“Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem” (Kolossenzen 1:15-17)

Christus is niet enkel de Schepper van hemel en aarde (Kol.1:15-17), maar Hij is ook diegene die de gehele schepping in stand houdt.  Hij onderhoudt ook de delicate balans die nodig is voor het bestaan van het leven.  Hij houdt vrijwel letterlijk alle dingen samen.  Hij is de kracht achter iedere goede samenhang (consistentie) van het universum.  Hij is zwaartekracht en centrifugale (middelpuntvliegend) en centripetale (middelpuntzoekend) kracht.  Hij is diegene die alles wat een bestaan heeft (entiteiten) in de ruimte in hun baan houdt.  Hij is de energie van het heelal.

In zijn boek “The Atom Speaks” (Het atoom spreekt) beschrijft D. Lee Chesnut de puzzel van het waarom de nucleus (atoomkern) van het het atoom bijeen wordt gehouden:

Denk eens na over het dilemma van de kernfysicus wanneer hij uiteindelijk in totale verbazing kijkt naar het patroon dat hij heeft weten te ontrafelen uit de atoomkern van zuurstof…  Want hierin bevinden zich acht positief geladen protonen dicht bij mekaar gepakt in deze kleine atoomkern.  Hierbij bevinden zich ook acht neutronen — een totaal van zestien deeltjes — acht positief geladen, acht zonder lading.

Eerder ontdekten de fysici dat gelijke ladingen elektriciteit en gelijke polen mekaar afstoten en niet gelijke ladingen of magneetpolen mekaar aantrekken.  En de gehele geschiedenis van het elektrisch fenomeen en elektrische toestellen is gebouwd op deze principes die gekend zijn als de wet van Coulomb en de wet van magnetisme.  Wat was er verkeerd?  Wat houdt de atoomkern samen?  Waarom spat het niet uiteen?  En bijgevolg, waarom spatten niet alle atomen uit elkaar? (San Diego: Creation-Science Research Center, 1973,pp.31-33)

Chesnut gaat dan verder met het beschrijven van de experimenten die in de jaren 1920 en 1930 werden uitgevoerd die bewezen dat de wet van Coulomb ook van toepassing was op de atoomkern.  Krachtige ‘atoom smashers’ werden gebruikt om protonen in de atoomkernen te schieten.  Deze experimenten gaven wetenschappers ook een dieper inzicht van de enorme kracht die protonen samenhoudt binnen de atoomkern.  Wetenschappers heben deze kracht betiteld als de ‘sterke nucleaire kracht” maar hebben geen verklaring voor haar bestaan.  De fysicus George Gamow, een van de oprichters van de Big Bang theorie over de oorsprong van het heelal schreef het volgende:

Het feit dat we leven in een wereld waarin zo goed als ieder object een potentieel nucleair explosief is, zonder dat deze in stukken spatten, toont de extreme moeilijkheidsgraad aan van het starten van een nucleaire reactie.  (geciteerd in Chesnut, The Atom Speaks,p.38)

Karl K. Darrow, een fysicus uit de Bell (AT&T) Laboratoria, is het hiermee eens:

Begrijp wat dit betekend.  Dit houdt in dat alle atoomkernen geen reden hebben voor hun bestaan.  Inderdaad, ze zouden nooit geschapen mogen zijn en wanneer ze toch geschapen waren, zouden ze onmidellijk uit mekaar moeten zijn gespat.  Toch zijn ze er allemaal nog steeds…  Een standvastige inhibitie (remming) houdt hun onophoudelijk samen.  De aard van deze inhibitie is een geheim…  iets dat de Natuur voor zichzelf houdt.  (geciteerd in Chesnut, The Atom Speaks, p.38)

Op een bepaalde dag in de toekomst zal God deze sterke nucleaire kracht ontbinden.  Petrus beschrijft deze dag als “die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden” (2Pet.3:10).  Wanneer de sterke nucleaire kracht niet meer aanwezig is, zal de wet van Coulomb zijn uitwerking hebben en de atoomkernen zullen uit mekaar spatten.  Het heelal zal letterlijk ontploffen.  Tot die tijd mogen we dankbaar zijn dat Christus “alle dingen draagt door het woord zijner kracht” (Heb.1:3).

Jezus Christus moet God zijn.  Hij maakte het heelal, Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem, en Hij houdt het in stand.

Vertaald uit “The MacArthur NT Commentary Colossians & Philemon”, p.49-50)

Soli Deo Gloria