden tot toenemende destructieve gevolgen in onze gezinnen, in onze gemeenten en breder, in de ons omringende cultuur.

Overgenomen uit:

John PIPER and Wayne GRUDEM (ed.), Recovering Biblical Manhood and Womanhood; Response to Evangelical Feminism (Wheaton Illinois: Crossway Books; a division of Good News Publishers, 1991), pp. 469-471.
Vertaling: Herlinde De Vriese – Berghmans. Verschenen in: Tijdschrift voor Theologie en Pastorale Counseling, 1994, 1ste kwartaal, nr. 21, blz. 36-37.