In onze studie over huichelarij (Matt.6:1-8, 16-18) hebben we al onderzocht wat het precies is en hoe het te werk gaat.  Het is als een sluw monster dat verscholen zit in het hart en zich verkleed heeft als een vroom persoon.  Het streeft ernaar om een heilig voorkomen te hebben en wordt gevoed door eer van anderen.  Zonder die bevestiging van anderen hongert het uit.  Als laatst gaan we nu eens onderzoeken wat al die huichelarij opbrengt.

Vergoeding

Het voortbrengen van vruchten, dus het doen van goede daden brengt altijd winst. Of je het nu al huichelend doet of met een oprecht hart dat bovenal de Heer wilt dienen, je wordt er sowieso voor uitbetaald. De vraag is enkel, “Wanneer wil je het loon ontvangen?”

Jezus geeft twee mogelijkheden:

  1. “Zij hebben hun loon al”
  2. “uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.”

Iemand met schijnheilige motieven krijgt ook sowieso een beloning.  Die beloning is de roem en eer van de andere mensen.  “Ja maar” denk je misschien, “wat als niemand hem eert om zijn schijnheilige daden?”  Wel, dan heeft zijn schijnheiligheid maar heel weinig opgebracht en is de gedachte die hij koesterde om eer van anderen te ontvangen de schrale beloning.

Ga je echter de strijd aan tegen de motieven van je hart en tracht je goede dingen te doen om God te behagen, is de beloning anders.  Dan krijg je mogelijk niet de eer van anderen omdat je tracht je goede daad verborgen te houden (Mat.6:2, 6, 18) voor de mensen.  Je zal dan moeten wachten op je beloning.  Maar niet tevergeefs, dat bevestigd Paulus in 2Korinthe 5:6-10:

“Wij hebben dus altijd goede moed en weten dat wij, …wandelen door geloof, niet door aanschouwing. …Daarom stellen wij er ook een eer in, …om Hem welbehaaglijk te zijn. Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad”.

Een goede daad die werd gedaan om God te behagen zal worden vergeld op de dag dat Christus Zijn gemeente komt ophalen.  Die dag zullen alle christenen voor Zijn troon verschijnen en vergeld worden om hun daden.  Hierbij zal al het uiterlijke vertoon geen waarde hebben, maar zullen alle motieven getoetst worden aan Zijn Woord.

De kwestie bij het doen van een goede daad is dus steeds: “Wil ik graag een onmiddellijke uitbetaling of hou ik de beloning voor later in de hemel, ‘cash or credit’.  Mocht je ooit twijfelen waar je best voor kiest, de snelle vangst of de lange termijn opbrengst, kan de raad van Jezus in Mattheüs 6:19-21 je richting geven:

“Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”

Spanningsveld

In dit Bijbelgedeelte worden we aangespoord om al onze goede daden verborgen te houden voor anderen terwijl we eerder in Mattheüs 5:16 lazen: “Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”

Deze twee Bijbelgedeelten lijken elkaar tegen te spreken, maar dat is niet zo.  Ze vullen elkaar zelfs aan.  We moeten steeds voor ogen houden dat we morele wezens zijn en al wat we doen een kwestie is van de achterliggende motieven.  Wat brengt je tot deze daad?  Waarom doe je dit?  Het onderzoeken van je motieven leer je jezelf best aan, maak er een gewoonte van, zodat het een tweede natuur van je wordt.  Bij iedere daad die je doet heel even op voorhand nagaan waarom je dit wilt doen.  Zo zul je vaak versteld staan van je eigen hart, maar ook geregeld je hart nog net op tijd op de juiste koers krijgen zodat het niet blijft bij een ijdele vrome daad.

In Mattheüs 5:16 worden we als ‘lichtgevende zoutvaten’ opgeroepen om niet lafhartig te zijn, maar onze goede werken te laten zien zodat de mensen de “Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”  Hierin ligt dus de nadruk op het doen van inspanningen zodat God verheerlijkt wordt.

In Mattheüs 6:1-8, 16-18 worden we vermaand dat we onze werken verborgen moeten houden als ons doel niet het verheerlijken van God is.  Als we willen dat de mensen ons eren.  Hierin ligt de nadruk op het verborgen houden van onze inspanningen als we zelf verheerlijkt willen worden.

In beide Bijbelgedeelten staat de eer van God centraal.  Een leuke regel om te onthouden bij het al dan niet openlijk doen van een goede daad is de volgende:  “We tonen onze daden aan anderen als we geneigd zijn om ze verborgen te houden en we houden ze verborgen als we geneigd zijn om ze aan anderen te tonen” (A.B.Bruce).

Soli Deo Gloria