door Leen Den Besten

Vanaf de zeventiende eeuw is er een stroming in het Protestantisme geweest die zich verzette tegen dorre leerstelligheid die men aantrof in de kerk en de nadruk legde op geloofsbeleving met hart, mond en daad. De stroming staat bekend onder de naam Piëtisme. Aanhangers van het Piëtisme, piëtisten, lazen over het algemeen veel. Tot het klassieke repertoire behoorden de Navolging van Christus van Thomas à Kempis (circa1380-1472), Gedachten van de Franse filosoof Blaise Pascal (1623-1662) en vooral de geloofservaringen van de individuele christen zoals die geschetst werden door de Engelse baptistische ketellapper en predikant John Bunyan (Elstow, Bedfordshire 28.2.1628-Londen 31.8.1688) in zijn boek The Pilgrims Progress (Christenreis naar de eeuwigheid). Ik geef een voorbeeld van dat laatste geschrift, dat in de zeventiende eeuw naast de Bijbel het meest gelezen boek in Engeland en daarbuiten was.

Bunyan schreef het in 1675 in de gevangenis. Het werd uitgegeven in 1678 en in de loop van de tijd vertaald in minstens 125 talen en dialecten. Het is nog altijd in reformatorische kringen een klassieker. Het beschrijft de weg van een christen naar het eeuwige heil langs allerlei beproevingen en verlokkingen. Bunyan was evenals zijn vader ketellapper. Hij moest daarom markten afreizen om geld te verdienen. Op 16-jarige leeftijd moest hij dienst nemen in het parlementaire leger. Hij leidde hij een tamelijk losbandig leven. Op zijn twintigste trouwde hij en kreeg hij van zijn schoonvader enkele christelijke boeken. Hij las deze en begon na te denken over zijn leven. Toen hij in 1653 na diepe aanvechtingen verzekerd werd van zijn geloof, wist hij zich geroepen om het evangelie te verkondigen. In 1655 sloot hij zich bij de baptistengemeente van Bedford, zijn geboorteplaats, aan. Daar ontmoette hij mensen die het koninkrijk van God in de eigen historische werkelijkheid nabij wilden brengen. In 1656 begon hij er als leek te preken. De regering verbood het preken door leken. Omdat Bunyan zich daar niet veel van aantrok, werd hij in 1660 gevangen gezet. In de gevangenis schreef hij negen boeken. In een ervan, Grace abounding (Overvloedige genade voor de grootste der zondaren, 1566), in deed hij verslag van zijn leven. Tegelijk leverde hij zo een bijdrage aan de sindsdien in puriteinse kring graag beoefende kunst van het vertellen van het eigen levensverhaal. In 1672 werd hij door bisschop Barlow van Lincoln vrijgelaten. Drie jaar preekte hij te Bedford en trok daarmee veel mensen naar zich toe. In 1677 belandde hij weer, nu voor zes maanden, in de gevangenis. In die tijd schreef hij het boek dat hem voorgoed bekend maakte en een plaats gaf in de reeks van klassieke schrijvers. Opnieuw een vrij man, groeide Bunyan uit tot een gevierd prediker. Zo stonden in Londen op een wintermorgen om zeven uur ’s morgens al ongeveer 1200 mensen naar hem te luisteren. Sommigen noemden hem ‘bisschop Bunyan’.

Wat Bunyan typeerde was zijn eenvoud en de authenticiteit van zijn vroomheid. De bekering tot God, de aanvechting en de geloofsstrijd stonden voor hem centraal.

Christenreis naar de eeuwigheid is een allegorie: een uitgewerkte voorstelling die niet letterlijk maar zinnebeeldig moet worden opgevat. De vorm is die van een dialoog. In zijn boek probeerde Bunyan antwoorden te formuleren op allerlei vragen die gelovigen in zijn tijd stelden: Hoe vindt een mens rust voor zijn hart? Wat is rechtvaardigmaking? Hoe word je wat je in Christus al bent? Wat is zonde? Wat houdt waken in? Wat is bidden? Waarom is er voortdurend twijfel in je leven? Wat is de hemel? Is die er wel? Het kruis was voor Bunyan het antwoord op elke levensnood. Net als bij de puriteinen was bij hem de gedachte dat de mens een pelgrim is een diep en sterk element. Hij schreef dan ook in de gevangenis, als een vervolgde en van mensen verlatene, in een sobere stijl zijn verslag van de voortgang van de pelgrim. Het geschrevene betrof de werkelijkheid van zijn eigen leven.

Het allegorisch verhaal wordt gepresenteerd als een droom: In de stad Verderf woonde een man die Christen heette. Op zekere dag stond Christen in een grote benauwdheid en gebogen onder het gewicht van een geweldig grote last op zijn schouders voor zijn huis een boek (de Bijbel) te lezen, waarvan de inhoud hem met angst vervulde: zijn geliefde stad zou met hemelvuur verbrand worden…

Wordt vervolgd…