“Tradities zijn er om in ere te houden”, wordt wel eens gezegd.  Oude gewoonten die ooit ergens doelbewust zijn ontwikkeld en jaren later nog steeds worden herhaald hebben een charmerend iets.  Toch zie je vaak dat de inhoud van bepaalde tradities, de reden waarom ze ooit zijn begonnen, met de tijd verwaterd of simpelweg verdwijnt.  Een jaarlijkse familiesamenkomst die ooit werd begonnen om de familieband te versterken groeit uit tot een vervelende verplichting.  Een benefietconcert dat ooit werd gestart om een bepaalde doelgroep te ondersteunen groeit uit tot een groot spektakel waarin het programma van het concert eerder centraal staat dan de doelgroep.  En zo kan ieder voor zich wel een aantal tradities bedenken die ooit wel eens goed doordacht waren, maar die doorheen de jaren een andere invulling hebben gekregen.  Vaak worden ze nog in stand gehouden “omdat het moet” of weten de mensen niet meer wat nu het eigenlijke doel er van was en volgen ze de traditie uit gewoonte of omdat ze zo vroom lijkt.  Daarom is het goed om geregeld stil te staan bij de gewoontes die we hebben aangenomen om te evalueren of ze nog steeds hun oorspronkelijk doel dienen, moeten worden bijgestuurd of misschien zelfs gestopt.  De Heer vraagt om Hem te volgen in alle gebieden van ons leven en dat kan je enkel door al je handelingen doelbewust uit te voeren door je steeds af te vragen “Waarom doe ik dit?”,  “Wat wil ik hiermee bereiken?” en “Hoe wil ik dat doen?”.  Hierdoor dien je dus ook steeds goed te weten welke tradities je volgt, waar ze voor staan en waarom jij ze in stand probeert te houden.

De christelijke Kerk bevat vele tradities.  De ene lokale kerk al wat meer dan de andere, maar haast iedere kerk heeft wel enkele gewoontes die jaarlijks terugkomen.  Deze zijn op zich niet verkeerd zoals ik al eerder schreef, maar hierbij moeten we als christenen, volgelingen van Jezus, steeds voor ogen houden dat Jezus zelf slechts twee “tradities” heeft gestart in de Kerk.  De doop (Matteüs. 28:19-20) en het avondmaal (Matteüs. 26:26-29).  Alle tradities mogen verloren gaan, maar deze twee moeten in ere worden gehouden.  Ze werden door Jezus zelf begonnen en opgedragen om verder te zetten tot aan Zijn terugkomst. Maar net als bij alle andere tradities schuilt er ook bij deze heilige instellingen het gevaar dat de ware betekenis verloren gaat en enkel de plechtigheid zelf overblijft.

Onlangs kwam ik volgend vers uit 1Korinthe 10:16 tegen:

“De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van Christus?”

Dit vers deed in mij vragen opkomen zoals “Wat betekent het om gemeenschap te hebben met het bloed en het lichaam van Christus?”, “Wat wordt er eigenlijk bedoeld met het bloed en het lichaam van Jezus?”, “Waarom wordt het brood gebroken?”  Hier liep ik tegen de aloude traditie van het, door de Heer ingestelde, Avondmaal aan en besefte dat ik een deel van deze traditie niet helemaal begreep.  Toen ik dan op zoek ging naar de betekenis merkte ik ook op dat er vaak vanuit gegaan wordt dat dit algemeen gekend is en wordt bij de uitleg van bovenstaand tekstgedeelte meestal direct gesprongen naar de toepassing van de tekst, maar niet stilgestaan bij de tekstverklaring zelf.  Bij het Avondmaal wordt vaak de nadruk gelegd op de symbolische waarde, dat het brood het lichaam voorstelt en de beker het bloed van Jezus.  Helaas zegt mij dit als westerse kerel uit de 21ste eeuw niet voldoende en kan ik hier dus geen genoegen mee nemen als ik de traditie doelbewust in ere wil houden.  Laten we daarom eens even de loep leggen op het tekstgedeelte van 1Kor.10:16 om zo te ontdekken welke schat hierin verborgen zit.

Bloed en lichaam

In dit tekstgedeelte, en in vele andere plaatsen van het Nieuwe Testament, worden Jezus’ bloed en lichaam gebruikt als een metoniem.  Een metoniem is een term die in letterlijke zin iets weergeeft dat slechts een relatie heeft met datgene wat in feite bedoeld wordt.  Wanneer we bijvoorbeeld zeggen dat we Shakespeare aan het lezen zijn, bedoelen we dat we een van zijn werken zijn aan het lezen en niet de persoon Shakespeare zelf.  De naam van de auteur wordt dan gebruikt om te verwijzen naar de werken die hij schreef.  Wanneer iemand aanspraak maakt op de troon van een land, wordt hier niet letterlijk de stoel bedoeld, maar de functie van degene die op de troon zit, namelijk het koningschap.  Ook dit is weer een metoniem. Ook in de Bijbel wordt soms gebruikt gemaakt van metoniemen.

Bloed

In het OudeTestament wordt de term bloed geregeld gebruikt om te verwijzen naar leven,  “want het leven van het vlees is in het bloed” (Lev.17:11).  Gelijkaardig wordt het vergieten van bloed dikwijls gebruikt om te verwijzen naar de dood, het verlies van het leven.  De term bloed is dan een metoniem voor de dood, sterker zelfs, wanneer een Jood sprak over het vloeien van het bloed van iemand, verwees hij vaak naar de vreselijke dood die deze persoon had ondergaan.  Niet zomaar een sterfte wegens ouderdom, maar een dood op een gruwelijke wijze.   In het Nieuwe Testament wordt de term bloed dan ook vaak gebruikt om te verwijzen naar de dood van Christus, de dood waarin zijn bloed werd vergoten voor al degene die op Hem vertrouwen.  Er wordt dan niet letterlijk verwezen naar het fysieke bloed van Jezus, want er was niets speciaals aan het bloed van Zijn lichaam dat onze zonden kon wegnemen.  Het was Zijn dood, die weergegeven wordt door Zijn vergoten bloed.  Door Zijn dood werd de straf betaald voor onze zonden en zijn we verlost.

De “drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging zegenen” kunnen we anders omschrijven als “de drinkbeker waarvoor gedankt werd, die wij met dankbaarheid aannemen”.  Nadat Jezus tijdens het laatste Avondmaal het brood had gebroken nam Hij een beker dankte hiervoor (Matt.26:27).  Die beker waar Hij voor heeft gedankt, nemen wij ook met dankbaarheid aan.  In die beker zat “de vrucht van de wijnstok” dat Zijn bloed symboliseerde.  Maar zoals we al eerder zagen wordt hiermee niet verwezen naar Zijn letterlijke bloed, maar Zijn gruwelijke dood.  Wanneer we dan van deze beker drinken, getuigen we dat we deel hebben aan de vreselijke dood van Christus.  Anders gezegd, dat Hij moest sterven voor onze zonden en dat we hiermee samen met Hem Zijn gestorven aan het kruis.  “Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood,dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding. Dit weten wij toch, dat onze oude mens  met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen” (Rom.6:5-6).

Lichaam

“Het brood dat wij breken” is de gemeenschap met het lichaam van Christus.  Een ander woord voor gemeenschap zou “het deelhebben aan” of “het associëren met” kunnen zijn.  Het brood symboliseert het lichaam van Jezus, net zoals de beker naar Zijn bloed verwijst.  En zoals het bloed verwijst naar Zijn dood, zo verwijst het lichaam naar Zijn leven.  Wanneer we gemeenschap hebben met het lichaam van Christus herinneren en vieren we Zijn menswording, Zijn aards bestaan, Zijn menselijkheid en ook Zijn dood als een menselijk offer voor de redding van mensen.

Maar waarom wordt het brood eigenlijk gebroken?  Het Nieuwe Testament vermeldt specifiek dat het lichaam van Jezus niet gebroken werd aan het kruis.  “Want deze dingen zijn geschied, opdat het Schriftwoord vervuld wordt: Geen been van Hem zal gebroken worden” (Joh.19:36).  Het brood verwijst naar het lichaam van Jezus, maar het breken van het brood geeft niet weer dat Zijn lichaam gebroken werd omdat dit laatste nooit is gebeurd!  Jezus brak het brood simpelweg zodat Hij het kon verdelen onder Zijn discipelen.  Hiermee liet Hij zien dat Hij Zijn leven deelde met hun.  Wanneer we het brood eten gedenken we dat Hij Zijn leven gaf voor velen (Matt.20:28) en Zichzelf ontledigd heeft zodat Hij onder ons als mens kon leven (Fil.2:7).  Door een deel van het brood te nemen gedenken we Zijn lijden wanneer wij lijden en Zijn verzoekingen wanneer wij verzocht worden zodat “Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn” (Heb.2:17).

Meer dan een symbool

Bij het Avondmaal wordt vaak de symbolische waarde van deze traditie (of instelling) benadrukt.  Hoewel er een bepaalde symboliek achter zit, is het Avondmaal meer dan louter een symbolisch gebruik. Paulus schreef in 1Kor.10:16 niet “De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging zegenen, is die niet het symbool van het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet het symbool van het lichaam van Christus?”  Hij schreef dat het brood en de beker de “gemeenschap” met het bloed en lichaam waren.  Bij het deelhebben aan het Avondmaal is het alsof we naar de foto kijken van een geliefd iemand.  Hoewel we fysisch enkel naar een foto kijken, voelen we ons innerlijk dicht verbonden met deze persoon en worden zowel ons verstand en gevoel getroffen.  Vaak zelfs de emoties.  De persoon op de foto leeft als het ware binnenin ons, terwijl de foto op zich niets speciaals is.  Gelijkaardig beleven we het Avondmaal wanneer we het brood en de wijn tot ons nemen.  We gedenken dan de menswording van Jezus en Zijn dood aan het kruis voor onze zonden.  We nemen een slok uit Zijn beker en nemen een stuk van Zijn brood waardoor we beseffen dat Zijn offer ons toekwam en wij nu Hem toebehoren!  Christus leeft in ons aan die “tafel des Heren”, wat een feestmaal, Kerst en Pasen verenigt als losprijs voor… jou!

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt.” (1Kor.11:23-26)

Solus Christus